Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Krugerpark, de nationale wildtuin

Hits: 70403

Artikelindex

 

Krugerpark, de nationale wildtuin dinsdag 21 september

 

Om vijf uur gaat de wekker. Tegen zessen halen we een ontbijtpakket en drinken we staande een kop koffie. De omgebouwde Landrovers met 7 zitplaatsen waarvan zes verhoogd, staan al voor. Ik ga naast de chauffeur van de ene jeep zitten. Adriaan, stelt hij zich voor. Adriaan ziet eruit zoals ik me een ranger voorstelde. Safarishirt met korte mouwen, korte broek, petje op, gebruind. Niet al te spraakzaam, maar goed in zijn vak. Hij wel in zijn korte mouwen. Ik trek mijn winddichte jack erbij aan, want het is zo vroeg nog behoorlijk koud, en in de open jeep vernikkel je anders helemaal. ‘Zo doe ik dat winter en zomer’, zegt Adriaan stoer en draait achteloos het stuur driemaal rond. O nee, dat was de Adriaan uit de grappige boeken van Leonard Huizinga, die ik als puber las. Deze Adriaan is serieuzer. Inderdaad is het onderweg naar de Phabeni-toegangspoort van Krugerpark heel fris. A en ik schatten dat het misschien nauwelijks 15 graden is. Anders niet zo gekke temperatuur voor zes uur in de ochtend maar in een open jeep bij 70 km p/h is dat anders. Overal langs de weg zie je al mensen op pad of staan te wachten op een bustaxi. Bij de toegang van het park is het al heel druk. Jeeps, busjes, personenauto’s. A gaat kaartjes voor ons halen. We kunnen even uitstappen en/of naar het toilet. De komende uren kan dat niet. Dan door het hek over het wildrooster. Nu rijdt A heel rustig. Hij reageert op elke opmerking van ‘stop!’ of ‘olifant op twee uur’. Hij weet dat de hoogzittende spotters wild soms sneller zien dan hij.

Ik zit niet hoog en moet soms gaan staan of met de knieën op de zitting om mooie foto’s te kunnen maken. Jammer is dat de voorruit niet naar voren kan omklappen. A staat constant in verbinding via de radio met vakgenoten. Wie wild gespot heeft, geeft dat door aan de anderen zodat alle klanten zoveel mogelijk waar voor hun geld krijgen. Dat blijkt later met bij voorbeeld de luipaard goed te werken. Het eerst zien we natuurlijk impala’s. Die zijn hier zo talrijk (150000 stuks; cijfers uit 2003) dat we er al gauw niet meer voor stoppen. Al snel scoren we onze eerste witte neushoorn ( de witrenoster zeggen ze hier). En dat is andere koek. Want die impala’s zijn prachtig om te zien met hun elegante lijfje en reebruine ogen. Maar een kolos van enkele tonnen met een hoorn waarmee hij de hele jeep zou kunnen kantelen als hij dat zou willen, ja daarvoor heb je als eenvoudige toerist toch meer ontzag. De witte neushoorn is overigens net zo bruin als de zwarte neushoorn. De naam zit hem in een verbastering van het Engelse wide, breed. In tegenstelling tot de zwarte heeft de witte neushoorn een brede bek waarmee hij graast als een koe. Zwarte zijn hier zeer schaars. De witte variant kunnen we diverse keren zien, en heel mooi in beeld brengen. Er zijn er nu 5000 van tegen 600 in 1980.

