Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Inleiding:

Hits: 70400

Artikelindex

 

INLEIDING

Civil war

In het vliegtuig van Kaapstad naar Schiphol zit ik naast een Zuid-Afrikaanse dame van mijn eigen generatie. Eerst lijkt ze wat stug maar als we om één uur ’s nachts zitten te prikken in een soort pasteitje van vlees en groente, breekt het ijs. Ze woont in Cape Town vlak bij de Kirstenbosch Gardens. Als ik vertel dat mijn vrouw en ik daar eergisteren waren en het een van de hoogtepunten van de reis, ja zelfs een paradijselijk stukje aarde vonden, is ze zichtbaar verguld. Ze bekent dat ze er zelf minstens twee keer per week komt. ‘Iedere keer is het anders; het licht, de bloemen, de berg. I love Kirstenbosch.’ Ze is getrouwd met een medisch specialist en spreekt Engels met een Brits accent. Ze glimlacht als ik vraag of haar voorouders uit Engeland kwamen. ‘Ik ben Russisch’ zegt ze met een ironisch lachje. Haar voorouders waren joden uit Letland die begin vorige eeuw naar Zuid-Afrika kwamen. Na de opleiding van haar man als arts ( ‘toen was die opleiding nog uitstekend’) woonden zij en haar gezin vijf jaar in Southampton en daarna vijf jaar in New York. Nu zijn ze weer terug op de plek die ze nog als ‘thuis’ beschouwt. ‘Maar als ik zie wat er de laatste jaren gebeurt, ben ik er niet zo zeker van dat we de goede beslissing namen’, zegt ze zorgelijk. ‘Misdaad is een van de grote problemen’, vertelt ze. ‘Twintigduizend moorden per jaar in dit land, it’s like a civil war!’verzucht ze. Ik ken het cijfer. De Vlaamse schrijver Rudi Rotthier maakt in zijn boek Het gulle continent (1997) het rekensommetje: 20.000 echte moorden op minder dan 50 miljoen inwoners betekent 1 moord op 2500 inwoners. Overgezet naar mijn lokale situatie zou dat betekenen, dat er in ons dorp elk jaar iemand vermoord zou worden. En in de dichtstbijzijnde stad elk jaar ongeveer 20 moorden. Jaar in, jaar uit. Onvoorstelbaar. In het land dat nu snel onder mij wegschiet is het realiteit. 

Huizen als vestingen

Ik vertel dat mijn vrouw en ik met de camera op de buik van ons hotel naar het Castle, het kasteel van de VOC, gelopen zijn, via het trein- en het busstation. ‘And without being robbed!’zegt ze, alsof we een prestatie hebben geleverd. Tja, zeg ik, ik voelde me niet onveilig. Misschien een beetje naïef, maar je moet ook zelfvertrouwen uitstralen. Toch? Ze vertelt hoe ze wonen. ‘Toen we voor de eerste keer beroofd werden, schaften we een alarminstallatie aan. Toen we weer beroofd werden, kwam er mesjesdraad over de schutting en de buren zijn intussen bezig zich met elektrisch draad te beveiligen. It is building up, I mean: where is the end?’ Ik weet het, ik ken de getallen, ik zag overal de vestingen die woningen waren. Armed Respons belooft het bordje op elk wat duurder huis. Toch heb ik alleen maar aardige mensen ontmoet tijdens deze tocht. Nu is deze manier van reizen ook niet echt geschikt om het wezen van een land te ontdekken, natuurlijk. Ruim drie weken tijd tot je beschikking, van hotel naar luxe hotel, in een airco bus, in een groep met een gids/reisleider. Een vastgesteld, vol programma. Toch doe ik een poging om iets meer van dit land te ervaren dan ‘alleen’ de min of meer obligate toeristische hoogtepunten. Ik heb me voorbereid. Ik heb gesproken met diverse mensen, over hoe zij hun land zien. Maar ik raak steeds meer in verwarring. Deze zachtaardige, menslievende vrouw die zielsveel van haar land en vooral van Kaapstad houdt, brengt mij in verwarring met haar koele constateringen. Ze houdt van haar stad; ze schudt haar hoofd als ze hoort dat wij ‘maar’ drie dagen in haar stad verbleven. ‘Je moet terugkomen en dan langer blijven.’ Wat hebben we gemist dan, behalve Robbeneiland, vraag ik. Ben je op de Tafelberg geweest? Ja. Het Two Oceans Aquarium? Ja. De pinguïns van Simonstown? Ja. Het Kaapse schiereiland ten zuiden van Kaapstad? Ja. ‘Kom dan gewoon nog eens en kijk rustig rond, wandel, proef, laat de stad op je inwerken. Het is een van de mooiste steden ter wereld.’ In ieder geval schijnt het een van de mooist gelegen steden te zijn. Dat we Robbeneiland toch op de valreep nog misten door het slechte weer, vindt ze niet verwonderlijk. Er is daar volgens haar sprake van mismanagement. ‘Ze hebben heel veel geld gekregen en kijk wat ze ervan maken. Nu ligt een boot al meer dan een week stil omdat het onderdeel uit Duitsland moet komen.’ Klopt, dat hebben we gelezen in dagblad Die Burger. ‘Zoals overal in dit land gaat het geld naar de zakken van corrupte mensen. Iedereen kent Mandela, wat een goudmijn zou Robbeneiland kunnen zijn,’ verzucht ze. Toch vraag ik me af of ik haar in alles kan geloven. Op mij maakte de organisatie van Robbeneiland juist een efficiënte indruk. En de bediening was niet alleen efficiënt maar ook heel vriendelijk en geduldig. Zit er in dit soort klachten ook niet iets in van: nu de instituties in handen van zwarten zijn, is het –per definitie- minder dan vroeger. Zo ongeveer als bij ons mensen heilig geloven in het verhaal dat linkse mensen potverteerders zijn of dat rechtse mensen alleen op eigen gewin uitzijn. Stereotypen, vooroordelen. Ik ben altijd geneigd de nuancering te zoeken. Als je je kunt veroorloven een huis te hebben vlak bij Kirstenbosch, heb je in dit land het niet slecht, denk ik. En gezien de exuberante tegenstellingen in woonsituaties die ik in dit land constateerde, zou een zekere herverdeling van de welvaart niet onrechtvaardig zijn. En misschien wat van de huidige spanningen kunnen wegnemen. 

