'Home'-pagina

Fotografie en Fotogalerijen

Literair en cultureel; boekbesprekingen, reisreportages en meer

Cijfers

Leden : 2
Artikelen : 120
Artikelen bekeken hits : 295963

Nu online

We hebben 7 gasten online

Zoeken in deze site

Sitemap

PDF Afdrukken
Inhoudsopgave
Zuid-Afrika 2010
Mijn verwachtingen
Bittersweet Suikerbossies Inleiding
Op pad
Pretoria/ Tshwane
Provincie Mpumalanga; op weg naar het Krugerpark
Krugerpark, de nationale wildtuin
Panoramaroute, God’s window, Bourke’s Luck Potholes, Blyde River Canyon, Three Rondavels, Pilgrims Rest
Naar Swaziland
Swazimarkt, Mlilwane Wildlife Sanctuary
Naar Hluhluwe, en een Zulu-show; Ezulwini Game Lodge
Hluhluwe Imfolozi Game Reserve KwaZulu Natal en Park Greater St. Lucia Wetlands
Naar Durban; en een Indian Market
Naar de Drakensbergen, Howick Falls en een wandeling in de bergen
Drakensbergen, Sani-pass en Lesotho en de Orangebreasted Rockjumper
Naar Inkwenkwezi Private Game Reserve bij East London
Inkwenkwezi; gamedrive, olifanten en luipaarden aaien en op bezoek bij mama Tofu
Naar Port Elizabeth
Addo Elephant Park en Port Elizabeth
De Tuinroute; Tsitsikamma National Park en Stormsrivier, Knysna
Naar Oudshoorn, een struisvogelfarm en een struisvogelstad
Route 62 naar Stellenbosch en stadswandeling
Walvissen spotten in Hermanus
Kaapse schiereiland, citytour, Camps Bay, Hout Bay en de kolonie Kaapse Pelsrobben, Chapman’s Peak Drive, Simonstown met de pinguïnkolonie, Kaap De Goede Hoop, Cape Point
Tafelberg, Kirstenbosch Gardens, Constantia wijngoed, wandeling naar het VOC-kasteel Van de Goede Hoop, dineren in de ronddraaiende Ritz
Robbeneiland: wel of niet, Victoria and Albert Waterfront, Two Oceans Aquarium en terug naar Nederland
Aanbevolen literatuur over Zuid-Afrika
Alle pagina's

 

 

 

 

 

 

REISVERSLAG ZUID-AFRIKA

 

REIZEN DOOR DE REGENBOOGNATIE in 2010


  

  

BITTERSWEET SUIKERBOSSIES

 

een reisverslag door Lammert Metselaar

met aanbevolen boeken en besprekingen daarvan

 

 

Hieronder staat een uitgebreid verslag  van onze reis door Zuid-Afrika, Swaziland en Lesotho in 2010. Het verhaal telt op papier ruim 50 pagina's A-4. Daarnaast vindt u op mijn site twee fotoboeken over deze landen met in totaal 520 foto's.  

Ik maak op basis van dit reisverslag nog een papieren versie in Word2007, geïllustreerd met foto's gemaakt door R en mij.

 

Ik heb er deze keer vanaf gezien om dit reisverslag te illustreren. Het zou dan namelijk wel erg uitgebreid en daardoor onhanteerbaar worden, -zowel voor u als voor mij. Daarom staat op deze website apart een uitgebreid FOTOBOEK in twee delen van Zuid-Afrika.  Dat fotoboek bevat 520 foto's en is om zijn omvang gesplitst in twee delen. Zie het hoofdmenu. Vergeet niet de foto's te bekijken. Ze zijn de moeite waard, verzekeren mensen mij.

 

Indeling van het verslag  

Ik begin dit verslag met mijn verwachtingen. Dat stuk schreef ik voor aanvang van de reis.

Daarna volgt een korte verantwoording. In een uitgebreide inleiding stel ik daarna mijn relatie tot het land Zuid-Afrika aan de orde. Wat maakt dat ik anders begaan ben met het lot van dit land dan met bij voorbeeld China? 

Vevolgens leest u dan een chronologisch verslag van de reis. Onderweg hebben mijn vrouw en ik aantekeningen gemaakt. O.a. op basis daarvan is dit verslag gemaakt.    

Ik raad iedereen aan ook de besproken boeken te lezen want je begrip van wat je gezien hebt -of nog gaat zien- zal er zeker door verdiept worden. Mijn ervaring is dat de romans die hier genoemd staan, je nog beter inzicht geven in het moderne Zuid-Afrika dan een reisgids dat kan. Aan het slot noem ik de belangrijkste boeken die ik u kan aanraden te lezen, met een korte bespreking ervan.


   

Klachten over de reisleiding

In dit reisverhaal is sprake van nogal wat ontevredenheid over de reisleiding. Zo tevreden wij waren over de reis naar China met dezelfde touroperator, zo ontevreden waren wij nu.  We hebben de klachten na thuiskomst uiteraard ook aan de reisorganisatie,  SRC-Cultuurvakanties,  voorgelegd. SRC heeft de klachten zeer serieus genomen en naar onze indruk diepgaand onderzocht. Daarna is er een adequate reactie op onze op- en aanmerkingen gekomen, zodat ons vertrouwen in SRC weer hersteld is.

En... ondanks de gebrekkige reisleiding  maakten we een mooie reis.


INFO

 

Er zijn natuurlijk meer betrouwbare reisorganisaties die naar Zuid-Afrika gaan.

 

Djoser gaat er heen: Djoser Wandel - wandelreis Zuid-Afrika
Een wandelreis door verschillende natuurgebieden van Zuid-Afrika en Swaziland. Te voet gaan we op zoek naar wild in het Kruger Nationaal Park.
 Eens iets heel anders is fietsen in Zuid-Afrika:
Djoser fietsreis - Zuid-Afrika We fietsen door nationale parken als Tsitsikamma en de Baviaanskloof en maken een tocht naar Kaap de Goede Hoop. Ook de groene Tuinroute aan de zuidkust ligt op onze weg en we sluiten de reis af in het levendige centrum van Kaapstad. 

Een 'gewone' groepsreis kan natuurlijk ook: Djoser Junior - groepsrondreis naar Zuid-Afrika


Ook Koning Aap heeft Reizen naar Zuid-Afrika, of kijk op Rondreizen Zuid-Afrika 


Fox heeft ook groepsreizen hier naartoe: FOX Vakanties Zuid-Afrika FOX Vakanties Zuid-Afrika Groepsrondreizen naar Zuid-Afrika. Voor singles zijn er Singlereizen Zuid Afrika en voor gezinnen: FOX Family & Kids Zuid-Afrika Liever geen kinderen erbij? OK: Couples Only Zuid Afrika

 

En Tix heeft Vliegtickets waar jij van houdt


 

 

Veel plezier met deze website en met dit reisverhaal! En met de fotoboeken!

 

Lammert, januari 2011

 

 


 

MIJN VERWACHTINGEN VAN ONZE REIS DOOR ZUID-AFRIKA

Reizen door de regenboognatie: waarom?

Waarom een reis naar Zuid-Afrika? Na onze recente reizen naar Vietnam en China wilden we nog een grote reis maken. Eigenlijk leek de reis door Zuidelijk Afrika met Botswana en Namibië ons ook erg aantrekkelijk, maar die is nogal duur. Over Zuid-Afrika hebben we voldoende getuigenissen gehoord van mensen die er geweest zijn, om dat land ook graag eens te zien. Deze kennissen en vrienden en internetcontacten zijn enthousiast, vooral over de natuur, maar ook wel over de bevolking. Ze zeggen allemaal dat ze nog wel eens terug zouden willen. Al lezend over het land en zijn historie, zijn problemen en uitdagingen werd ik nieuwsgieriger.  Bovendien zijn de historische relaties van Nederland met Zuid-Afrika natuurlijk belangrijk. Uiteindelijk is de blanke geschiedenis van het land begonnen met onze voorvaderen die op de Kaap een pleisterplaats schiepen voor de VOC-schepen.   

Opmerkelijk vond ik bij mijn voorbereiding tot nu toe, dat we weer naar een land gaan waar –net als in Vietnam- een tijd een regering is geweest die haar bestaan deels motiveerde met haar bestrijding van de dreiging van het wereldcommunisme i.c. het ANC in Zuid-Afrika en SWAPO in Namibië. Het apartheidsregime werd ook in Nederland door sommigen verdedigd met de dominotheorie. Als Zuid-Afrika een zwarte ANC-regering zou krijgen, dan zou dit land en in zijn kielzog half Afrika ‘vallen’ voor het communisme. De redenering heeft mij nooit overtuigd en de geschiedenis heeft me gelijk gegeven. Het communisme bestaat alleen nog in een paar geïsoleerde staten als Noord-Korea. Het ANC vormt intussen een internationaal gerespecteerde regering.

