Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Tafelberg, Kirstenbosch Gardens, Constantia wijngoed, wandeling naar het VOC-kasteel Van de Goede Hoop, dineren in de ronddraaiende Ritz

Hits: 70404

Artikelindex

 

Tafelberg, Kirstenbosch Gardens, Constantia wijngoed, wandeling naar het VOC-kasteel Van de Goede Hoop, dineren in de ronddraaiende Ritz zaterdag 9 oktober

 

De nog beschikbare tijd telt nu heel snel af. Morgennacht vliegen we al. 

Onder het ontbijt turf ik wie er allemaal definitief mee willen naar RE. Ik kom op 14 mensen. R licht ondertussen RL in omdat we het toch ook niet stiekem willen doen. Meteen zegt ze dat zij dan wel zal bellen. Ik baal ervan, maar we kunnen moeilijk zeggen: bemoei je er vanaf nu niet meer mee. In de bus vertelt ze dat het niet gelukt is. We besluiten om het vandaag toch nog weer te proberen via de tourdesk. De groep die meewil, zal dan wachten bij de balie, dan kunnen we eventueel meteen alles afspreken. R komt over een traptrede te vallen in de eetzaal. Languit. Gelukkig valt het nog mee maar ze heeft wel een paar dagen een pijnlijke arm en ribben.

Eerst naar de Tafelberg. De enorme berg van ca. 1000 m hoog beheerst het panorama overal in de stad en het moet fantastisch zijn om daarboven de stad en het schiereiland te kunnen bekijken. We treffen het: het is vandaag kraakhelder weer, zonnig en bijna windstil. Vanuit het raam van ons hotel zie ik ’s ochtends de berg al scherp afsteken tegen de staalblauwe lucht. De bus zet ons af bij de kabelbaan. We moeten zelf de kaartjes kopen (360 R voor twee). De draaiende gondel is een sensatie op zich. Zodra de bijna loodrechte tocht naar boven begint, gaat de ronde gondel om zijn as draaien. Hij draait de volle 360 graden tijdens de rit naar boven. Zo krijg je het hele panorama te zien. De vloer draait, maar de ramen niet en het middenstukje van de cirkel ook niet. Je kunt dus niet leunen tegen de wand. Het uitzicht is adembenemend. Boven wandelen we anderhalf uur rond op het plateau. Ook hier sublieme vergezichten. Je kunt heel ver kijken door de droge heldere lucht. Een paar jongens van Abseil Africa treffen voorbereidingen om via touwen naar beneden te gaan. Het duurt te lang om te kijken hoe ze het doen. Alleen al om te zien hoe ze zich daar op dat kleine stukje uitstekende rots bewegen geeft me klamme handen. Op hun bord staat: No experience required. Just a bit of insanity. Ik heb geen van beide en daar wou ik het maar bij laten. 

Ook op de uiterste punten van de rotsen zitten op hun dooie gemak de knaagdieren die we al vaker zagen: de dassies. We maken veel foto’s. Van de uitzichten, van de struiken en planten en bloemen, van de stad beneden, en de omringende stadjes, van het stadion, van Robbeneiland. Er is veel te zien. Precies tegen tien uur zijn we weer beneden. 



 

 

 

 

 naar de Tafelberg

 

  Signal Hill

 dassies zonder hoogtevrees

 WK stadion

 Robbeneiland

 de City

 

 

 

 



 

Paradijselijke tuinen van Kirstenbosch

De Kirstenbosch National Botanic Garden is in 1902 door Cecil John Rhodes aan de staat nagelaten. De stichting die de tuinen in 1913 in handen kreeg, bestemde de 5,3 km2 voor inheemse planten. Overigens is het overgrote deel niet gecultiveerd maar bedekt met fynbos en bos. Fynbos is te vergelijken met de garrigue en maquis in Frankrijk. Van augustus tot november is het lente in de tuinen en laten ze spectaculaire bloementapijten zien vergelijkbaar met die in Namaqualand aan de westkust. Eerst krijgen we een uur om hier rond te kijken. Na gemor uit de groep maakt RL er anderhalf uur van. Ook dat is kort, want dit is een plek waar je gemakkelijk een hele dag door kunt brengen. En als je wat doorloopt maar je wilt wel alles zien, heb je aan anderhalf uur lang niet genoeg. Maar goed, na een snel kopje cappuccino in het restaurant gaan we op pad naar het verste punt met de vele Protea-soorten. Van daar kunnen we dan rustig teruglopen en kijken hoe we de schaarse tijd het beste kunnen verdelen. 

