Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Naar Oudshoorn, een struisvogelfarm en een struisvogelstad

Hits: 70388

Artikelindex

 

Naar Oudshoorn, een struisvogelfarm en een struisvogelstad                             dinsdag 5 oktober

Vandaag een heel mooie route, via Wilderness, George en de Outeniqua pas. Er zitten nogal hoogteverschillen in, maar we zien ook de zee. Bij George mogen we even foto’s maken van de kustlijn. Een deel van de helling is ingestort op de spoorlijn en die is nog steeds niet hersteld. Op een helling in de buurt staat ook een prachtig huis, dat langzaam wegzinkt in de afbrokkelende ondergrond en op een gegeven moment in de afgrond zal storten. De verzekering wil niet eerder betalen dan wanneer het huis ook echt vernield is. Ben je mooi klaar mee als huiseigenaar. Verzekeraars… Ze lenen je voor veel geld een paraplu en zodra het gaat regenen, vragen ze hem terug. 

Kleine Karoo

Na de Outeniqua pas verandert het landschap drastisch. Eerst groen en sappig, dan bruin en droog. We rijden dan door de Kleine Karoo. We zien dan vrijwel meteen ook de eerste struisvogelfarms. De grond is hier bedekt met kleine steentjes die voëlstruise inslikken om hun spijsvertering te helpen. Na Oudshoorn, dé struisvogelstad, dat we eerst door rijden om straks naar het hotel te gaan, komen we bij de Cango Ostrich Farm. Hier is het landschap overigens wel weer aardig groen en vochtig. De farm is erop ingericht groepen te ontvangen. We krijgen eerst, na een kop koffie, even een korte theoretische inleiding. Vroeger werden de vogels vooral gehouden om hun veren. In Europese modehuizen werd er graag gebruik van gemaakt en er werd flink voor betaald. Toen de veren uit de mode raakten, raakte ook de struisvogelindustrie in het slop, maar nu draait deze weer op volle toeren want er is vooral vraag naar het vlees en het leer. Het vlees smaakt meer naar rundvlees dan bij voorbeeld naar kip, en het ziet er ook roder uit. In de winkel worden spullen van het leer van de vogels verkocht. Die tassen e.d. zijn heel duur. Dan mogen we de broedmachines zien. De man neemt er een ei uit dat op uitkomen staat en liefhebbers mogen het even vasthouden. Het koppie komt er al bijna uit. Foto’s maken natuurlijk.

En dan buiten. We zien hoe de beesten gehuisvest zijn, wat ze eten, hoe ze hun lange nek kunnen draaien. Ongelooflijk soepel gaat dat. De vogel kan zijn nek plat op zijn lijf leggen. Een dame uit de groep wil wel rijden op een struisvogel. Het beest krijgt een kap over de kop, wordt in een stellage gezet, dan neemt de ruiter plaats met de handen aan de vleugels. Dan de kap van de kop… en het beest gaat er als een speer vandoor. Twee oppassers rennen mee om al te grote ongelukken te voorkomen. Gelukkig loopt het allemaal goed af. Niemand heeft verder behoefte om dit staaltje struisvogelruiterkunst na te doen. Voor de beesten zelf schijnt het ook niet bepaald leuk te zijn, lees ik in een reisgids. Verder laten een paar mensen hun nek masseren door de vogelnekken. Je moet dan een emmer met voer voor je borst houden en met de rug naar de omheining gaan staan. De vogels gaan dan aan beide kanten van je hoofd met geweld de emmer met voer te lijf, zodat het voer alle kanten opspat. "Leuk"! We mogen ook op een paar eieren staan. Ja, als de druk goed verdeeld is, kan zo’n ei heel veel hebben. Maar dat geldt, hoewel in mindere mate natuurlijk, ook wel voor een kippenei. Maar deze schaal is enkele millimeters dik dus die is heel sterk. Toch breekt het kuiken er door dus zo’n klein ukkie heeft dan al heel wat kracht. 