Turbulente jaren
Zuid-Afrika heeft turbulente jaren, ja decennia achter de rug. In ons gezin, vroeger toen ik nog een jongen was, werd veel gelezen, en er bestond veel sympathie voor de Afrikaner Boeren en hun vrijheidsstrijd tegen de Engelsen. Wij kinderen lazen met rode oortjes de boeken van L. Penning (overleden in 1927): De leeuw van Modderspruit, De held van Spionkop, De verkenner van Christiaan de Wet. We lachten om de strapatsen van Blikoortje en onze held was kornet Louis Wessels. Maar in het jaar van mijn geboorte, 1948, werd het systeem van rassensegregatie ingevoerd, de Apartheid. Apartheid is een van de weinige Nederlandse woorden dat in de originele vorm als leenwoord over de hele wereld wordt gebruikt. Zuid-Afrika was daardoor besmet. Ik herinner mij dat we thuis in mijn jeugd geen Outspan-sinaasappelen kochten ‘want die komen uit Zuid-Afrika’ en dat land was toen “in disgrace”, zou je kunnen zeggen, uit de gratie, (met een verwijzing naar de roman van J.M. Coetzee; zie de bespreking op deze pagina en elders op de website).

Je moet er geweest zijn…
De apartheid toonde haar grimmigste kanten toen ik bijna twaalf was. In maart 1960 opende de politie het vuur op een ongewapende menigte zwarten die protesteerde tegen de discriminerende pasjeswetten. Resultaat: 69 doden, veel meer gewonden. De desbetreffende politiemensen werden nooit gestraft. De gebeurtenis staat bekend als het bloedbad van Sharpville. Ja, Zuid-Afrika was besmet. Geen fatsoenlijk mens ging er naartoe op vakantie. Noch voor andere doeleinden, want de reden: ‘je moet er geweest zijn om erover te kunnen oordelen’ zoals W.F. Hermans die in 1983 gebruikte,overtuigde lang niet iedereen. Ik zag en hoorde en las voldoende om te kunnen oordelen dat wat hier gebeurde, niet door de beugel kon. Of een culturele boycot dan het juiste middel is, dat betwijfel ik, maar in die tijd had ik in ieder geval niet op vakantie naar dit land gewild. Rassendiscriminatie werd bij ons thuis iets verderfelijks gevonden. Ik weet nog dat we gekluisterd zaten aan de radio bij het hoorspel Rosa stond niet op (van ds. Martin Luther King. Regie: Ab van Eyk. NCRV 1962). Onze morele verontwaardiging over zoveel onrecht, bedreven alleen omdat iemand een andere huidskleur had, was groot. Voor mijn politiek-maatschappelijke bewustwording zijn deze gebeurtenissen denk ik mede richtinggevend geworden. Zo kon ik in latere jaren het verzet van het ANC goed begrijpen en ook billijken. Natuurlijk ging ook daar wel eens wat fout, maar ik was het absoluut oneens met die mensen, ook in mijn omgeving had je ze, die het ANC zagen als ‘een stelletje communisten’ die niet alleen het Zuid-Afrikaanse regime bedreigden maar daarmee de hele vrije wereld. Ik had waardering voor mensen als Conny Braam die haar leven destijds wijdde aan de strijd tegen het Apartheidsregime.

Met velen was ik geroerd toen Nelson Mandela als vrij man van Robbeneiland terugkwam en Zuid-Afrika terugkeerde in de familie van beschaafde naties. Ik had grote bewondering voor deze man die zo zonder wrok kon terugkijken op wat hem was overkomen en aangedaan en die zo constructief kon meewerken met mensen die hem vroeger te vuur en te zwaard bestreden. Bewondering evenzo voor mensen als Desmond Tutu, die voorzitter werd van de WVC, de Waarheid- en Verzoenings Commissie, die geacht werd tot stand te brengen wat er in haar naam stond.

De rollen omgedraaid
Maar toen kwam de tijd dat de rollen omgedraaid werden. Het ANC kwam aan de macht, democratisch gekozen. Al snel kwam iedereen erachter dat de apartheidshel wel was verdwenen uit Zuid-Afrika, maar dat dat nog niet betekende dat nu ook de hemel op aarde tot stand was gekomen. De armen bleven in grote lijnen arm, -hoewel de ‘zwarte diamanten’ nu flink in aantal schijnen toe te nemen: succesvolle jonge zwarte mensen die het máken. Veel blanken moesten ervaren dat de rollen nu echt omgedraaid waren. Werkloosheid onder blanken nam schrikbarend toe, en op het platteland werd ‘plaasmoorden of plaasaanvalle’ een onheilspellend begrip. Op  Wikipedia vind ik dit gegeven:

"Die term plaasmoorde verwys na 'n aantal moorde, wat sedert die einde van die apartheidsstelsel op Suid-Afrikaanse plase gepleeg is. Volgens beskikbare statistiek het daar tussen 1991 en 2001, 6122 plaasaanvalle plaasgevind wat tot 1254 sterfgevalle gelei het. " En volgens Trouw van 1 feb. 2010 worden elke week gemiddeld twee boeren door jonge zwarte mannen vermoord.

Citaat uit Trouw: "Anti-blank racisme? De daders van ’plaasaanvalle’ zijn vrijwel zonder uitzondering jonge zwarte mannen, de slachtoffers blank. De overvallen zijn vaak opvallend gewelddadig: mensen worden bijvoorbeeld gemarteld met snoeischaren, tangen en hete strijkijzers. Hoewel onderzoek in 2003 heeft uitgewezen dat ’roof’ in negen op de tien gevallen het belangrijkste motief is voor de overval, zetten organisaties als de Transvaalse Landbouw Unie en de Afrikaner partij Vrijheidsfront Plus hier vraagtekens bij. Zij vermoeden dat er ook een element van rassenhaat meespeelt, onder meer omdat de aanvallers in sommige gevallen wachten tot de bewoners thuiskomen. Ook het verjagen van de boer van zijn grond zou meespelen.

Tegelijkertijd krijgen de boeren vanuit de overheid en vakbonden het verwijt dat ze de aanvallen over zichzelf afroepen, omdat ze hun zwarte medewerkers zouden uitbuiten. Volgens Agri SA zijn echter in minder dan vier procent van de aanvallen oud-medewerkers betrokken." (Einde citaat)

Dit gegeven intrigeert mij vooral sinds ik het indringende boek Disgrace (In ongenade) van J.M. Coetzee heb gelezen.

Maar de moorden zijn m.i. niet geheel een kwestie van omgekeerde apartheid, meer van rechteloosheid, want sinds 2007 is het aantal verkrachtingen van zwarte vrouwen op boerderijen met 49 % toegenomen, lees ik elders op internet. Deze rechteloosheid kijkt kennelijk niet naar kleur.

Op internet lees ik dat auto’s zijn uitgerust met een voorziening die maakt dat, als je even stilstaat, de portieren automatisch op slot gaan. In Durban kun je na drie uur ’s middags de straat niet op, lees ik. Het zijn verontrustende berichten. Anderzijds is er dit jaar een WK voetballen geweest zonder het vooraf wel gevreesde geweld. Ook bij de dood van de extremistische Eugène Terre’Blanche bleef het tegen de verwachtingen in rustig, tenminste, ik heb er weinig meer over gelezen. Het zal dus wel wat meevallen als je je verstandig gedraagt. Ik raak wel steeds meer gefascineerd door dit land.

Cultuur en natuur
Naar de natuur ben ik uiteraard als fotograaf ook erg nieuwsgierig. In de late jaren zeventig heb ik een uitgebreide safari door Kenia gemaakt, met de voorloper van reisorganisatie Baobab, die toen Mother Africa Trips heette. Deze reis heeft mijn reislust aangewakkerd en mijn respect voor andere culturen verder gevormd. We reisden met een vierwielaangedreven truck (een omgebouwde truck van een aardappelhandel uit Nederland weet ik nog) en we sliepen in kleine pubtentjes. We, d.w.z. de kookploeg, kookte onze eigen pot in de wildernis. Ikzelf zat in de pakploeg. Onze taak was de hele reisinventaris plus de tenten, tassen en koffers in de stouwruimten van de truck onder te brengen. Chauffeur/reisleider was Rik Jan Viezee die in Kenia was opgegroeid en door wiens kennis van het land ik veel heb geleerd. Het was een reis om nooit te vergeten, vol met ontberingen (diverse keren autopech, waterschaarste in het noorden in Samburu- en Turkana-land) maar ook met fantastische belevenissen en een warm contact met diverse stammen en bevolkingsgroepen, zoals de Samburu. De Turkana en Masai waren wat afstandelijker. Ik heb later nog een paar keer met de speermaker van de Samburu gecorrespondeerd. We zagen ook veel wild en ik maakte veel mooie dia’s. Op onze reis door Zuid-Afrika zullen we diverse wildparken aandoen en ook daarbuiten denk ik veel mooie natuur te kunnen fotograferen. Omdat mijn vrouw en ik allebei graag fotograferen, kijken we daarnaar uit.