Vervolgens zien we een nyala, een antilopensoort. Hij heeft witte strepen op een grijzige ondergrond en franjeachtige haren op rug en buik. Vervolgens een grote arend op een nest, vlak aan de weg. Een koedoe heeft ook witte strepen maar is wat bruiner. Deze zien we vaak. Ik heb ook koedoe gegeten. Als biltong en als biefstukje. Allebei wel lekker. Vervolgens zien we één gnoe (blouwildebees) van de 17000 die er zijn in dit park. De gnoe is typisch een kuddedier. In Kenia zag ik dertig jaar geleden enorme kuddes van honderden dieren over de vlaktes rennen, vaak in het gezelschap van zebra’s. Hier is dat dus heel anders. Parelhoenders scharrelen tussen de schaarse begroeiing. Het is erg droog in het park (en daarbuiten overigens) en bovendien zien we hele stukken die “gecontroleerd” afgebrand zijn. Het ziet er desolaat uit, maar het is een goede conditie om dieren te ontdekken. Bovendien schijnt de as een goede meststof te zijn. ‘Als het nu regent’, zegt A, ‘dan is alles binnen een week weer helemaal groen.’ Dat is nu nauwelijks voor te stellen. Dan komen er olifanten in zicht. Een kleine kudde van een moeder en een paar kleinere olifanten. Prachtig gezicht is dat. We kunnen ze goed in beeld krijgen. In de buurt ook weer impala’s. Ze zijn gewend aan de auto’s en blijven heel lang staan poseren met hun mooie patroon van naar onder toe steeds lichter wordende bruinen. Opeens: een neushoornvogel. De prachtig zwart-wit gevlekte vogel met een doorschijnende lange gele snavel heet eigenlijk ‘zuidelijke geelsnaveltok’. Tja. Neushoornvogel bekt veel leuker; nog mooier is misschien: geelbekneushoringvoël. Ik maak een prachtige foto van hem in half tegenlicht waarbij de zon door zijn gele snavel schijnt. 

Kameelperd

Een overstekende giraffe (kameelperd) wekt opwinding. Het majestueuze dier schrijdt de weg over, voor de stilstaande auto’s langs. Een tweede aarzelt. We blijven wachten tot die zijn/haar aarzeling heeft overwonnen en ons heel mooie plaatjes gunt. Van alle wilde dieren die we zien, vind ik dit misschien wel de meest imponerende. Ze bewegen zich met zo’n gratie en kunnen hooghartig en tegelijk zachtaardig uit hun grote ogen kijken. 

Bij een bijna droge rivierbedding zien we buffels. Het lukt me niet ze in hun geheel op de sensor te krijgen. Altijd zit hun kop achter een tak of struik. Gelukkig komen er nog veel meer. Een bosbok steekt over. Karakteristiek zijn de witte vlekjes op zijn flank en het witte vlinderstrikje voor zijn donkerbruine hals. Wat een schitterend sierlijk beestje. Geluk hebben we met het zien van een gevlekte hyena. Het is een nachtdier en dat hij nu op klaarlichte dag zich vertoont aan ons, mag bijzonder genoemd worden. Bovendien staat onze jeep zo, dat ik hem ook nog haarscherp in de lens krijg. Verder zien we wrattenzwijnen en diverse mooie vogels zoals een purperreiger. 

Dan een hele kudde olifanten. Een mannetje dat met wijd opgezette oren de weg opkomt. De kudde staat voornamelijk tussen de gelukkig nog kale struiken om een jong heen. Ze zijn zo dichtbij dat ik mijn telezoomlens maar een klein stukje hoef uit te draaien. 

Weer een giraffe, een alleen en donker gekleurd. Een ouder mannetje dus. En dan bij een poel: nijlpaarden. Ook een jong ligt erbij. Ze liggen wat achter takken. 

Tegen negenen doen we een grote rustplaats aan. Hier kunnen we ons ontbijt opeten, naar het toilet en er is een winkel waar we o.a. twee boekjes kopen met alle zoogdieren en vogels uit het park met afbeeldingen. Ik koop ook de ZA variant, die nog meer info geeft. Daaruit komen ook de genoemde cijfers. Er staat ook een scorelijst in. Kijk, nu zijn we als echte toeristen op safari. Aankruisen wat we gezien hebben. Uiteindelijk zien we natuurlijk maar een fractie van wat er allemaal op de lijst staat, maar ik ben niet ontevreden. 