In het winkeltje koop ik een petje voor de buurman en R koopt twee pakketjes met zaden van de Protea, in dit geval de prachtige rode variant van de suikerbossie-struik. Dat zou leuk zijn als die zaden uitkomen. Tegen de middag checken we in in het hotel in het stadje Oudshoorn. We hebben een mooie ruime kamer. Nadat we ons geïnstalleerd hebben, wandelen we het stadje in. Eerst maar eens lunchen. We zien een heel leuke gelegenheid. Het is een B&B en het heet Nostalgie. ‘De charme van de oude werelt’, staat er op het bord. Binnen en buiten is de sfeer inderdaad nostalgisch door allerlei attributen van vroeger. De bediening is ook ouderwets vriendelijk en gemoedelijk. Ik wil nu wel eens een lekkere struisvogelbiefstuk eten en dit restaurant maakt reclame met ‘de beste voëlstruissteak’ van het stadje. Nou, ik heb geen vergelijkingsmateriaal behalve dan mijn mislukte steak in Knysna, maar dit is subliem. Twee ons heerlijk mals en smakelijk vlees met een goed passend sausje erbij. Glaasje rode wijn erbij. We zitten op het terras in de schaduw en we genieten. R heeft een home made kudu pie die ook heel lekker is. Dit is vakantie. Een hele middag voor onszelf, goed eten en een leuk plekje. We zitten er een hele poos.Ik bezoek het toilet, helemaal achter in de tuin is dat. Een apart huisje met een soort nostalgische poepdoos zoals heel vroeger, maar nu met waterspoeling, dat dan weer wel gelukkig. Op de stortbak zit een briefje: ‘Sorg dat die knop uit is sodat water nie loop, groot asseblief’

Museum voor struisvogels

We wandelen verder door het stadje en brengen een bezoek aan het C.P. Nell Museum. Dat is gevestigd in een oude jongensschool, die opgetrokken is van zandsteen. Mijn Capitoolgids noemt het ‘een van de mooiste voorbeelden van natuursteenmetselwerk in ZA’. Binnen is de geschiedenis van de struisvogel en van Oudshoorn belicht. Er is ook een compleet ingerichte apotheek. We hebben daar al wat foto’s van gemaakt als een mevrouw de deur van de glazen wand van de apotheek opent en wat gaat afstoffen. We vragen of we binnen mogen voor wat foto’s. Natuurlijk mag dat, zegt de mevrouw vriendelijk. Zo is er ook een bankkantoor en een nagebouwde synagoge. Er staan een paar zeer oude auto’s en rijtuigen waaronder een echte oude ossenwagen waarmee de Voortrekkers gereden hebben. 

Voor de entree van 15 Rand kunnen we ook nog het La Roux Town House bekijken. Ook daar wandelen we naartoe. ‘Lui asseblief deurklokkie, Klop asseblief wanneer daar ’n kragonderbreking is’, staat er op een briefje bij de bel. Het zwarte meisje dat ons ontvangt, is wat zenuwachtig. Ze is alleen en is hier vandaag voor het eerst, zegt ze in het Engels. ‘Don’t worry, we ‘re here also for the first time, zeg ik en dan is het ijs gebroken. We zijn vandaag de eerste en enige bezoekers volgens het gastenboek. Toch is het leuk om te zien hoe een rijke Afrikaner familie in het begin van de vorige eeuw woonde in deze stad. Het is een voorbeeld van een ‘verenpaleis’ zoals er hier meer staan in Oudshoorn. Van buiten mooie gevelversiering van witgeschilderd gietijzer, een torentje met gietijzeren decoratie. Van binnen is veel nog uit vervlogen tijden tot zelfs de knopjes van het elektrisch licht. We keren nog even terug naar B&B Nostalgie want we hebben zin in een smakelijke cappuccino. In de kleine voortuin zitten we weer te genieten. Dan nog even naar de bank voor weer een rantsoentje Randen. Het is vandaag lekker weer maar wel aan de warme kant. 



 

 

 

 

 mooie route, via Wilderness, George en de Outeniqua pas

 

 pas vanuit de bus

 landschap na de Outeniqua-pas, genomen uit de rijdende bus

 

 richting Oudshoorn

We zijn in de Kleine Karoo. Hier zijn veel struisvogelfarms zoals deze. Na passeren van de waterscheiding is het landschap ineens droog en bruin.

 

 


 

Bezoek Struisvogelfarm

 jonge struisvogel  nog in het ei

 jonge struisen

 

 de kop is alleen maar bek

 

 rennen op een struisvogel

 medewerker doet voor hoe het moet

 nekmassage

 sterk zijn de eieren

 


Het struisvogelstadje Oudshoorn

 't fraaie stadje Oudshoorn

 

er is nog wat over van de vroegere rijkdom

 gezellige B&B/ restaurant

 met uitstekende struisvogelbiefstuk

 museum/ ingericht woonhuis van 
een struivogelverenhandelaar 

 Lui asseblief die deurklokkie

Klop asseblief wanneer daar 'n kragonderbreking is    Mooi hè, dat Afrikaans

 museum van Oudshoorn 

 broedmachine voor struiseieren

 ossenwagen grote trek

 

 buiten zijn veren te koop

 

 

 

naar boven