Van ons contact met de traditionele culturen van de regenboognatie stel ik me eerlijk gezegd niet zó veel voor. Ik vrees dat het allemaal nogal toeristisch en commercieel zal zijn. Maar misschien weet SCR-Cultuurvakanties haar naam in dezen hoog te houden. Ik hoop het. Ik zie dus erg uit naar onze reis. Ik hoop te zijner tijd uitgebreid te berichten over onze ervaringen en veel mooie foto’s te publiceren. Zo tegen het eind van dit jaar of al eerder moet er op deze site wel een en ander staan schat ik in. Kom eens weer, dus!

Lammert Metselaar

Augustus 2010

 


 

 

BITTERSWEET SUIKERBOSSIES


 

  

Een verslag van een reis door de ‘Regenboognatie’ Zuid-Afrika

  

Door Lammert Metselaar


 

 

  

Motto's

" 'Ja, dis 'n geweldige land hierdie, 'n land van dansende volstruise, biltong, braaivleis, heerlike wyne, die lekkerste kos, dir voorste wildtuine, spoggerige eethuise, o, dis so'n prachtige en wye land.' "

Uit: Adriaan van Dis: Tikkop. Roman, Amsterdam 2010, pag. 48.

"Een paar uur later kwam de sleutelsmid uit Distriksdorp. Alle sloten werden vernieuwd, er zou een nieuwe garagedeur komen, en aan drie kanten schrikdraad, vier draden hoog. Armed Response werd gebeld -gespierde vetnekken die huizen van de rijken op een bewakingssysteem aansloten. Donald had er zich altijd tegen verzet. Maar nu stond ie met de rug tegen zijn eigen muur. "

idem, pag. 203.

 

INLEIDING

Civil war 

In het vliegtuig van Kaapstad naar Schiphol zit ik naast een Zuid-Afrikaanse dame van mijn eigen generatie. Eerst lijkt ze wat stug maar als we om één uur ’s nachts zitten te prikken in een soort pasteitje van vlees en groente, breekt het ijs. Ze woont in Cape Town vlak bij de Kirstenbosch Gardens. Als ik vertel dat mijn vrouw en ik daar eergisteren waren en het een van de hoogtepunten van de reis, ja zelfs een paradijselijk stukje aarde vonden, is ze zichtbaar verguld. Ze bekent dat ze er zelf minstens twee keer per week komt. ‘Iedere keer is het anders; het licht, de bloemen, de berg. I love Kirstenbosch.’ Ze is getrouwd met een medisch specialist en spreekt Engels met een Brits accent. Ze glimlacht als ik vraag of haar voorouders uit Engeland kwamen. ‘Ik ben Russisch’ zegt ze met een ironisch lachje. Haar voorouders waren joden uit Letland die begin vorige eeuw naar Zuid-Afrika kwamen. Na de opleiding van haar man als arts ( ‘toen was die opleiding nog uitstekend’) woonden zij en haar gezin vijf jaar in Southampton en daarna vijf jaar in New York. Nu zijn ze weer terug op de plek die ze nog als ‘thuis’ beschouwt. ‘Maar als ik zie wat er de laatste jaren gebeurt, ben ik er niet zo zeker van dat we de goede beslissing namen’, zegt ze zorgelijk. ‘Misdaad is een van de grote problemen’, vertelt ze. ‘Twintigduizend moorden per jaar in dit land, it’s like a civil war!’verzucht ze. Ik ken het cijfer. De Vlaamse schrijver Rudi Rotthier maakt in zijn boek Het gulle continent (1997) het rekensommetje: 20.000 echte moorden op minder dan 50 miljoen inwoners betekent 1 moord op 2500 inwoners. Overgezet naar mijn lokale situatie zou dat betekenen, dat er in ons dorp elk jaar iemand vermoord zou worden. En in de dichtstbijzijnde stad elk jaar ongeveer 20 moorden. Jaar in, jaar uit. Onvoorstelbaar. In het land dat nu snel onder mij wegschiet is het realiteit.

Huizen als vestingen
Ik vertel dat mijn vrouw en ik met de camera op de buik van ons hotel naar het Castle, het kasteel van de VOC, gelopen zijn, via het trein- en het busstation. ‘And without being robbed!’zegt ze, alsof we een prestatie hebben geleverd. Tja, zeg ik, ik voelde me niet onveilig. Misschien een beetje naïef, maar je moet ook zelfvertrouwen uitstralen. Toch? Ze vertelt hoe ze wonen. ‘Toen we voor de eerste keer beroofd werden, schaften we een alarminstallatie aan. Toen we weer beroofd werden, kwam er mesjesdraad over de schutting en de buren zijn intussen bezig zich met elektrisch draad te beveiligen. It is building up, I mean: where is the end?’ Ik weet het, ik ken de getallen, ik zag overal de vestingen die woningen waren. Armed Respons belooft het bordje op elk wat duurder huis. Toch heb ik alleen maar aardige mensen ontmoet tijdens deze tocht. Nu is deze manier van reizen ook niet echt geschikt om het wezen van een land te ontdekken, natuurlijk. Ruim drie weken tijd tot je beschikking, van hotel naar luxe hotel, in een airco bus, in een groep met een gids/reisleider. Een vastgesteld, vol programma. Toch doe ik een poging om iets meer van dit land te ervaren dan ‘alleen’ de min of meer obligate toeristische hoogtepunten. Ik heb me voorbereid. Ik heb gesproken met diverse mensen, over hoe zij hun land zien. Maar ik raak steeds meer in verwarring. Deze zachtaardige, menslievende vrouw die zielsveel van haar land en vooral van Kaapstad houdt, brengt mij in verwarring met haar koele constateringen. Ze houdt van haar stad; ze schudt haar hoofd als ze hoort dat wij ‘maar’ drie dagen in haar stad verbleven. ‘Je moet terugkomen en dan langer blijven.’ Wat hebben we gemist dan, behalve Robbeneiland, vraag ik. Ben je op de Tafelberg geweest? Ja. Het Two Oceans Aquarium? Ja. De pinguïns van Simonstown? Ja. Het Kaapse schiereiland ten zuiden van Kaapstad? Ja. ‘Kom dan gewoon nog eens en kijk rustig rond, wandel, proef, laat de stad op je inwerken. Het is een van de mooiste steden ter wereld.’ In ieder geval schijnt het een van de mooist gelegen steden te zijn. Dat we Robbeneiland toch op de valreep nog misten door het slechte weer, vindt ze niet verwonderlijk. Er is daar volgens haar sprake van mismanagement. ‘Ze hebben heel veel geld gekregen en kijk wat ze ervan maken. Nu ligt een boot al meer dan een week stil omdat het onderdeel uit Duitsland moet komen.’ Klopt, dat hebben we gelezen in dagblad Die Burger. ‘Zoals overal in dit land gaat het geld naar de zakken van corrupte mensen. Iedereen kent Mandela, wat een goudmijn zou Robbeneiland kunnen zijn,’ verzucht ze. Toch vraag ik me af of ik haar in alles kan geloven. Op mij maakte de organisatie van Robbeneiland juist een efficiënte indruk. En de bediening was niet alleen efficiënt maar ook heel vriendelijk en geduldig. Zit er in dit soort klachten ook niet iets in van: nu de instituties in handen van zwarten zijn, is het –per definitie- minder dan vroeger. Zo ongeveer als bij ons mensen heilig geloven in het verhaal dat linkse mensen potverteerders zijn of dat rechtse mensen alleen op eigen gewin uitzijn. Stereotypen, vooroordelen. Ik ben altijd geneigd de nuancering te zoeken. Als je je kunt veroorloven een huis te hebben vlak bij Kirstenbosch, heb je in dit land het niet slecht, denk ik. En gezien de exuberante tegenstellingen in woonsituaties die ik in dit land constateerde, zou een zekere herverdeling van de welvaart niet onrechtvaardig zijn. En misschien wat van de huidige spanningen kunnen wegnemen.

Ik vraag of ze Nederland gaat bezoeken. Nee, ze is op weg naar haar kinderen, die in de Verenigde Staten en Canada wonen. Die wilden niet in Zuid-Afrika blijven. Ze kent in haar omgeving geen bevriend gezin of er zijn kinderen van geëmigreerd. Naar de genoemde landen of naar Australië. Ik zeg dat dat toch zonde is voor het land. ‘Certainly, its a brain drain’, zegt ze. Ik vraag hoe ze de toekomst ziet met het oog op dit alles. Ze slikt even, zucht en kijkt me aan en zegt alleen maar: ‘Bad.’ De cabinelichten dimmen, we gaan proberen om wat te slapen.

Wat is dit voor een land daar beneden in de duisternis, denk ik nog. Kan ik als buitenstaander iets begrijpen van dit land? Laat ik in ieder geval oppassen met gemakkelijke oordelen vanuit ons comfortabele Nederland. En vanwaar komt het dat ik me zo bij dit land betrokken voel? Ik denk dat het antwoord daarop te vinden is in de verwante taal en in de cultuur waarin wij Nederlanders vanuit de geschiedenis een niet geringe inbreng hebben gehad. Het is een merkwaardige sensatie om op 9000 km van huis je te kunnen uitdrukken in je eigen taal en begrepen te worden.