Als we de Sabierivier oversteken zien we een nijlkrokodil. Een flinke maat. Zo langzamerhand zien we nog wel beesten maar geen nieuwe soorten meer. Of het mocht de bromvoël zijn. Een zwarte loopvogel met helrode konen en een indrukwekkende snavel. En bavianen. Weer een nijlpaard, nu op de rotsen bij het water en mooi in beeld te brengen. Als ik mijn foto’s bekijk, ben ik blij dat we in deze tijd zijn gegaan. Veel dieren zouden anders helemaal of deels achter het groen verborgen gebleven zijn. A bevestigt dat. Bovendien, zegt hij, trekken de dieren straks als het flink geregend heeft weg van de rivier, want dan vinden ze overal weer water. Nu rijden wij eigenlijk maar een klein parcours rond de Sabie-rivier. In totaal leggen we vandaag 70 km af, en daar doen we de hele dag over. Als je het afzet op het hele park, dan zien we misschien 2% of zoiets. Om het hele park te zien, moet je op eigen houtje gaan en er minstens een week voor uittrekken. Dat zou me trouwens best wat lijken.

Na het ontbijt gaan we verder op jacht. Tot de lunch zien we eigenlijk voornamelijk meer dieren van de soorten die ik al genoemd heb. Soms staan we echt een tijdje te wachten en te turen, want A heeft zo zijn plekken waarvan hij weet dat bepaalde dieren er zitten. Hij heeft een heel scherp oog voor wild. 

We lunchen op een groot ‘hoofkamp’ waar een restaurant is en nog meer voorzieningen. Er is een warm buffet, dat er wel ingaat, na zo’n lange ochtend. Riet komt wat later aan want die rijdt in de andere jeep mee. Zo krijgen we misschien meer verschillende foto’s en meer gespreide kansen om de Big Five te zien: leeuw, buffel, olifant, neushoorn en luipaard. Deze dieren worden trouwens zo genoemd, niet omdat ze de grootste zijn, maar omdat ze het lastigst te schieten waren, vroeger. De leeuwen en een luipaard ontbreken vooralsnog aan ons lijstje. Op de luiperd hebben we ook niet veel kans gezien de kaart bij het kamp, waarop alle gespotte dieren van gisteren en vandaag met gekleurde spelden zijn aangegeven. Het luipaard staat er niet eens bij. Bij dit kamp zien we in de rivier een nijlpaard, helemaal boven water, dus een mooi plaatje. De neushoornvogel scharrelt hier ook weer rond in de takken. En apen, natuurlijk. Sommige mensen kunnen het niet laten de beestjes te voeren. Jammer. Personeel komt het algauw verbieden maar dan is de aap al weg met een appel en een stuk brood. 

Als we na de lunch weer aan boord van de Landrover geklommen zijn, gaat A er als een speer vandoor. Kennelijk heeft hij op de radio iets doorgekregen. En ja, na een paar minuten stevig doorrijden, zien we een opstopping van auto’s. Daar moet iets te zien zijn. A manoeuvreert de auto ertussen en ja hoor! Daar staat het luipaard, niet ver van de weg maar wel tussen de bomen en struiken. Gelukkig dat die nog tamelijk kaal zijn! Ik zit in een positie dat ik ook de kop van de luiperd goed in de lens krijg. Wat een geluk. Ik maak een stuk of wat foto’s. Hij staat er goed op. Even later trekt het beest zich terug, tientallen fotografen teleurgesteld achterlatend. Tja, je moet maar net in de goede positie staan/zitten om een mooie foto te kunnen maken. Luipaarden zijn er 1000 in het park (in 2003). 

Daar onder bij die millies bij die groene doringboom

En even daarna is het raak voor de leeuwen. Er liggen een stuk of vijf, zes leeuwen waaronder een mannetje met indrukwekkende manen aan de andere kant van de rivier in de schaduw. Het is namelijk flink warm geworden. Eerst moeten we goed kijken om ze te kunnen onderscheiden:  ze hebben dezelfde kleur als het zand waarop ze liggen en dan in de schaduw. Maar als ik eenmaal weet waar precies ik moet kijken (ik mag A’s verrekijker even gebruiken), zijn ze zeker door de 250 mm telelens heel goed te zien. Onze dag is eigenlijk al goed. 