Ik vraag of ze Nederland gaat bezoeken. Nee, ze is op weg naar haar kinderen, die in de Verenigde Staten en Canada wonen. Die wilden niet in Zuid-Afrika blijven. Ze kent in haar omgeving geen bevriend gezin of er zijn kinderen van geëmigreerd. Naar de genoemde landen of naar Australië. Ik zeg dat dat toch zonde is voor het land. ‘Certainly, its a brain drain’, zegt ze. Ik vraag hoe ze de toekomst ziet met het oog op dit alles. Ze slikt even, zucht en kijkt me aan en zegt alleen maar: ‘Bad.’ De cabinelichten dimmen, we gaan proberen om wat te slapen. 

Wat is dit voor een land daar beneden in de duisternis, denk ik nog. Kan ik als buitenstaander iets begrijpen van dit land? Laat ik in ieder geval oppassen met gemakkelijke oordelen vanuit ons comfortabele Nederland. En vanwaar komt het dat ik me zo bij dit land betrokken voel? Ik denk dat het antwoord daarop te vinden is in de verwante taal en in de cultuur waarin wij Nederlanders vanuit de geschiedenis een niet geringe inbreng hebben gehad. Het is een merkwaardige sensatie om op 9000 km van huis je te kunnen uitdrukken in je eigen taal en begrepen te worden. 

Vulkaan

Dat de toekomst niet rooskleurig is, las ik onderweg in het exemplaar van Die Burger van maandag 4 oktober. ‘Leiers bekommerd. Rasse se stryd ‘soos ’n vulkaan’ kopte de krant. (Leiders bezorgd, de strijd tussen de rassen is als een vulkaan.) De onderliggende rassenspanning is als een vulkaan die wacht om uit te barsten, heeft de rector van de Universiteit van de Vrijstaat gezegd. Hij en alg. pres. Kgalema Motlanthe  “het albei gesê die visie van ’n nie-rassige nasie wat in die ANC se Vryheidsmanifes omskryf word, het na die oorwinning oor apartheid begin wegkrimp.” Met andere woorden, de natie zonder rassen zoals het ANC die na het afschaffen van de apartheid voor ogen stond, is een illusie gebleken. Het zit hem niet in het beleid, maar in subtiele boodschappen die zwarten naar de witte minderheid zenden. Zoals: “Dis net ’n kwessie van tyd voordat ons jul plase wegvat en aan voorhee benadeelde mense gee.” Zo subtiel lijk mij deze boodschap overigens niet: Het is slechts een kwestie van tijd voordat we jullie boerderijen afpakken en geven aan de voorheen benadeelden. Tja, ik kan me voorstellen dat je als (meestal blanke) boer je dan wel achter je oren krabt als je zoiets hoort of leest. De vraag: heb ik hier nog toekomst? is meer dan gerechtvaardigd.  Anderen nuanceren: niet ras is nu meer de tegenstelling in Zuid-Afrika, maar het is de ‘have’s’ tegenover de ‘have not’s’. Ik vraag me af wat voor een land beter is. 