Soos 'n vulkaan
Dat de toekomst niet rooskleurig is, las ik onderweg in het exemplaar van het conservatieve dagblad Die Burger van maandag 4 oktober. ‘Leiers bekommerd. Rasse se stryd ‘soos ’n vulkaan’ kopte de krant. (Leiders bezorgd, de strijd tussen de rassen is als een vulkaan.) De onderliggende rassenspanning is als een vulkaan die wacht om uit te barsten, heeft de rector van de Universiteit van de Vrijstaat gezegd. Hij en alg. pres. Kgalema Motlanthe “het albei gesê die visie van ’n nie-rassige nasie wat in die ANC se Vryheidsmanifes omskryf word, het na die oorwinning oor apartheid begin wegkrimp.” Met andere woorden, de natie zonder rassen zoals het ANC die na het afschaffen van de apartheid voor ogen stond, is een illusie gebleken. Het zit hem niet in het beleid, maar in subtiele boodschappen die zwarten naar de witte minderheid zenden. Zoals: “Dis net ’n kwessie van tyd voordat ons jul plase wegvat en aan voorhee benadeelde mense gee.” Zo subtiel lijk mij deze boodschap overigens niet: Het is slechts een kwestie van tijd voordat we jullie boerderijen afpakken en geven aan de voorheen benadeelden. Tja, ik kan me voorstellen dat je als (meestal blanke) boer je dan wel achter je oren krabt als je zoiets hoort of leest.De vraag: heb ik hier nog toekomst? is meer dan gerechtvaardigd. Anderen nuanceren: niet ras is nu meer de tegenstelling in Zuid-Afrika, maar het is de ‘have’s’ tegenover de ‘have not’s’. Ik vraag me af wat voor een land beter is.

Criminaliteit, moord, corruptie. Is er nog meer nodig om een land te diskwalificeren? En toch is Zuid-Afrika ook een land met potentie. “Dit land verdient in zijn eentje bijna tweederde van het inkomen voor heel het continent onder de Sahara”, merkt voormalig Afrika-correspondent Bram Vermeulen op in Toubab! (2009). En ondanks alle ellende ontmoet je onderweg een vriendelijke bevolking. Als je ze met een lach of een opgestoken duim tegemoet treedt, is er al gauw respons. Kinderen staan langs de weg te zwaaien naar de bus. Als we een tijdje achter een bakkie (een klein vrachtwagentje of pick-up) rijden, waar in de laadbak in de felle wind en zon een paar mannen zitten, zwaaien ze naar die witten in een luxe bus waar zij misschien nooit in zullen zitten. De een gebaart zelfs dat ik (voorin zittend die keer) een foto van hen moet maken –die ze nooit zullen zien. Vooral in het doodarme Swaziland zwaaien mensen en vooral kinderen opgewekt naar ons. Mensen met wie we een paar meer persoonlijke woorden wisselen, blijken dezelfde vragen en zorgen om bij voorbeeld hun kinderen te hebben als wij ook. Ik denk aan een paar verkoopsters op de Swazimarkt, of de mevrouw bij de Zulushow. Gelukkig ontmoet ik ook blanken die de toekomst niet zo somber inzien. Die begrijpen dat de nieuwe verhoudingen ook een andere houding van jezelf vraagt. Die er geen been in zien dat je Engels maar vooral ook de plaatselijke taal als Zulu of Xosha spreekt.

Met talen is hier van alles aan de hand
Het leuke is dat de mensen bijna altijd Engels verstaan en spreken. Je kunt dus nog eens wat woorden wisselen die soms net iets verder gaan dan het loven en bieden op een marktje. Met taal is hier trouwens van alles aan de hand. Onze reisleider (voortaan maar RL) spreekt Afrikaans tegen ons. Even wennen, maar als ze niet te snel spreekt is ze goed te volgen. Als ze met de chauffeur spreekt, kan ik het echter nauwelijks volgen. Niet iedere witte spreekt overigens Afrikaans. De mevrouw naast wie ik in het vliegtuig zat, vroeg ik ernaar. ‘Afrikaans’, zei ze met het perfecte accent, maar het misprijzen is onmiskenbaar. ‘Yes, we had to learn it in school,’ ging ze dan ook meteen in het Engels verder. Anderen spreken bij voorkeur Afrikaans, ook tegen zwarte mensen, en dat wordt niet altijd op prijs gesteld. Afrikaans is toch de taal die de zwarten in het verleden gedwongen werden te leren en te spreken. De Sowetorellen waren o.a. hierdoor geïnspireerd.

Chauffeur tegen rondhangende zwarte bediende van een hotel: ‘Jij moet mij wijs waar ek die bus moet plaas.’ Jongen: ‘I don’t understand.’ (loopt weg). Ch.: ‘Hé! Kom!’ De jongen reageert op dit commando. Ch.: ‘Zie, jij verstaat mij wel!’

Soms gebruiken Zuid-Afrikanen drie talen door elkaar: Het Afrikaans, Engels (de algemene voertaal) en de plaatselijke voertaal, bij voorbeeld Zulu of Xhosa. De laatste taal is heel moeilijk uit te spreken vanwege de vele klikklanken. Elke klik klinkt dan ook nog weer anders. Het heen en weer schakelen tussen de talen gebeurt snel en soms binnen een zin. De witte chauffeur van de 4x4 wagen naar de Sani-pas in Lesotho vertelde dat hij in het dagelijks leven voornamelijk Zulu sprak. Tegen mij sprak hij Engels en tegen de andere witte chauffeur weer Afrikaans. ‘Als je in het moderne Zuid-Afrika goed wilt functioneren, moet je de plaatselijke taal spreken’, merkte hij op. Zijn dochter leert op school de drie talen. Hij leek mij een van de best aan de nieuwe situatie aangepaste blanken die ik ontmoet heb.

Ook dat interesseert me: hoe de blanke minderheid zich opstelt tegenover het nieuwe Zuid-Afrika van na de apartheid, en wat hun nieuwe rol daarin is. Als ik kan, spreek ik mensen aan en vraag ze er gewoon naar. Zoals dat echtpaar bij het Voortrekkersmonument bij Pretoria. Man en vrouw van ca. dertig met twee kindjes. Hij werkend als ‘civil engineer’ aan een waterkrachtdam en zij in de zorg. Ze vinden het een prima land en zouden het niet willen ruilen voor enig ander land. Zij: ‘Het ligt ook wel sterk aan hoe je eigen houding is ten opzichte van de nieuwe situatie. Als je die niet kunt accepteren en je niet wilt schikken in de nieuwe orde, ja dan heb je het moeilijk, maar als je geeft en neemt dan is Zuid-Afrika een prima land om te leven, ook voor een minderheid.’

Maar ik zie ook nog taaie reflexen uit het nabije verleden. Een (blanke) reisleider is bij aankomst in het hotel de sleutels aan het verdelen. Een klant heeft nog een vraag die de reisleider niet kan beantwoorden. De reisleider wil de aandacht trekken van de zwarte mevrouw achter de receptiebalie om de vraag door te spelen. De reisleider fluit (!)naar haar, wenkt en als respons in het rumoer begrijpelijk even uitblijft, roept de reisleider: ‘Wakie, Wakie!’ (Wakker worden!). Omstanders voelen zich gegeneerd; hun schoen is ineens enkele maten te klein voor de kromme tenen. De zwarte mevrouw reageert uiterst professioneel: met een glimlach komt ze aanlopen en lost het probleem op. Klasse.

Plakkers
Kritiek hoorde ik van verschillende mensen op president Jacob Zuma. Hij schijnt weinig gezag te hebben onder in ieder geval de blanken die ik sprak. Hij is alleen onschendbaar zolang hij in het ambt is, maar beschuldigingen van o.a. corruptie hangen nog boven de markt. Ook met de rest van zijn meningen en gedrag (vrouwen, aids) wekt hij weinig bijval. Meer is er een soort gêne. Dat de ANC-regering nog zeer onvoldoende heeft weten te doen aan de leefomstandigheden van grote groepen van de bevolking wordt haar, m.i. terecht, zwaar aangerekend. Van de beloftes van net na de val van de apartheid komt te weinig terecht. De mevrouw in het vliegtuig verontschuldigde zich ervoor wat ik op weg naar het vliegveld in Kaapstad te zien had gekregen. Ik zei dat dat niet hoefde want het was donker toen we daar reden maar dat ik wist waar ze op doelde. De Zuid-Afrikaanse auteur Carel van der Merwe beschrijft de situatie in zijn boek Nasleep uit 2010 zo: “De plakkerskampen zijn nog groter geworden sinds hij hier voor het laatst was, een grijze zee van hout, zink en plastic voor zover je kunt kijken. Krakkemikkige huisjes, opgetrokken op elk denkbaar open stukje grond, sommige niet meer dan een paar meter van de snelweg af. (…) Al deze mensen. Hoe overleven ze hier, hoe verdragen ze het, hoe lang zullen ze het nog verdragen? Of raak je na verloop van tijd aan alles gewend?”

