Zuid-Afrika 1: reisverslag en fotoreportage - Drakensbergen, Sani-pass en Lesotho en de Orangebreasted Rockjumper

Hits: 70380

Artikelindex

 

Drakensbergen, Sani-pass en Lesotho en de Orangebreasted Rockjumper              woe 29 sept.

 

Om kwart over acht zitten we in de bus die ons naar Underberg brengt. Het is een plezierig, welvarend stadje zo te zien. Mooie huizen met veel ruimte om huis, goed onderhouden. Niet van die hoge muren met glasscherven en elektrisch draad. Het is een typisch centrumstadje dat de regio voorziet in de behoeften aan goederen en diensten. Hier geen stakkerhuissies voor zover ik heb kunnen constateren. We gaan met drie dichte Toyotajeeps. R en ik zitten in het voertuig van Chris, een blanke man van middelbare leeftijd. Hij vertelt onderweg allerlei wetenswaardigheden. Het eerste stuk is vrij vlak. Er is goed asfalt maar later wordt het een zandweg. Hier zijn ze bezig om de weg te upgraden. Het is de enige toegangsweg naar Lesotho vanuit het zuiden. Hoe verder we komen, des te slechter en ruwer wordt de weg. Hij begint ook flink te klimmen. Kuilen, dikke stenen. We worden flink door elkaar gerammeld. Op een gegeven moment zie ik nauwelijks meer verschil tussen de weg en de berm. –Als er een berm is. Het landschap wordt steeds imposanter. We klimmen van ongeveer 1000 m naar uiteindelijk de pas op 2873 m. De hoogste pas van zuidelijk Afrika. Het laatste stuk stijgen we over 8 km afstand 1000 m in hoogte!

Chris vertelt in ‘t Engels over het ‘veld’. Om de vier jaar moet het veld gecontroleerd afgebrand worden, dan komen de essentiële voedingsstoffen weer terug in de bodem. Het vuur kan met firebrakes in de hand gehouden worden: een strook die afgeplagd wordt bijvoorbeeld. Tegenwoordig loopt het met dat schema van ‘om de vier jaar’ wel eens uit de hand. Alle bomen die we zien zijn hier niet inheems, vertelt hij. Vroeger was hier alleen maar gras. Het is een delicaat ecosysteem. 

Er zijn een paar fotopauzes op mooie plekken. De ruigte van het landschap maakt indruk op mij.  Bij de ZA grens moeten we het paspoort inleveren. Dan komt er een strook van niemandsland tot de grens van Lesotho van ongeveer 5 km. De haarspelden zijn spectaculair, de uitzichten adembenemend en de weg is vreselijk slecht. 

Vision en Mission

De grenspost van Lesotho verraadt meteen dat we hier een van de armste landen binnengaan. Een hek van kippengaas. Een gebouwtje waarop met de hand in scheve letters Immigra tion Welcome to Lesotho is geschilderd ( de spatie staat er ook). Er staan een paar ronde hutten en een caravan zonder wielen. Aan de wand waar ik mijn pas laat stempelen hangt wel trots ingelijst een document met de Vision en Mission van dit douanekantoor. Ik weet nog dat ze bij ons op school zich ook druk gingen maken over dit soort moderne managerswaanzin. Het was het begin van de teloorgang van het mbo. Maar laat ze er hier maar trots op zijn, op hun visie en hun missie. Ach ja. 

Je mag toch ook je trots hebben, denk ik? Zeker als je een arm land dient. Daarom vind ik het ook wel mooi dat de ambtenaar misprijzend naar het stempel van zijn ZA collega wijst. Het stempel schijnt niet op de goede plaats te staan. Ik maak een gebaar van, ach ze weten daar niet beter en de man geeft me instemmend glimlachend mijn pas terug. 

Na het passeren van de grens kom je op een soort hoogvlakte terecht. Het is er kaal en winderig. Niet koud nu, maar ik stel me voor dat het hier ’s winters zeer onaangenaam is. Er lopen wat Basuto (ook Basoto) mannen rond in lange mantels en de bivakmuts dik over de oren getrokken. Een eind verder stoppen we in een nederzetting van enkele ronde hutten. Er scharrelen wat kinderen die natuurlijk op de foto moeten. Van achter een hut komen vier mannen in donkergrijs-bruine mantels of dekens aanschuifelen. Het lijkt alsof ze niet goed durven. De ene draagt soort eigengemaakt muziekinstrument bij zich. Het instrument is gemaakt van een vierkant leeg blik waarin aan de ene kant een stok is geplaatst. Van die stok naar de andere kant van het blik lopen draden, de snaren. Er komt warempel nog muziek uit ook. Ze zingen er vanonder hun warme bivakmuts een weemoedig lied bij. Voor zich zetten ze een glazen potje. 