Criminaliteit, moord, corruptie. Is er nog meer nodig om een land te diskwalificeren? En toch is Zuid-Afrika ook een land met potentie. “Dit land verdient in zijn eentje bijna tweederde van het inkomen voor heel het continent onder de Sahara”, merkt voormalig Afrika-correspondent Bram Vermeulen op in Toubab! (2009). En ondanks alle ellende ontmoet je onderweg een vriendelijke bevolking. Als je ze met een lach of een opgestoken duim tegemoet treedt, is er al gauw respons. Kinderen staan langs de weg te zwaaien naar de bus. Als we een tijdje achter een bakkie (een klein vrachtwagentje of pick-up) rijden, waar in de laadbak in de felle wind en zon een paar mannen zitten, zwaaien ze naar die witten in een luxe bus waar zij misschien nooit in zullen zitten. De een gebaart zelfs dat ik (voorin zittend die keer) een foto van hen moet maken –die ze nooit zullen zien. Vooral in het doodarme Swaziland zwaaien mensen en vooral kinderen opgewekt naar ons. Mensen met wie we een paar meer persoonlijke woorden wisselen, blijken dezelfde vragen en zorgen om bij voorbeeld hun kinderen te hebben als wij ook. Ik denk aan een paar verkoopsters op de Swazimarkt, of de mevrouw bij de Zulushow. Gelukkig ontmoet ik ook blanken die de toekomst niet zo somber inzien. Die begrijpen dat de nieuwe verhoudingen ook een andere houding van jezelf vraagt. Die er geen been in zien dat je Engels maar vooral ook de plaatselijke taal als Zulu of Xosha spreekt. 

Talen

Het leuke is dat de mensen bijna altijd Engels verstaan en spreken. Je kunt dus nog eens wat woorden wisselen die soms net iets verder gaan dan het loven en bieden op een marktje. Met taal is hier trouwens van alles aan de hand. Onze reisleider (voortaan maar RL) spreekt Afrikaans tegen ons. Even wennen, maar als ze niet te snel spreekt is ze goed te volgen. Als ze met de chauffeur spreekt, kan ik het echter nauwelijks volgen. Niet iedere witte spreekt overigens Afrikaans. De mevrouw naast wie ik in het vliegtuig zat, vroeg ik ernaar. ‘Afrikaans’, zei ze met het perfecte accent, maar het misprijzen is onmiskenbaar. ‘Yes, we had to learn it in school,’ ging ze dan ook meteen in het Engels verder. Anderen spreken bij voorkeur Afrikaans, ook tegen zwarte mensen, en dat wordt niet altijd op prijs gesteld. Afrikaans is toch de taal die de zwarten in het verleden gedwongen werden te leren en te spreken. De Sowetorellen waren o.a. hierdoor geïnspireerd. 

Chauffeur tegen rondhangende zwarte bediende van een hotel: ‘Jij moet mij wijs waar ek die bus moet plaas.’ Jongen: ‘I don’t understand.’ (loopt weg). Ch.: ‘Hé! Kom!’ De jongen reageert op dit commando. Ch.: ‘Zie, jij verstaat mij wel!’ 

Soms gebruiken Zuid-Afrikanen drie talen door elkaar: Het Afrikaans, Engels (de algemene voertaal) en de plaatselijke voertaal, bij voorbeeld Zulu of Xhosa. De laatste taal is heel moeilijk uit te spreken vanwege de vele klikklanken. Elke klik klinkt dan ook nog weer anders. Het heen en weer schakelen tussen de talen gebeurt snel en soms binnen een zin. De witte chauffeur van de 4x4 wagen naar de Sani-pas in Lesotho vertelde dat hij in het dagelijks leven voornamelijk Zulu sprak. Tegen mij sprak hij Engels en tegen de andere witte chauffeur weer Afrikaans. ‘Als je in het moderne Zuid-Afrika goed wilt functioneren, moet je de plaatselijke taal spreken’, merkte hij op. Zijn dochter leert op school de drie talen. Hij leek mij een van de best aan de nieuwe situatie aangepaste blanken die ik ontmoet heb. 

Ook dat interesseert me: hoe de blanke minderheid zich opstelt tegenover het nieuwe Zuid-Afrika van na de apartheid, en wat hun nieuwe rol daarin is. Als ik kan, spreek ik mensen aan en vraag ze er gewoon naar. Zoals dat echtpaar bij het Voortrekkersmonument bij Pretoria. Man en vrouw van ca. dertig met twee kindjes. Hij werkend als ‘civil engineer’ aan een waterkrachtdam en zij in de zorg. Ze vinden het een prima land en zouden het niet willen ruilen voor enig ander land. Zij: ‘Het ligt ook wel sterk aan hoe je eigen houding is ten opzichte van de nieuwe situatie. Als je die niet kunt accepteren en je niet wilt schikken in de nieuwe orde, ja dan heb je het moeilijk, maar als je geeft en neemt dan is Zuid-Afrika een prima land om te leven, ook voor een minderheid.’ 