De mevrouw wijt de situatie aan de sterke trek naar de stad, waar de mensen een beter leven verwachten, maar waar niets anders wacht dan werkloosheid en dus uitzichtloosheid. In dit kader vraag ik mij toch weer af of al die miljoenen die besteed zijn aan megalomane stadions voor het WK voetbal, niet beter besteed hadden kunnen worden. Maar dat is een discussie die wel voort zal gaan, ook in ons eigen land waar men zich opmaakt voor het organiseren van Olympische spelen.

Ook wij zagen onderweg regelmatig de plakkers- of stakkerskampen . Bij de kustplaats Knijsna, bij voorbeeld. De tegenstelling met de vele complexen met zeer luxe huizen die we ook zagen, is zonder meer schrijnend te noemen. En dat dit een voedingsbodem is voor ontevredenheid en criminaliteit, wekt geen verwondering. De uitdaging waarvoor de Zuid-Afrikaanse regering staat is groot. Maar het is de moeite waard, want in de paar weken dat ik door dit land reisde, heb ik gezien dat het een schitterend land is met een vriendelijke bevolking en een unieke schat aan natuur. Een land waar iedere reiziger zich welkom kan voelen.

Pesse, 30 oktober 2010


Verantwoording

Op de komende pagina’s geef ik een beschrijving van onze reis. Personen duid ik om privacyredenen aan met initialen die niet noodzakelijk de echte zijn. Ik wil benadrukken dat het mijn verhaal is, met alle subjectiviteit in de observaties en meningen en smaken. U als toekomstige reiziger of u die deze reis al eens gemaakt hebt, zult het niet altijd met mij eens zijn. Dat lijkt me alleen maar goed. Verslagen die weinig meer vertellen dan welke toeristische hoogtepunten men bezocht, zijn er al genoeg te vinden op het internet.

Wel maak ik dit verslag zorgvuldig en met aandacht.



 

Op dit kaartje is in grote lijnen onze route ingetekend: 

kaartjeZASRCXXX

Kaartje gekregen van een mede-SRC-reiziger (op een andere groep en datum) die het van zijn RL had gekregen. Attente reisleider! Dank!

 

Op pad           (vrijdag, zaterdag 17-18 september 2010)


Onze reis begint een dag eerder dan de ‘echte’ reis. Omdat wij relatief ver van Schiphol wonen en we drie uur voor vertrek dus al om half acht ’s ochtends op de luchthaven moeten zijn, hebben wij, ( ‘wij’ is altijd: mijn vrouw en ik, tenzij anders vermeld), ervoor gekozen om al op vrijdag te vertrekken en gebruik te maken van het aanbod van SRC Cultuurvakanties om tegen een redelijk tarief de nacht door te brengen in het Van der Valk A-4 Hotel bij Schiphol. Ik heb weinig kritiek op de NS, maar altijd als wij naar het vliegtuig moeten, dan is er vertraging. We doen het dus liever zo, zonder enige stress. Dat bevalt ons uitstekend. ’s Morgens check ik thuis alvast elektronisch in. Dat is voor het eerst dat dit kan. Het gaat simpel. Ik zie echter de voordelen niet, wat de volgende ochtend moeten we onze bagage afgeven aan een KLM-balie en daar worden praktisch alle procedures nog uitgevoerd als vroeger toen je daar ook je boardingpas kreeg. Enfin, het zal wel vooruitgang heten. Vriend B. uit het dorp is weer zo vriendelijk om ons naar het NS-station te brengen. We nemen de trein van 13.42 u in de veronderstelling dat die lekker rustig zou zijn. We hadden er niet mee gerekend dat voor half Nederland en zeker voor studenten het weekend al op vrijdagmorgen begint. Tot Zwolle is de trein propvol. Na Meppel kan ik zitten en na Zwolle is het rustiger. Op Schiphol hebben we nog even de tijd voor er weer een gratis shuttlebus naar het hotel komt. Tijd voor een lekkere cappuccino en kijken naar al die mensen die onderweg zijn. Bij ‘de’ bank wissel ik alvast Euro’s voor Randen voor de eerste dagen. Dat had ik achteraf gezien niet moeten doen. Of het aan onkosten of aan de koers ligt, weet ik niet maar dit zijn verschrikkelijk dure Randen. Op 2500 Rand betaal ik ongeveer veertig (!) euro meer dan als ik hetzelfde bedrag pin in ZA! Voor het gemak rekenen we in ZA 10 Rand gelijk aan één Euro.

We checken in in het hotel en zitten nog even in de zon op ons balkon. We eten een prima maaltijd en kijken daarna nog even tv. Niet te laat naar bed want de shuttlebus vertrekt al om kwart over zeven morgenvroeg.

De reis begint

Zes uur op, heerlijk ontbijtbuffet. Propvolle shuttlebus naar het vliegveld, ik moet op de treeplank staan. We geven de koffers af bij de KLM baggage-drop-off balie zoals dat tegenwoordig heet en dan begint het wachten. Het is heel druk bij de gate. Pas laat komt de securitycheck op gang zodat we te laat vertrekken, maar kennelijk is dat in de reistijd inbegrepen want de captain meldt dat hij verwacht op tijd of zelfs iets vroeger aan te komen. En dat zal uitkomen. Met een snelheid van zo’n 900 á 1000 km per uur op hoogtes tot 11,5 km leggen we de ruim 9000 km naar Johannesburg (‘Joburg’ voor Zuid-Afrikanen) af en voor half tien ’s avonds zijn we op de plaats van bestemming. Onderweg zitten R en ik afwisselend aan het raam. We zien de Middellandse zee en de woestijnen van Afrika. Wat een immense leegte. Er zijn veel droge rivierbeddingen te onderscheiden. Later zien we de zon ondergaan. Reusachtige onweerswolken vormen een surrealistisch gebergte in de lucht waarachter de zon verdwijnt. In het berglandschap van wolken flitsen bliksemschichten heen en weer. Een fascinerend en ook dreigend gezicht. Gelukkig blijven de buien op afstand en heeft het vliegtuig er geen last van. Nog later glijden we schuin in een bocht en laag over de stad Johannesburg. Mooi gezicht, al die twinkelende lichtjes.

We worden goed verzorgd onderweg. De maaltijden zijn best smakelijk. Wel word je op zo’n lange tocht moe van het in een houding zitten. Het OR Tambo International Airport, zo genoemd naar de vroegere voorman van de verzetsbeweging ANC, is het grootste vliegveld van Zuid-Afrika en ook van het continent. Het is er kennelijk goed georganiseerd want onze koffers zijn er snel. We maken kennis met onze RL (reisleider) en met de groep. 19 personen in totaal. Dat is een redelijk aantal. RL spreekt Afrikaans tegen ons. Ze doet dat, belooft ze, niet te snel. Het is na even wennen goed te volgen. Het in een andere, zij het verwante taal aangesproken worden verhoogt wel meteen je gevoel van in een andere cultuur beland te zijn. Dat heeft wel wat, vind ik.

Donker Johannesburg

Het is een ritje van een half uur door donker Joburg naar het Arcadia Hotel in Pretoria. We worden ontvangen met een drankje, dat zal standaard in elk hotel zo zijn. We krijgen wat instructies en informatie. Morgenvroeg gaan we meteen op excursie. De groep zal al uit elkaar gaan als ik de vraag stel wanneer we dan de excursie naar Soweto gaan doen. Die gaat niet door, meldt RL plompverloren. Veel te gevaarlijk in het weekend, als al die swartmense thuis zijn en feesten en drinken enz. Ze is daar eens met een bus geweest en bij een stoplicht klemgezet. Daarna gaat ze nooit meer met een groep in het weekend naar Soweto, deelt ze mee.

Dat begint mooi, denk ik. Het is een excursie die hóórt bij een bezoek aan dit land en ik had me dan ook volledig ingesteld op het idee dat ik die voormalige township, nu stadsdeel, zou gaan bezoeken. En in de reisgids, èn in de begeleidende brief van SRC wordt deze excursie als facultatief te boeken, aangeboden. Er wordt niets gesteld over weekend of geen weekend. Deze annulering vind ik wel erg snel en simpel. Later horen we van groepen die er in het weekend wel waren geweest en geen nadelen hadden ondervonden. In het vliegtuig terug zat ik naast een meisje die met de reisorganisatie Koning Aap was geweest en met een kleiner busje op zaterdag zonder enig probleem Soweto had bezocht. Vooral het Apartheidsmuseum dat bij hun tour inzat, had ze indrukwekkend gevonden. Ik vind het heel vervelend dat ik dit allemaal heb moeten missen. Mijn vrouw en ik zijn niet de enige in de groep die dit een heel slechte start van onze reis vinden.

Nu ja, eerst maar naar de kamer. We installeren ons voor twee dagen en zetten nog even een kopje thee. Het is tegen twaalven als we gaan slapen. Het was een lange dag.

 



 

Pretoria/ Tshwane    zondag 19 september

 

De ANC-regering is bezig bepaalde steden een andere naam te geven. Tshwane = wij zijn gelijk. Een politiek correcte naam, die vooralsnog als wens de vader van de gedachte zal zijn.

