Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Naar Swaziland

Hits: 70389

Artikelindex

 

 

 

Naar Swaziland  Donderdag 23 september

 

Voor we vertrekken maken we nog foto’s van heel grote vleermuizen die in de nokconstructie van het restaurant (buiten) hangen. Via Nelspruit rijden wij naar Swaziland. Onderweg kilometers plantages, eerst nog met pijn- en eucalyptusbomen, later sinaasappels, fruit en suikerriet. Dat laatste is een milieubelastende teelt hier, want overal horen we dat water zo kostbaar want schaars is; welnu, suikerrietakkers worden zwaar geïrrigeerd. De armen van de sproeiapparaten zijn vele tientallen meters lang. Met deze hitte zal er meteen ook nog flink wat water verdampen. Koffie drinken doen we in een ongezellig onpersoonlijk winkelcentrum waar welgeteld één koffietentje is. Een uur krijgen we hiervoor. De door de RL uitgetrokken tijden tijden staan soms in geen verhouding tot elkaar. Bij de Kirstenbosch tuinen in Kaapstad zouden we ook een uur krijgen om die te bekijken. En dan hier een uur om een kopje koffie te drinken. We hangen wat rond tot het uur voorbij is. Sta even te kijken bij een Overland Truck waar ze net inkopen hebben gedaan en die bezig zijn in de truck te stouwen. Dat is toch wel een andere manier van reizen. Ik moet zeggen, het heeft wel wat. Zo deed ik dat dertig jaar geleden door Kenia en ik denk daar nog altijd met plezier aan terug. 

Swaziland is een onafhankelijk koninkrijkje met een monarch aan het hoofd die in het buitenland vooral bekend is om het aantal vrouwen dat hij heeft. Dat zijn er nu 13. Officieel 12 want de koning trouwt pas met een vrouw als zij een kind van hem heeft gebaard. In 2005 heeft koning Mswati III een toen zeventienjarig meisje als zijn laatste verovering gepresenteerd. Het kind moest wel eerst in ZA een aidstest ondergaan (lees ik allemaal op internet). 

In de jaren 1995-96 zijn er onlusten geweest in het verder vreedzame landje met als inzet een grondwet en opheffing van het verbod op politieke partijen (!). Voor dat laatste voelde de koning niets. De laatste tijd (2005/2006) zijn er steeds meer protesten tegen de koning die zijn land steeds meer als een dictator regeert, maar dit speelt vooral onder de hoger opgeleiden. Swaziland is een arm land: het ligt ingeklemd tussen ZA en Mozambique en 70% van de bevolking leeft onder de armoedegrens volgens definities van de VN. (bron: wikipedia). Ik denk dat in de praktijk ZA de dienst uitmaakt. 

Grensrituelen

Als je vanuit ZA het land binnenkomt, moet je de grensrituelen afwerken. ZA uit: stempel in het paspoort, Swaziland in, nog een stempel. Het stempelen gaat aan de lopende band, er zijn geen wachttijden of vervelende vragen enz. Na de plichtplegingen stappen we weer in de bus, die vervolgens weer ZA inrijdt en meteen afslaat een klein weggetje in. Hier krijgen wij een Swazi-show op gevoerd. Oorspronkelijk zouden we hier ook lunchen maar die gebouwtjes zijn recent uitgebrand. We worden ontvangen door een jongeman in alleen een lendendoek, die ons het een en ander uitlegt over Swazi-gebruiken. Bij voorbeeld hoe de man (één van) zijn vrouw(en) commandeert om bij hem te komen slapen. Dat gebeurt door met een stok op de grond te tikken. Uiteraard wordt dit een running gag in de volgende dagen; niemand kan meer met een wandelstok lopen zonder commentaar te krijgen. We bevinden ons intussen in een authentiek dorp, met een omheining van stokken die in het zand gestoken zijn, met de traditionele hutten van riet in de vorm van een bijenkorf. Zoals de drie rondavels, zeg maar. Er staan -voor de show denk ik-  hutten in diverse fasen van afbouw. Of deze mensen hier nou ook echt nog wonen, dat vraag ik me af. We hebben dit soort “authentieke” dingen als toerist te vaak gezien om er onbevangen naar te kijken: destijds op Bali kwamen de dansers van de traditionele Balinese apendans al in spijkerbroek op een brommertje aanscheuren om even later in prachtige traditionele kledij te dansen. Dat is intussen ook ongeveer dertig jaar geleden. Nou ja, wat is er op tegen. Ook in dit soort zich ontwikkelende landen is er gelukkig vooruitgang en het is nog mooi dat er mensen zijn die de tradities hoog houden, al zou het dan ook zijn voor de toeristen. 