De Protea / suikerbossies zijn nu op hun mooist hier. In alle stadia van knop tot bloem zijn ze een feest voor het oog. Zoveel soorten zijn ervan. Er zijn prachtige foto’s te maken omdat je vaak de donkergroene berghellingen als achtergrond kunt nemen. Het is warm en zonnig met een verfrissend windje. Heerlijk wandelweer. We komen dan ook al snel aan de tijd. Wat een lusthof, wat een paradijsje. De ZA mevrouw die ik in het vliegtuig naar Nederland sprak en die vlakbij de tuinen woont, mag zich ondanks haar bedenkingen betreffende haar land toch een bevoorrecht iemand noemen, vind ik. Als je hier toch je dagelijkse wandeling kunt maken! Als we weggaan, zien we ook groepen jongeren en gezinnen met kinderen met picknickspullen zich installeren op de grasvelden. Dat kan ook allemaal hier. Schitterend, in een woord.

Maar wij moeten weer verder, naar de uitgestelde wijnproeverij. Die gaan we meemaken op het Constantia landgoed. Een grote naam in wijnland. Ook dit landgoed is gesticht door de alom ‘aanwezige’ Simon van der Stel in 1684. Wij krijgen niets van het huis en de wijngaarden te zien, ons bezoek blijft beperkt tot de wijnproeverij. Op zich prima, maar het huis van Groot Constantia is wel fotogeniek als ik het zie op plaatjes. We nemen plaats aan tafels en genieten eerst van een smakelijke witte, vervolgens van een matige rosé (ik ben ook niet zo’n liefhebber meer van rosé), een straffe Shiraz, die niemand lekker vindt behalve ik geloof ik, en een volle ronde en gemakkelijk drinkbare combinatie van 4 druivensoorten uit 2006. De laatste is de duurste. Van de Shiraz en van de laatste zou ik wel een paar flesjes hebben willen meenemen als we met de caravan waren. Nu kan dat uiteraard niet; bovendien kun je alle ZA wijnen tegenwoordig in Nederland kopen en beslist niet duurder dan hier... Het glas mag je wel kopen maar daar zien wij van af. We zien de scherven al uit de koffer komen. 

Buiten maken we twee groepsfoto’s op mijn camera. Een medewerker van de zaak wil de foto’s wel nemen. Een voor de deur en een in de zon voor het grote wijnvat. Ze zijn goed geworden en intussen verspreid via Picasa. 



 

 

 protea

 aloë

 speldenknop-protea

  wat een soorten zijn er!

 fynbos

 

 



 

Wie is de reisleider

Intussen is het half twee geworden en gaan we terug naar het Capetonian hotel. Daar staat gelukkig weer onze bekende baliemedewerkster die ons al herkent. Ze pakt de telefoon, belt met de desk van Robbeneiland. Ze steekt al snel haar duim op. Voor morgenvroeg negen uur kan ik op mijn creditkaart reserveren voor 14 personen. Dat doen we dus. De groep staat achter ons te wachten en is blij dat het toch gelukt is. RL staat ook achter mij en zij is niet blij, om maar eens een understatement te gebruiken. Zij verklaart er niets van te begrijpen. Ik zeg dat ik het de hele reis al niet begrijp maar dat het resultaat telt. Het vriendelijke meisje achter de balie legt uit. ‘Touroperators’, zegt ze, ‘blokkeren voor hun klanten een bepaald aantal kaartjes. Uiteindelijk gaat niet iedereen mee en die kaartjes komen weer op de markt en die heeft meneer net gekocht.’ Waarmee eens te meer is aangetoond dat reserveren dus wél had gekund. Wij zijn wel blij met deze afloop; we hebben dus terecht de hele reis volgehouden dat we niet geloofden in de onmogelijkheid om te reserveren waarover RL het steeds had. Ik regel meteen ook twee gratis shuttlebusjes van het hotel die ons veertienen naar het V&A Waterfront zal brengen. Vertrek om acht uur. Ik krijg van de baliemedewerkster een kaartje met een referentienummer waaronder de boeking is gedaan en de naam van degene die de boeking maakte. Hoe moeilijk kan het zijn?! denkt iedereen. R en ik worden zo ongeveer tot alternatieve reisleiders gebombardeerd. Onzin, maar het is wel leuk dat de groep onze activiteit waardeert. 