Maar ik zie ook nog taaie reflexen uit het nabije verleden. Een (blanke) reisleider is bij aankomst in het hotel de sleutels aan het verdelen. Een klant heeft nog een vraag die de reisleider niet kan beantwoorden. De reisleider wil de aandacht trekken van de zwarte mevrouw achter de receptiebalie om de vraag door te spelen. De reisleider fluit (!)naar haar, wenkt en als respons in het rumoer begrijpelijk even uitblijft, roept de reisleider: ‘Wakie, Wakie!’ (Wakker worden!). Omstanders voelen zich gegeneerd; hun schoen is ineens enkele maten te klein voor de kromme tenen. De zwarte mevrouw reageert uiterst professioneel: met een glimlach komt ze aanlopen en lost het probleem op. Klasse. 

Plakkers

Kritiek hoorde ik van verschillende mensen op president Jacob Zuma. Hij schijnt weinig gezag te hebben onder in ieder geval de blanken die ik sprak. Hij is alleen onschendbaar zolang hij in het ambt is, maar beschuldigingen van o.a. corruptie hangen nog boven de markt. Ook met de rest van zijn meningen en gedrag (vrouwen, aids) wekt hij weinig bijval. Meer is er een soort gêne. Dat de ANC-regering nog zeer onvoldoende heeft weten te doen aan de leefomstandigheden van grote groepen van de bevolking wordt haar, m.i. terecht, zwaar aangerekend. Van de beloftes van net na de val van de apartheid komt te weinig terecht. De mevrouw in het vliegtuig verontschuldigde zich ervoor wat ik op weg naar het vliegveld in Kaapstad te zien had gekregen. Ik zei dat dat niet hoefde want het was donker toen we daar reden maar dat ik wist waar ze op doelde. De Zuid-Afrikaanse auteur Carel van der Merwe beschrijft de situatie in zijn boek Nasleep uit 2010 zo: “De plakkerskampen zijn nog groter geworden sinds hij hier voor het laatst was, een grijze zee van hout, zink en plastic voor zover je kunt kijken. Krakkemikkige huisjes, opgetrokken op elk denkbaar open stukje grond, sommige niet meer dan een paar meter van de snelweg af. (…) Al deze mensen. Hoe overleven ze hier, hoe verdragen ze het, hoe lang zullen ze het nog verdragen? Of raak je na verloop van tijd aan alles gewend?”  De mevrouw wijt de situatie aan de sterke trek naar de stad, waar de mensen een beter leven verwachten, maar waar niets anders wacht dan werkloosheid en dus uitzichtloosheid. In dit kader vraag ik mij toch weer af of al die miljoenen die besteed zijn aan megalomane stadions voor het WK voetbal, niet beter besteed hadden kunnen worden. Maar dat is een discussie die wel voort zal gaan, ook in ons eigen land waar men zich opmaakt voor het organiseren van Olympische spelen. 

Ook wij zagen onderweg regelmatig de plakkers- of stakkerskampen. Bij de kustplaats Knijsna, bij voorbeeld. De tegenstelling met de vele complexen met zeer luxe huizen die we ook zagen, is zonder meer schrijnend te noemen. En dat dit een voedingsbodem is voor ontevredenheid en criminaliteit, wekt geen verwondering. De uitdaging waarvoor de Zuid-Afrikaanse regering staat is groot. Maar het is de moeite waard, want in de paar weken dat ik door dit land reisde, heb ik gezien dat het een schitterend land is met een vriendelijke bevolking en een unieke schat aan natuur. Een land waar iedere reiziger zich welkom kan voelen. 

Op de komende pagina’s geef ik een beschrijving van onze reis. Personen duid ik om privacyredenen aan met initialen die niet noodzakelijk de echte zijn. Ik wil benadrukken dat het mijn verhaal is, met alle subjectiviteit in de observaties en meningen en smaken. U als toekomstige reiziger of u die deze reis al eens gemaakt hebt, zult het niet altijd met mij eens zijn. Dat lijkt me alleen maar goed. Verslagen die weinig meer vertellen dan welke toeristische hoogtepunten men bezocht, zijn er al genoeg te vinden op het internet. 

Wel maak ik dit verslag zorgvuldig en met aandacht. Mocht u als lezer stuiten op iets wat volgens u echt niet klopt, aarzel dan niet mij ervan op de hoogte te stellen. Ook als u een heel andere subjectieve benadering hebt van iets wat ik beschrijf, nodig ik u uit  mij te mailen. Ik ben benieuwd naar uw reactie. Contact is simpel: via de link “Contact met de auteur” onder “Kies hier wat u wilt” in het menu linksboven. Ik beloof u dat ik u antwoord. 

 

 

 

naar boven