Er staan banken onder een paar hoge schaduwgevende bomen. Daarvoor geven de vrouwen van het dorp, bijgestaan door wat mannen die voornamelijk trommelen, een show van voornamelijk zang en dans weg die respect afdwingt. Wat een volume, wat een stemmen! En wat zuiver. A capella zingen is al moeilijk maar om het zo te doen als deze mensen, met zo’n enthousiasme, en dan ook nog bewegend en dansend! Eentje zet in, en de anderen sleept ze zo mee. Ik geniet ervan. Nergens ter wereld treffen mensen die toonkleur, die klanken. Je herkent het meteen als Afrikaans. In Kenia werden we als groep destijds in de Taita Hills ook toegezongen. Dat was wat tammer, maar met dezelfde harmonieuze klankkleur. Ik ben geen muziekkenner maar ik vind het prachtig. De jongeman doet ook mee en blijkt een heel hoge stem te hebben. Je zou zweren dat hij een castraat is. Hij danst ook en is kennelijk een van de gangmakers. Echt een showman; in Europa zou hij best wat kunnen bereiken, lijkt mij zo. . De zangers en dansers hebben veel succes bij onze groep, ze verkopen heel wat cd-tjes en er gaat ook nog wat in de klaarstaande pot om de ‘chief’ te helpen zijn verbrande bezittingen weer op te bouwen. Ik koop ook een cd. Mooi als achtergrondmuziek bij de fotopresentaties deze winter.

We stappen weer in de bus, uitgezwaaid door de dorpsbewoners. Omdat we hier niet kunnen lunchen, moeten we daarvoor nog een flink stuk rijden. Tegen twee uur bereiken we een soort cultureel centrum met winkeltjes en een eenvoudig restaurant. R en ik eten een sandwich-tonijn. Lekker. Voor bij de parkeerplaats zijn wat mannen bezig dieren te ‘snijden’ uit soapstone, zeepsteen. De wat grotere beeldjes kosten een dag werk, vertelt de zacht sprekende kunstenaar. Het zijn leuke beeldjes, des te meer omdat je ziet hoe ze gemaakt worden en door wie. Ze kosten 100 Rand. Voor een hele dag werk! Daarop willen we ook niet afdingen. We kopen een neushoorn, olifant en nijlpaard voor mijn ‘verzameling’. De specifieke kleur komt erop door de grijzige steen met was te bedekken en te verwarmen, zo begrijp ik uit zijn uitleg. Ze zijn echt mooi. De man vertelt dat hij een rustige tijd achter de rug heeft, de winter. Nu het lente en zomer wordt, komt de drukke tijd weer aan. Hij doet het werk al tien jaar. Mooi toch, als iemand zo aan een eerlijke boterham kan komen. We vinden het in zo’n geval altijd jammer voor de andere aanbieders. Maar je, je kunt niet iedereen subsidiëren. Zo presenteren de verkopers het soms ook: Wilt u mij niet steunen door iets van me te kopen? 

Mbabane

Er komen nog een paar fotostops, want we rijden door een bergachtig landschap met fraaie vergezichten. Koeien lopen vaak los, dus ook op de weg. Veel dorpjes en nederzettingen met vierkante huisjes met golfplaten als dak of de traditionele ronde. Veel armoe, zo te zien. Maar dat is in ZA ook. Opvallend is dat zeker kinderen maar ook volwassenen vaak naar ons zwaaien. Soms zelfs bij die hutjes wat verder van de weg. Ik zag dat pas toen ik later de foto’s op het laptopscherm zag. Bij de huisjes vaak een stukje grond waarop wat groenten e.d. worden verbouwd. Het ziet er nu natuurlijk allemaal droog, grijs en bruin uit. Heel weinig fris groen. Behalve dus die beregende plantages. Bij een van de uitzichtpunten waar de bus stopt, koopt R een klein schildpadje van een oudere dame. We naderen de hoofdstad Mbabane (spreek uit: emba-BAH-nee). Het is net spitsuur dus we laveren tussen dure 4x4’s en Mercedessen (overheidspersoneel denk ik) en oude geblutste pick-ups en taxibusjes. Het loopt al tegen vijf uur als de bus het terrein van Lugogo Sun opdraait. Een groot luxe hotel dat ik hier absoluut niet verwacht had. Het is ongetwijfeld het meest luxueuze hotel tot nu toe op deze reis. Het is druk bij de receptie –en later in de eetzaal ook. Veel Zuid-Afrikanen, zie ik. Die zijn natuurlijk uit, en toch een beetje thuis, denk ik. Hoewel, Swaziland heeft nooit deel uitgemaakt van ZA, het was een Brits protectoraat tot 1968, en het heeft dus ook nooit de ellende van de Apartheid gekend. 