Plotseling dringt het tot me door: je bent in de twintig, je bent jong en je wilt wat met je leven. Er is niets op de hoogvlakte, maar dan ook niets wat op werkgelegenheid duidt. De baan van herdersjongen is al bezet. Alleen komen er zo nu en dan goedgeklede blanken in fourwheeldrives van beneden naar jouw bergtop. Ze zien eruit als van een andere wereld. Uit het feit dat ze vanuit hun verre land in Europa of Amerika hier helemaal hebben kunnen komen, mag je concluderen dat ze onmetelijk rijk zijn. Wat kun je doen om van die mensen wat geld los te weken? Muziek maken, natuurlijk. Maar een instrument kost geld en is dus onbereikbaar. Dat wat ik hier zie is hun oplossing. Hun poging om ook deel te nemen aan het leven, aan een wereld waarvan ze een vaag idee hebben, maar waar ze nooit aan zullen kunnen deelnemen. Wat kan ik doen? Thuis op een goede politieke partij stemmen, goede doelen steunen. Tja, maar wat hebben deze vier jonge mannen daaraan? Ik doe een bankbiljet in hun potje. Ik probeer hun ogen te vangen maar ze spelen en zingen door met de blik op oneindig. 

Geroep wekt me uit mijn gedachten. Onze RL, die vandaag ook mee is, en de chauffeurs wenken: jullie zijn bij de verkeerde hut, hier moet je wezen. Bij een van de andere hutten is een afspraak gemaakt: hier worden we verwacht. De hut is van natuurstenen brokken opgetrokken, met een rieten dak. Met gebogen hoofd ga ik de donkere hut binnen. Daar is het verrassend lekker warm. En redelijk ruim. We kunnen met de hele groep binnen; niet allemaal zitten maar de meesten toch wel, op de bank langs de ronde muur. Van binnen is de wand gepleisterd. Er staan een paar korte teksten op over vrede en geluk, vertaalt de jeepchauffeur. Er staat een kast, meer een open rek, met borden en mokken. In het midden van de aangestampte vloer is een vierkant waar een vuurtje smeult. Je ziet eigenlijk alleen een hoop as, maar even later blijkt dat er een gietijzeren pot staat, wat verzonken in de aarde. Als het deksel met de as en kooltjes eraf gaat, blinkt ons ineens een brood tegemoet. Prachtig goudbruin gebakken in een ronde vorm als de blaadjes van die kleine gele bloemetjes die hier zonder steel uit de harde grond piepen. We mogen een stuk proeven. En een ‘bloemblaadje’ kun je kopen voor een euro, 10 Rand. Dat doen R en ik want het warme geurige brood smaakt prima. En de mevrouw is blij met onze klandizie. 

Basutovrouw

De chauffeur van de andere jeep vertelt wat over het leven hier op de hoogvlakte. Dat het een heel hard leven is, kan ik me voorstellen. Zeker nu met de uitzonderlijke droogte. Onze chauffeur Chris, die hier al jaren komt, heeft nog nooit meegemaakt dat om deze tijd van het jaar de rivier droog staat. Alleen hier en daar staat nog wat stilstaand water. De andere chauffeur stelt het nogal romantisch voor als een leven zonder zorgen. Ze betalen geen belasting, of huur noch voor water, licht of verwarming. Nee! Maar dat is er dan ook niet! Dan toch maar liever betalen voor energie en warmte en ervan genieten. Er lopen alleen schapen en er is gras. Dus er is wol, voor kleren en dekens, vlees en melk. Water moet over grote afstand gehaald worden, zeker nu met droogte. Hout idem dito. Met het gras bedekken ze het dak van de hut. 

De zwarte Basuto-mevrouw die ons in haar hut ontvangt, verstaat gebrekkig Engels en spreekt het niet. Via de chauffeur horen we wat over haar. Ze heeft veel kinderen gekregen: 16 maar liefst, met twee drielingen en twee tweelingen. R is verbijsterd. Eén kind krijgen in deze omstandigheden lijkt al heftig genoeg. Maar zoveel! En dan drie tegelijk! Het is ongelooflijk wat een mens aankan. Nu ik dit stuk zit te schrijven op de computer denk ik aan hoe ver wij van dat eenvoudige leven verwijderd zijn geraakt. Alleen in mijn studeerkamer tel ik 20 apparaten met een stekker eraan. Alleen dat al. Deze mevrouw heeft niet eens stromend water. Een toilet, neergezet door de overheid, staat op ongeveer 50 m van haar hut. Een school, een dokter, een verpleegster, het is binnen tientallen kilometers over rotsige wegen niet voorhanden. Geen leven zonder zorgen maar wel zonder zorg, zegt mijn vrouw met een rake woordspeling. En dan klagen wij in Nederland wel eens. 

We gaan terug naar de grens waar nog net in Lesotho de ‘Highest pub in Africa 2874 m’ staat. Sani Top Chalet. Daar lunchen we. Wij nemen niet de pasta, maar bestellen een gegrilde en gerookte forel met gepofte aardappel. We moeten er even op wachten, maar het smaakt heerlijk. We hebben daarna nog even tijd om in de buurt van het restaurant wat rond te kijken. Er zitten kleine knaagdieren die op cavia’s lijken: ice rats noemen ze die hier geloof ik, al zie ik weinig verschil met de dassies beneden. Kleurige vogeltjes zijn niet schuw en laten zich van vrij dichtbij fotograferen. Gewone mussen zijn er ook trouwens. Ik maak opnamen van de diepe woeste kloof die uitmondt in deze Sani-pas. De weg die we straks weer moeten volgen, slingert erdoorheen met veel haarspeldbochten. De helling aan de linkerkant is groen, rechts is het dor en doods. Dat heeft te maken met de stand van de zon, vertelt Chris. 