Zebra’s. Die ontbreken nog. Op een zwart geblakerd stuk land staan er ineens drie vlak bij de weg. Toch ook heel mooie dieren. Het zijn de wat grover gestreepte Kaapse zebra’s, of Burchell’s zebra. De Grevy-zebra die ik in Kenia nog wel eens zag, met zijn fijne streepjes,  komt hier niet voor. Verder nog mooie plaatjes van giraffen met impala’s, een giraffe die geniet van de malse nieuwe spruiten aan de acacia, die met die enorme scherpe doorns. Bavianen. Blauwaapjes. In een grote poel zitten drie nijlpaarden. Soms komt er wat boven water uit en klikken alle digitale sluiters. 

Het landschap is gevarieerd. Veelal vlak, met lage begroeiing, soms met bomen ertussen. De boom die in volle bloei staat als wij er zijn, is de knoppiesdoringboom. Het is een boom met een flinke kruin die heldergeel bloeit met een bloeiwijze die aan gele wilgenkatjes doet denken. Hele vlakken zijn er in het landschap geel door gekleurd. Een prachtig gezicht. Overigens merkwaardig dat doringboom een begrip is dat ik al meer dan een halve eeuw ‘ken’ (namelijk uit het in mijn jeugd op de Nederlandse radio populaire ZA volksliedje ‘Sarie Marijs’) maar tot nu toe had ik er geen beeld bij. Nu, vijftig jaar later, weet ik dus eindelijk hoe een doringboom eruit ziet. 

We rijden terug naar de lodge. Natuurlijk krijgen de chauffeurs een tip. Hoeveel dat moeten we per auto uitmaken. Gevolg is dat de ene auto flink guller is dan de andere. Oorzaak hiervan is dat onze RL weigert een centrale fooienpot in te stellen. Tja, ik en  velen met mij hebben het idee dat RL vooral ook zelf op vakantie is. 

We hebben een goede dag gehad, vindt A ook. Met die olifantenkudden, de leeuwen, de luipaard en de gevlekte hyena. Van de laatste twee zijn er in het hele park resp. maar 1000 en 2000. We zijn dik tevreden. We hebben heel veel mooie foto’s gemaakt. 

’s Avonds hebben we weer een heerlijk buffetdiner. Hoewel we de hele dag hebben gezeten, zijn we toch moe. Moe van alle indrukken, van de wind en de hete zon. 



 

 

 

 de auto's staan 's morgens al vroeg klaar

 de zon komt net op

 

 al snel zien we een neushoorn

 nyala, daarvan zijn er vrij veel

 eenzame gnoe of wildebees

 parelhoen in verbrande omgeving

 olifanten, ze komen nog véél dichter bij

 ik zat naast de chauffeur

 impala's zijn zeer talrijk

 Zuidelijke geelsnaveltok. Neushoornvogel. Geelbekneushoringvoël. Hij luistert naar al deze namen. 

 wrattenzwijn

 

 

 

 kleine kudde giraffen

 

 

 buffel, een van de gevaarlijkste dieren van ZA

 bosbok, met zijn witte vlinderdasje en karakteristieke witte vlekjes op de flank

 gevlekte hyena, normaal een nachtdier

 

 olifanten zijn slopers

 als de chauffeur de deur opent
wordt de stier een beetje geagiteerd

 hij laat zijn gezag gelden

 een hele kudde met een kleintje

 dit is het jong

 nijlpaarden aan een stroompje

 nijlkrokodil

 

Zuid-Afrikaanders noemen dit een bromvoël.(bromvogel). Eng.: Ground hornbill. Hij leeft voornamelijk op de grond. Hij is wel zo groot als een kalkoen

Een baviaan. We zien ze nog vaak op deze reis. Ik heb het er niet zo op. Toen ik in Kenia in de bush kampeerde, trokken ze ritssluitingen van tenten open als ze erachter iets eetbaars vermoedden, al was het tandpasta. Apen zijn trouwens vaak vervelend. Op Sri Lanka gapte een 'heilige' aap bij een tempel de sleutels uit mijn broekzak.  Maar op een afstand zijn ze leuk.

 

 bijeneter

 pauze; hier mag je van de auto af

 

 neushoornvogel

 luipaard

 groepje leeuwen in de schaduw

 iets beter zichtbaar...

 gazellen en giraffes

 

 zebra's in afgebrand land

 

 

 

 

 

naar boven