Op de kamer installeren we ons voor twee nachten. We hebben een kamer gelijkvloers, en stappen zo vanuit onze kamer naar het zwembad. Even een paar sokken uitspoelen, de camera-accu’s aan de lader, onze notities bijwerken, even in de Capitoolgids neuzen voor wat er morgen te doen is. Je kunt het druk hebben op zo’n vakantie. Want om zeven uur worden we al weer beneden verwacht voor het diner. Er is een buffet zo groot en zo luxe, dat ik het bijna gênant vind. Je kunt het bijna niet bedenken of het is er. Je kunt je eigen maaltijd ook ter plaatse laten wokken als je dat wenst. Ik bedien me van het vlees, salades en een zelf samengesteld grand dessert. Dit stelt alles tot nu toe wel in de schaduw. Trouwens: morgenvroeg zal het ontbijtbuffet net zo indrukwekkend en volumineus zijn. 

Het schijnt dat RL nu toch Robbeneiland voor ons wil regelen. Op zondag zal de trip dan plaats vinden. Wel brengt ze ons en nog een paar stellen het bericht dat we onze koffer weer moeten pakken want morgenvroeg als wij weg zijn, wordt die naar een andere kamer gebracht. RL weet de reden niet. Wij wel, denken we: wij zitten veel te luxe, zo naast het zwembad. Die kamer is verhuurd aan een rijke Zuid-Afrikaner met een stel kinderen, die wat extra schoof. Cynisch om zo te denken? In dit land? Ik dacht het niet. Zo gaat dat hier. Een beetje knarsetandend of tandenknarsend pak ik mijn nog vochtige sokken dus maar weer in de koffer. We merken op tegen RL dat we morgen zullen bekijken of we de nieuwe kamer accepteren. Het zal precies dezelfde kamer zijn maar dan een verdieping hoger. Nou, daar zeuren we niet over. We horen dat er ook stellen zijn die een kamer hebben geweigerd, omdat het er zo naar verse verf stonk. Ja, dat hadden wij ook niet genomen denk ik. 

Het was vandaag heerlijk weer, ongeveer 26 graden denk ik. Omdat we vaak wat hoger zitten, is het uiterst lekker weer, met een verkoelend briesje. Nu na het eten is het buiten nog een heerlijk warme avond. We willen eigenlijk nog wel even de benen strekken. Even om het hotel heen lopen. Buiten staat een zwarte mevrouw, medewerkster van het hotel, kennelijk te wachten op een taxi of zoiets. Ze spreekt ons aan. Waar we naartoe gaan. Nou, even een blokje om, zeggen wij. Als u beslist niet verder gaat, kan het, zegt ze. Verder, ze wuift richting stad, moet u beslist niet gaan. Nee, dat waren we ook al niet van plan, met z’n tweeën in het donker.  Maar toch aardig om ons even te waarschuwen. Als we een eindje verder een oude auto met open ramen en dreunende bassen voorbij zien rijden, keren we maar om. Al die verhalen over geweld die we lazen op internet en die waarschuwing van deze mevrouw: je moet het ook niet opzoeken, zeggen we tegen elkaar. In Vietnam liepen we eigenlijk wel vaak door het donker:  door Hué,  Hoi An en door Hanoi en Ho Chi Minh City. Soms met een klein groepje maar ook wel met z’n tweeën. Weliswaar langs goed verlichte straten maar toch. We hebben ons daar nooit een moment zelfs maar onbehaaglijk gevoeld. Hier is het toch anders. Hoewel: persoonlijk hebben we ons ook deze reis nergens bedreigd of onbehaaglijk gevoeld. 



 

 

 

 onderweg suikerrietplantages

 komische combinatie: Jesus is Lord en Cold Meat

 bij grens van Zuid-Afrika en Swaziland

 hutten in aanbouw

 zo is de hut klaar


 

SWAZI dansvoorstelling

 'n stem als een bazuin

 

 Riet bedankt voor de show


 

 landschap in Swaziland

 sympathieke souvenirverkoper

Hij maakt de beeldjes van soapstone ter plaatse 

 nog meer handel

 

 Swaziland is een mooi land

 

 ons hotel in Swaziland

 

 

 

naar boven