Om half negen zitten we in de bus op weg voor onze eerste excursie. We rijden door de straten van Pretoria, die omzoomd zijn door Jacarandabomen. Ze zijn nu nog praktisch kaal, maar over een paar weken zullen ze de stad hullen in een paarse gloed. Dat moet een fantastisch gezicht zijn. Dat missen we dus, maar dat is een door ons ingecalculeerd gemis. Eerst rijden we naar en langs de Uniegebouwen. De Union Buildings waren de bestuursgebouwen voor de Union of South Africa van 1910. Het gebouw ligt op een heuvel die uitzicht biedt over een deel van de stad. Eromheen liggen fraaie tuinen, die we laten voor wat ze zijn. Wel mogen we even uitstappen voor foto’s van het uitzicht en de tuinen op de voorgrond. Er staat een monument voor gevallenen tijdens ‘die Groot Oorlog’, 1914-1918. Het is een kopie van een beeld dat in Frankrijk staat.

Krugerhuis Pretoria

We bezoeken het Krugerhuis, nu een museum. Van 1883 tot 1900 woonde de president van de Zuid-Afrikaansche Republiek Paul Kruger hier. Het museum toont inrichtingen uit die tijd en persoonlijke en politieke herinneringen aan Krugers presidentschap. Zo is er informatie over zijn reis naar Europa (met een Nederlandse oorlogsbodem gemaakt!) om steun te zoeken voor de strijd van de Afrikaner Boeren, afstammelingen van Nederlandse kolonisten, tegen de Britten. “Kruger arriveerde op 6 december 1900 in Den Haag, waar hij de gast was van koningin Wilhelmina. Zij stuurde een aanbevelingsbrief voor hem naar de Duitse keizer Wilhelm II, maar die weigerde hem te ontvangen. De Boerenleider verbleef een tijd in Nederland, waar hij overal met groot enthousiasme werd gehuldigd”.(bron: Wikipedia). Later werd de volksheld bij ons verguisd omdat men hem zag als het symbool van de blanke overheersing in Zuid-Afrika.

In de tuin staat nog de wagon, waarin hij een deel van zijn leven doorbracht, toen hij niet langer in Pretoria kon blijven. Op de binnenplaatsen staan mooi bloeiende struiken en wevervogels nestelen erin. Op hun kop hangend weven ze aan hun ronde nesten die aan een dun zwiepend takje hangen. Enthousiast maken we foto’s van de kwetterende bedrijvige beestjes. Later zullen we meer wevervogels dan mussen zien, maar toch blijven hun activiteiten me fascineren. Je hebt bovendien verschillende wevers, die ook verschillende huizen maken. Tegenover het museum staat een leuk kerkje van de Nederduits Gereformeerde Kerk, een gebouw dat zo ergens in Nederland zou passen.

Hier en daar zie ik nu toch al Jacarandabomen in bloei. Wat een feestelijk gezicht!

Voortrekkermonument

Aan de N1 richting Joburg ligt het Voortrekkermonument. Voor we het bekijken, kunnen we koffiedrinken bij het cafeetje dat erbij hoort. Dat is welkom, want het is zo op de morgen al aardig warm. Ook kan hier gepind worden. Het monument voor de trekkende Boeren is een pompeus granieten bouwwerk dat gebouwd werd tussen 1938 en 1949. Het gebouw moet de herinnering aan twee legendarische gebeurtenissen uit de Boerenoorlog levend houden: de Grote Trek en de Slag bij de Bloedrivier. In de crypte vind je een grote stenen plaat met de inscriptie Ons vir jou Suid-Afrika. Op de middag van 16 december (de dag van de slag bij Bloedrivier) valt de zon net op deze plaat. Het doet me allemaal denken aan twee monumenten in Europa die ik recentelijk bezocht. Ten eerste de toren van VVK (Vlaanderen voor Kristus) in Ieper, België en ten tweede aan het Völkerschlachtdenkmal in Leipzig. Dat laatste bouwsel blijkt overigens nog ruim tien keer zo enorm te zijn in zijn afmetingen als dit. (Over beide Europese monumenten meer info op deze site onder “Culturele excursies” in het hoofdmenu).

Het Voortrekkermonument is 40 meter hoog en ligt te midden van een tropische tuin die zowat alle Zuid-Afrikaanse planten, bomen en bloemen bevat. Het complex wordt omsloten door een muur (in het Afrikaans een Laager) van 64 granieten replica's van de ossenwagens waarmee de Voortrekkers ooit de Kaap verlieten om hun geluk in de Transvaal en de Oranje Vrijstaat te beproeven. De befaamde Zuid-Afrikaanse beeldhouwer Anton van Wouw heeft een bronzen standbeeld gemaakt van de Voortrekker-oermoeder met kind. Dit standbeeld prijkt nog steeds voor de toegangspoort van Monumentkoppie.

Binnenin het Voortrekkermonument vindt men de 30 meter hoge Heldenhal met een 92 meter lange marmeren muurgravure van de hand van Romano Romanelli, die de belangrijkste gebeurtenissen uit de Grote Trek en de Slag bij Bloedrivier uitbeeldt. (info van Wikipedia)

Binnen het stenen ‘Laager’ zijn prachtige bloemperken waar we heerlijk wandelen. Staande op het dak van het gebouw hebben we een mooi uitzicht over de omgeving, want het staat ook nog eens op een heuvel, het Monumentkoppie.

Groots monument

Wij zien het denk ik allemaal als een toeristische attractie met een historische achtergrond. Het wekt geen speciale gevoelens bij mij. Hooguit doet het me terugdenken aan de spannende boeken van L.Penning die ik als kind verslond. Het blanke echtpaar dat R en ik spraken bij dit monument, ervaart het echter als een indrukwekkende herinnering aan een belangrijke episode in hun eigenlijk nog recente geschiedenis. Een groots monument voor een groot(s) land. Hoewel ze maar op 40 km afstand wonen, zijn ze hier voor het eerst. Ze wilden wachten tot hun beide kinderen er ook iets van mee konden krijgen. Deze maatschappelijk geslaagde mensen zijn desgevraagd heel positief over hun land. Ze zouden het voor geen ander willen ruilen. Ook de toekomst zien ze positief tegemoet. Ik vraag, met de annulering van ons Soweto-bezoek in het achterhoofd, naar het geweld in hun land waar overal voor gewaarschuwd wordt. Ze menen allebei dat geweld overal voorkomt en dat dat niet specifiek voor Zuid-Afrika is. Je moet je gewoon verstandig gedragen, het niet uitlokken, zeggen ze. Ze kunnen zich wel iets voorstellen bij het gegeven dat Soweto in het weekend voor ons te onveilig wordt gevonden. Maar in Amsterdam moet je ook oppassen, toch? Ja, dat kunnen we niet ontkennen.

Wat wij dan van hun land vinden? Wij antwoorden dat ze ons dat over drie weken weer zouden moeten vragen, omdat dit onze eerste dag in hun land is. Ze lachen en vergeven ons dat we nog geen oordeel kunnen geven. Een leuk gesprek.

De binnenstad van Pretoria

We zien de ‘oude’ binnenstad van Pretoria. Aan het plein staat o.a. het huis waarvandaan vroeger de postkoetsen vertrokken en het Paleis van Justitie waar Nelson Mandela werd verhoord. Ook zien we het voetbalstadion dat gebouwd werd voor de WK van eerder dit jaar. Ook in Durban en Kaapstad zullen we het soccerstadium zien.

Voor de lunch rijden we naar een idyllisch plekje aan een vijver waar blauwe kraanvogels rondstappen. Je mag raden hoe het restaurant heet. Juist: Blue Crane. Ik bestel een warme lunch: biefstuk met brood, gesmolten kaas en ‘chips’ (dikke frieten). Ik heb er een flinke kluif aan. Voor we weggaan, doe ik een plasje. In het urinoir staat een miniatuur doelpaal met een voetballetje hangend aan de bovenlat. Ik maak er heel wat doelpunten mee. Jammer dat ik er geen foto van heb gemaakt. Het is heerlijk weer. Helder, zonnig, warm. Voor het eerst heb ik een vakantiegevoel: relaxt zitten eten met een lekker koel drankje erbij.