Orangebreasted Rockjumper

Dan begint de tocht naar beneden. Ik zit nu voorin. Ik maak veel foto’s; uit het zijraam of vooruit. Ze geven de ruigte van dit land goed weer. Nog maar net op weg zien we een felgekleurd vogeltje tussen de rotsen scharrelen. Chris zegt dat het de Orangebreasted Rockjumper is. Het lijkt me echt een naam die hij ter plaatse verzint, maar hij blijkt echt te bestaan en op de website van de ‘Sanipass-specialists’ zie ik dat ze ook vogelsafari’s organiseren en dan naar deze vogel op zoek gaan. Ik heb er mooie foto’s van. Ik praat met Chris over zijn werk en zijn land. Hij is tevreden over hoe het gaat. Natuurlijk kunnen de belastingen lager en beter besteed worden. Maar dat vinden mensen in Nederland ook, zeg ik. Hij moet mij gelijk geven dat Underberg een van de betere plekken is om te leven in ZA. Een vrijstaand huis, nieuwbouw, model bungalow met 4000 m2 grond (!) heb je voor € 125.000 vertelt hij. ’s Zomers is het hier prachtig, maar ’s winters is het zes maanden koud. Da moet de kachel aan, probeert hij mijn enthousiasme te temperen. Tja, en wat dacht je van de winters bij ons dan? In de bergen ligt dan 30 tot 40 cm sneeuw, zegt Chris. Maar hij blijft zijn route rijden. Met sneeuwkettingen. Eigenlijk zou hij graag banden met spikes willen maar die kan hij alleen in het buitenland bestellen, in Duitsland of zo. Over een maand of anderhalf staan de Protea’s, de suikerbossies hier in bloei, vertelt hij. En hier groeien de ‘echte’, die met een bloem die je in water kunt koken en dan komt er een roze suikerkristal van; die roze suikerkristallen kun je voor veel geld kopen. Onderweg zien we restanten van de ezelweg die hier vroeger naar de pas leidde. Er is een bruggetje en een ruïne. Helaas zien we geen eland-antilopes, wel hun keutels. En de enige arend die we spotten, is weg voor ik hem in de lens heb kunnen vangen. Toch is het –ook naar beneden- een fantastische tocht, deze rit door de Drakensbergen naar de Sani-pass. Ik had de ervaring niet willen missen. Ik geef Chris mijn kaartje met het adres van mijn website en e-mailadres, want hij wil mij foto’s mailen van de bergen in winter- en herfsttooi. Ik hoop dat hij dat nog gaat doen. 

Met de bus terug naar ons hotel is het een klein uur. Om half vijf ga ik nog even in de zon bij het zwembad zitten lezen. Ik ben er weer de enige bezoeker. R gaat even liggen, die heeft last van haar nek en hoofd na al dat hobbelen en hotsen op de rotsige weg. Het was vandaag ook wat het weer betreft een prachtige dag. Heel helder en zonnig en lekker warm. Boven op de pas stond een frisse wind. Ik heb wat kleren laten wassen. Dat is goedkoop in dit hotel en keurig verzorgd. Het diner van de tweede avond vindt plaats in een andere ruimte. Wij zijn ongeveer de enige club die er is op dit moment lijkt het. Men heeft van het dinerbuffet (dan ook?) niet veel gemaakt. Op zich is er genoeg en het smaakt vind ik nog best, maar het lijkt niet op dat van gisteren. En diverse mensen vinden het een beetje beneden peil. Het verschil met het diner van gisteren is inderdaad groot. Maar ik denk nog even terug aan die jongens met hun muziekinstrument boven op de berg. Wat zouden die eten? 



 

 

 

  de 4x4 auto's 
voor de tocht naar de Sani-pas

 onderweg langs de weg naar Lesotho

 
Op de achtergrond de bergkam genaamd de "Twaalf Apostels". In het midden ervan, iets links van het midden,  is een kleine inzinking: daar is de Sani-pas, de hoogste pasweg in Zuid-Afrika. Daarachter ligt Lesotho  

 aan de grens

 hier begint 8 kilometer niemandsland waar je nog 1000 m stijgt

 
links is de 'natte' kant: groen



 de A-14; geen snelweg

 Lesotho grenspost,  "immigration"

 Sanipas, 2873 m hoog

 op de achtergrond de muzikanten

 de muzikanten

 onze gastvrouw in Lesotho

 haar keuken

 haar vers gebakken brood

 onze gastvrouw voor haar hut

 traditioneel hoedje

 ze woont in een leeg, hard landschap

 "hoogst gelegen pub van Afrika"

 de weg terug

 terug naar beneden

 orange breasted rockjumper

 

 

 

naar boven