We gaan even naar onze kamer, even opfrissen. En dan de stad in. Vlak bij het hotel is een keurige snackbar waar we net voor sluitingstijd (drie uur) een lekkere tuna-sandwich eten. Het zwarte personeel is erg aardig en belangstellend. Waar komen we vandaan, wat gaan we doen. Via via lopen we naar het station. We worden even de weg gewezen door een parkeerwachter die heel vriendelijk is en zelfs wel wil meelopen naar het kasteel. We snappen zijn bedoeling en bedanken vriendelijk en geven hem een paar Rand voor de moeite. We hebben een plattegrondje bij ons en vinden zelf de weg ook wel. We moeten over het station heen, langs het busstation waar je geen witte mens ziet. Het krioelt er van de taxibusjes, dé manier waarop veel zwarten zich in dit land verplaatsen. Sommigen zullen dit een uiterst gevaarlijke omgeving vinden, maar niemand neemt enige notitie van ons. Ik houd mijn cameratas wel vast voor de zekerheid. We moeten wat omlopen omdat er een stuk plein opgebroken is. 

We komen langs een lange rij containerwinkels. Veel kappers die het heel druk hebben op deze zaterdagmiddag en veel fastfood tentjes. Allemaal gevestigd in een soort metalen container. Allemaal exact gelijk. Het ziet er netjes uit. Nergens een witte mens te bekennen, behalve wij. Maar ook hier: geen enkel probleem. Dan zijn we ook al vrij snel bij ons doel: het kasteel van oorspronkelijk Jan van Riebeeck en de VOC. Dat monogram met de grote V en de O links- en de C rechtsboven, zie je op veel plaatsen opduiken. Iziko, Kasteel van de Goede Hoop, heet het complex. We hebben nog tijd om het museum te bekijken; dat sluit om vier uur. Jammer dat je er geen foto’s mocht maken. Er is een zaal met een lange tafel met 50 stoelen waaraan ontvangsten werden gehouden. We dwalen rond over het redelijk uitgestrekte terrein. In een vleugel zijn kunstenaars zich gaan vestigen. Ik zie er heel aardige portrettekeningen van ‘Madiba’ Nelson Mandela. Ik zou er graag een gekocht hebben maar van dat kraampje is nou net de eigenaresse niet aanwezig. De buurman kan er me geen verkopen. Jammer. Ook hier in het fort lijkt de Tafelberg heel dichtbij. 



 

 

 VOC-kasteel

 

 

 

 

 

 

 


 

Suikerbossies maar bittersweet

We lopen weer via het station en een winkelcentrum terug naar het hotel, waar we alvast de koffers klaar maken, want die moeten morgenvroeg klaar zijn voor de vlucht terug naar Nederland. 

’s Avonds gaan we voor het afscheidsdiner met de bus naar het Ritz-hotel in een andere wijk. Dat hotel heeft een roterend restaurant op de bovenste verdieping. Van daaruit heb je een mooi uitzicht over de stad en de waterkant, waar nu alle lichtjes aangaan. In twee uur ben je net een keer helemaal rondgedraaid. RL en de chauffeur komen bij ons aan tafel te zitten. RL kan er nog niet over uit dat wij binnen vijf minuten een Robbeneiland-excursie regelden en probeert mij ervan te overtuigen dat ze echt haar best heeft gedaan. Ik weet niet wat ik moet geloven; voor mij telt het resultaat. Ik merk op dat ze maar eens een stevig gesprek met haar bureau moet hebben. Dat functioneert kennelijk niet. Ik heb langzamerhand mijn buik goed vol van deze dame. En dat zal ze ook wel gemerkt hebben. Maar ze maakte het er ook wel naar. We hebben nog nooit op een reis problemen gehad met een reisbegeleider, maar deze stapelt wel fout op fout. 

Het eten is prima. Vooraf rösti van mie met gerookte zalm, als hoofdgerecht heb ik een mals stukje springbok met een pittige pepersaus en chocolade crème brulé na. De chauffeur vertelt van de Namibië-reis die hij uit ervaring kent. Met Djoser, die is goed, zegt hij. Vier sterren reis. Misschien iets om te onthouden want Namibië trekt ons wel. Wat het afscheid betreft: De RL en de chauffeur is in de bus al een envelop aangeboden. Zonder toespraakje. Vanavond wordt er ook door niemand iets gezegd of geëvalueerd. Beetje kaal. De afscheidsavonden in Vietnam en China hadden meer klasse. 

Ik bedenk vanavond de titel voor mijn reisverhaal. ‘Suikerbossies’ omdat het zulke bijzondere bloemen zijn en zo typerend voor dit land. ‘Bittersweet’ omdat het een heel mooie reis was maar met toch wel meer tegenvallers dan me lief is. Bitter en sweet staat ook voor dit land dat enerzijds van een grote schoonheid is, en anderzijds een bittere geschiedenis heeft en ook het heden is voor veel mensen heb ik de indruk bitterzoet of zelfs alleen maar bitter.  En niet bitterzoet in het Nederlands, maar in het Engels bittersweet, omdat dit de taal is die men hier spreekt: in één zin Afrikaans en Engels door elkaar. 



 

 

 

 

 

naar boven