Terug bij het hotel is er geen vervangend programma voor de uitgevallen Soweto-excursie. Je kunt gaan winkelen in het winkelcentrum vlakbij, zegt RL. Niet dat we dat zouden willen, maar dat winkelcentrum is dicht op zondagmiddag, constateert de groep. Info over wat we anders nog met deze middag zouden kunnen doen, krijgen we niet. Het vertrouwen in RL neemt bij ons niet toe, deze eerste dag. We wandelen wat in de buurt van het hotel, maar er is niets te zien dan stoffige straten en oninteressante gebouwen. Bovendien is het te heet voor zomaar wat struinen. We zoeken te vergeefs naar een parkje waar we wat zouden kunnen zitten. Ten slotte lopen we maar terug naar het hotel, waar we op het terras met een koel drankje samen met andere groepsleden ons chagrijn zitten te herkauwen. Ach, dat is overdreven. Het was best gezellig en je leert elkaar alvast wat kennen, zo. Maar ik had zo op een programma gerekend dat ik ook niet meteen de eerste dag op het idee kom om desnoods via het hotel zelf dan maar een activiteit te regelen. We zijn dit ook helemaal niet gewend van SRC. De groepsleden op het terras kunnen ook niet inschatten of het nu terecht is of niet dat de excursie geannuleerd is. Wel vinden we allemaal dat SRC de excursie dan ook maar beter niet meer kan aanbieden, ook niet als facultatief. Want iets aanbieden betekent volgens ons ook dat je dan als reisorganisatie de faciliteiten erbij levert. We vragen ons ook af of het met een andere gids/RL misschien wel door had gegaan.

Het diner is in het hotel met o.a. lamsvlees en kip-curry van het buffet. Het smaakt me heerlijk, ook al is het mijn tweede warme eten van deze dag. Op de kamer maken we de aantekeningen over deze dag (we houden beiden een dagboek bij tijdens de reis, waarop ik deze tekst baseer), drinken een kopje koffie en maken de koffer klaar want morgen gaan we naar het volgende hotel.


 


 

Provincie Mpumalanga; op weg naar het Krugerpark               maandag 20 september

 

Mpumalanga: de graanschuur van ZA waar vooral sorghum wordt verbouwd. Nu in de vroege lente zijn de velden kaal en bruingeel. Het is overal erg droog. ’t Ziet er tamelijk desolaat uit. We komen langs steenkoolmijnen en een staalfabriek. Veel vlak ‘veld’, wat tamelijk saai is om door te rijden.

Langs de weg, vooral in de buurt van de genoemde economische activiteiten, staan de dorpen van plakkershuissies, of stakkerhuissies. Ze schijnen voornamelijk bewoond te worden door illegale vreemdelingen, volgens onze RL. Dat zal wel, maar ik vrees dat niet alle inwoners illegaal zijn. Natuurlijk stelt de overheid graag dat het alleen maar om illegalen uit o.a. Mozambique gaat, dat komt haar beter uit dan toegeven dat de woonsituatie van ook ‘eigen’ mensen ronduit abominabel is. Ik denk: als het om illegalen gaat, zou de overheid wel betere controles houden. Tenzij die overheid en het bedrijfsleven natuurlijk economisch belang hebben bij de aanwezigheid van belachelijk goedkope arbeidskrachten. Mensen die voor weinig geld de beroerdste arbeidsomstandigheden voor lief willen nemen. Het zal in ZA niet anders zijn dan in andere landen. Bij ons fungeren de Polen en Roemenen op het ogenblik zo, denk ik. Bij ons zijn de woonomstandigheden van deze nieuwe gastarbeiders niet excellent. De huisjes leunen hier tegen elkaar van ellende, opgetrokken uit blikplaten, karton en ander afval. Water en elektriciteit zijn er niet. Wat beter af zijn de mensen die wonen in nederzettingen met zgn. Mandelahuisjes. Die zijn van steen met een golfplaten dak. Dat ziet er in ieder geval al heel wat steviger en ook menswaardiger uit.

Via Middelburg en Belfast

We volgen de N4, een uitstekende (tol)weg via Middelburg en Belfast. Die plaatsen liggen in ZA niet ver van elkaar. We stoppen voor de lunch in Dullstroom. Dat is een typisch stadje met –wat ik ervan zie- heel veel winkeltjes voor toeristen. We eten bij Mrs. Simpson, en voordat we het stadje in mogen, moeten we even bestellen wat we straks willen eten. Dan gaat het sneller. Ik bestel gevulde zalmforel. Die zal straks verrukkelijk smaken. Dit is immers forellenland. Dan gaan we wat winkeltjes bekijken. R ziet wel mooie dingen in een zijdewinkel. In een ander winkeltje kopen we wat kaarten. Voor het thuisfront. De vriendelijke witte man achter de toonbank heet ons hartelijk welkom in ZA en vertelt dat het stadje is ontstaan doordat vijf oorspronkelijk Nederlandse Voortrekkerfamilies zich hier vestigden. Hun nazaten wonen hier nog, zegt hij.

Na de lunch wordt het landschap aantrekkelijker. Er is nu meer groen. Plantages van fruit, als bananen, sinaasappels, mango’s en papaja’s. Het wordt ruiger. We naderen de rand van het plateau. Op de Long Tom-pas zitten we midden in uitlopers van de Drakensbergen en hebben we prachtige uitzichten. Hoge bergen, diepe dalen. We zien voor het eerst bavianen, op een helling, vrij ver weg. We bezoeken in de buurt van Hazyview dicht bij onze bestemming een winkelcentrum om stakkers te kopen. Pardon? Ja, stakkers. Het duurde bij ons ook even voor we ons realiseerden dat de RL verloopstekkers bedoelde. Die kun je namelijk in Nederland niet aanschaffen. Hier liggen ze voor een paar Randen. Wij hoeven er geen want ik heb er een geleend van onze goede vrienden Th en A. In sommige hotels heb je trouwens ook een apart stopcontact waar een platte stekker in past, maar je kunt niet zonder verloopstekker. Het winkelcentrum is super de luxe, vind ik. Het zou in een westers land niet misstaan. Ik pin er maar weer 2500 Rand. Het geld wil er wel door hier, terwijl we toch helemaal geen rare dingen doen.

Een Lodge zoals je je die voorstelt

Nog even en dan zijn we bij onze lodge. Sanbonani Resort Hotel. Het ligt hier prachtig aan de Sabie-rivier, die de grens vormt met het Krugerpark. Aan de overkant is het park. Langs de oprijlaan staan uitbundig bloeiende bougainvilles en andere bloeiende bomen en struiken. We krijgen een mooie kamer in een appartementengebouw op de begane grond. Op het grote terrein staan diverse van zulke gebouwen en ook zomerhuizen. Het terrein is parkachtig aangelegd met bijzondere bomen met vreemde vruchten en/of prachtige bloemen. Er staan bordjes met: “Waarskuwing, Pasop vir seekoeie snags. Gaste word gewaarsku om nie in die rivier te swem nie weens bilharzia, seekoeie en krokodille.” De seekoeie (nijlpaarden) willen bij donker wel uit de rivier het terrein opkomen. Ik heb het er niet zo op. Het zijn de beesten die de meeste slachtoffers maken van alle wilde beesten. Ze zijn, in tegenstelling tot wat je misschien verwacht, snel en agressief. Nijlpaarden en buffels maken veel meer slachtoffers dan de katachtige roofdieren, leerde ik al op safari in Kenia, dertig jaar geleden. Voor het donker wordt, maken R en ik een wandeling over het terrein langs de rivier. Er staan schijnwerpers, waarin je de ‘seekoeie’ kunt zien ’s avonds. Mensen die hier een vakantiehuis hebben, zitten eerste rang. Vandaar dat de huizen op pilaren staan natuurlijk. Wij zien geen seekoeie; we horen er wel een snuiven. Wel zien we mooie vogeltjes. En 's avonds als het donker is, komen de kikkers en padden uit hun schuilplaatsen. Ze zitten op paden en ook in de gang soms. Ik ben altijd bang dat ik er in het donker op een zal trappen. Er is wel verlichting op het terrein, maar niet zo goed dat je een pad ziet zitten.

’s Avonds is er een braai. Dat is typisch ZA. Op een grote barbecue wordt vlees geroosterd. Je hoeft er zelf niets aan te doen. Het vlees komt ‘vanzelf’ op het buffet te liggen. Het smaakt prima. We zitten buiten op het terras in de nog warme avondlucht te eten. Er is soep, er zijn salades waaronder lekkere koolsalade, gewokte groenten, gepofte aardappels, boerewors, kippenpoten, en grote porties rundvlees. En dan moet het toetje nog komen. Toetje? Toet! Puddinkjes met saus, soesjes met slagroom, verse vruchtensalade, ijs. Ik maak er een grand dessert van. De ZA wijn smaakt uitstekend en is goedkoper dan Coca-Cola. Koffie toe. Het Afrika-gevoel begint nu te komen. Nu een braai; morgen een gamedrive. Kijk, dat bedoel ik.

We gaan nog even het terrein op om nijlpaard te zien, maar zien er geen. Dan maar slapen want het is morgen vroeg dag.


 


 

 

Krugerpark, de nationale wildtuin   dinsdag 21 september

 

Om vijf uur gaat de wekker. Tegen zessen halen we een ontbijtpakket en drinken we staande een kop koffie. De omgebouwde Landrovers met 7 zitplaatsen waarvan zes verhoogd, staan al voor. Ik ga naast de chauffeur van de ene jeep zitten. Adriaan, stelt hij zich voor. Adriaan ziet eruit zoals ik me een ranger voorstelde. Safarishirt met korte mouwen, korte broek, petje op, gebruind. Niet al te spraakzaam, maar goed in zijn vak. Hij wel in zijn korte mouwen. Ik trek mijn winddichte jack erbij aan, want het is zo vroeg nog behoorlijk koud, en in de open jeep vernikkel je anders helemaal. ‘Zo doe ik dat winter en zomer’, zegt Adriaan stoer en draait achteloos het stuur driemaal rond. O nee, dat was de Adriaan uit de grappige boeken van Leonard Huizinga, die ik als puber las. Deze Adriaan is serieuzer. Inderdaad is het onderweg naar de Phabeni-toegangspoort van Krugerpark heel fris. A en ik schatten dat het misschien nauwelijks 15 graden is. Anders niet zo gekke temperatuur voor zes uur in de ochtend maar in een open jeep bij 70 km p/h is dat anders. Overal langs de weg zie je al mensen op pad of staan te wachten op een bustaxi. Bij de toegang van het park is het al heel druk. Jeeps, busjes, personenauto’s. A gaat kaartjes voor ons halen. We kunnen even uitstappen en/of naar het toilet. De komende uren kan dat niet. Dan door het hek over het wildrooster. Nu rijdt A heel rustig. Hij reageert op elke opmerking van ‘stop!’ of ‘olifant op twee uur’. Hij weet dat de hoogzittende spotters wild soms sneller zien dan hij. Ik zit niet hoog en moet soms gaan staan of met de knieën op de zitting om mooie foto’s te kunnen maken. Jammer is dat de voorruit niet naar voren kan omklappen. A staat constant in verbinding via de radio met vakgenoten. Wie wild gespot heeft, geeft dat door aan de anderen zodat alle klanten zoveel mogelijk waar voor hun geld krijgen. Dat blijkt later met bij voorbeeld de luipaard goed te werken.

Kolos van enkele tonnen

Het eerst zien we natuurlijk impala’s. Die zijn hier zo talrijk (150000 stuks; cijfers uit 2003) dat we er al gauw niet meer voor stoppen. Al snel scoren we onze eerste witte neushoorn ( de witrenoster zeggen ze hier). En dat is andere koek. Want die impala’s zijn prachtig om te zien met hun elegante lijfje en reebruine ogen. Maar een kolos van enkele tonnen met een hoorn waarmee hij de hele jeep zou kunnen kantelen als hij dat zou willen, ja daarvoor heb je als eenvoudige toerist toch meer ontzag. De witte neushoorn is overigens net zo bruin als de zwarte neushoorn. De naam zit hem in een verbastering van het Engelse wide, breed. In tegenstelling tot de zwarte heeft de witte neushoorn een brede bek waarmee hij graast als een koe. Zwarte zijn hier zeer schaars. De witte variant kunnen we diverse keren zien, en heel mooi in beeld brengen. Er zijn er nu 5000 van tegen 600 in 1980. Vervolgens zien we een nyala, een antilopensoort. Hij heeft witte strepen op een grijzige ondergrond en franjeachtige haren op rug en buik. Vervolgens een grote arend op een nest, vlak aan de weg. Een koedoe heeft ook witte strepen maar is wat bruiner. Deze zien we vaak. Ik heb ook koedoe gegeten. Als biltong en als biefstukje. Allebei wel lekker. Vervolgens zien we één gnoe (blouwildebees) van de 17000 die er zijn in dit park. De gnoe is typisch een kuddedier. In Kenia zag ik dertig jaar geleden enorme kuddes van honderden dieren over de vlaktes rennen, vaak in het gezelschap van zebra’s. Hier is dat dus heel anders. Parelhoenders scharrelen tussen de schaarse begroeiing. Het is erg droog in het park (en daarbuiten overigens) en bovendien zien we hele stukken die “gecontroleerd” afgebrand zijn. Het ziet er desolaat uit, maar het is een goede conditie om dieren te ontdekken. Bovendien schijnt de as een goede meststof te zijn. ‘Als het nu regent’, zegt A, ‘dan is alles binnen een week weer helemaal groen.’ Dat is nu nauwelijks voor te stellen. Dan komen er olifanten in zicht. Een kleine kudde van een moeder en een paar kleinere olifanten. Prachtig gezicht is dat. We kunnen ze goed in beeld krijgen. In de buurt ook weer impala’s. Ze zijn gewend aan de auto’s en blijven heel lang staan poseren met hun mooie patroon van naar onder toe steeds lichter wordende bruinen. Opeens: een neushoornvogel. De prachtig zwart-wit gevlekte vogel met een doorschijnende lange gele snavel heet eigenlijk ‘zuidelijke geelsnaveltok’. Tja. Neushoornvogel bekt veel leuker; nog mooier is misschien: geelbekneushoringvoël. Ik maak een prachtige foto van hem in half tegenlicht waarbij de zon door zijn gele snavel schijnt.

Majestueuze dieren

Een overstekende giraffe (kameelperd) wekt opwinding. Het majestueuze dier schrijdt de weg over, voor de stilstaande auto’s langs. Een tweede aarzelt. We blijven wachten tot die zijn/haar aarzeling heeft overwonnen en ons heel mooie plaatjes gunt. Van alle wilde dieren die we zien, vind ik dit misschien wel de meest imponerende. Ze bewegen zich met zo’n gratie en kunnen hooghartig en tegelijk zachtaardig uit hun grote ogen kijken.

Bij een bijna droge rivierbedding zien we buffels. Het lukt me niet ze in hun geheel op de sensor te krijgen. Altijd zit hun kop achter een tak of struik. Gelukkig komen er nog veel meer. Een bosbok steekt over. Karakteristiek zijn de witte vlekjes op zijn flank en het witte vlinderstrikje voor zijn donkerbruine hals. Wat een schitterend sierlijk beestje. Geluk hebben we met het zien van een gevlekte hyena. Het is een nachtdier en dat hij nu op klaarlichte dag zich vertoont aan ons, mag bijzonder genoemd worden. Bovendien staat onze jeep zo, dat ik hem ook nog haarscherp in de lens krijg. Verder zien we wrattenzwijnen en diverse mooie vogels zoals een purperreiger.

Dan een hele kudde olifanten. Een mannetje dat met wijd opgezette oren de weg opkomt. De kudde staat voornamelijk tussen de gelukkig nog kale struiken om een jong heen. Ze zijn zo dichtbij dat ik mijn telezoomlens maar een klein stukje hoef uit te draaien.

Weer een giraffe, een alleen en donker gekleurd. Een ouder mannetje dus. En dan bij een poel: nijlpaarden. Ook een jong ligt erbij. Ze liggen wat achter takken.

Scorelijst

Tegen negenen doen we een grote rustplaats aan. Hier kunnen we ons ontbijt opeten, naar het toilet en er is een winkel waar we o.a. twee boekjes kopen met alle zoogdieren en vogels uit het park met afbeeldingen. Ik koop ook de ZA variant, die nog meer info geeft. Daaruit komen ook de genoemde cijfers. Er staat ook een scorelijst in. Kijk, nu zijn we als echte toeristen op safari. Aankruisen wat we gezien hebben. Uiteindelijk zien we natuurlijk maar een fractie van wat er allemaal op de lijst staat, maar ik ben niet ontevreden.

Als we de Sabierivier oversteken zien we een nijlkrokodil. Een flinke maat. Zo langzamerhand zien we nog wel beesten maar geen nieuwe soorten meer. Of het mocht de bromvoël zijn. Een zwarte loopvogel met helrode konen en een indrukwekkende snavel. En bavianen. Weer een nijlpaard, nu op de rotsen bij het water en mooi in beeld te brengen. Als ik mijn foto’s bekijk, ben ik blij dat we in deze tijd zijn gegaan. Veel dieren zouden anders helemaal of deels achter het groen verborgen gebleven zijn. A bevestigt dat. Bovendien, zegt hij, trekken de dieren straks als het flink geregend heeft weg van de rivier, want dan vinden ze overal weer water. Nu rijden wij eigenlijk maar een klein parcours rond de Sabie-rivier. In totaal leggen we vandaag 70 km af, en daar doen we de hele dag over. Als je het afzet op het hele park, dan zien we misschien 2% of zoiets. Om het hele park te zien, moet je op eigen houtje gaan en er minstens een week voor uittrekken. Dat zou me trouwens best wat lijken.

Na het ontbijt gaan we verder op jacht. Tot de lunch zien we eigenlijk voornamelijk meer dieren van de soorten die ik al genoemd heb. Soms staan we echt een tijdje te wachten en te turen, want A heeft zo zijn plekken waarvan hij weet dat bepaalde dieren er zitten. Hij heeft een heel scherp oog voor wild.

Luipaard goed in de lens

We lunchen op een groot ‘hoofkamp’ waar een restaurant is en nog meer voorzieningen. Er is een warm buffet, dat er wel ingaat, na zo’n lange ochtend. Riet komt wat later aan want die rijdt in de andere jeep mee. Zo krijgen we misschien meer verschillende foto’s en meer gespreide kansen om de Big Five te zien: leeuw, buffel, olifant, neushoorn en luipaard. Deze dieren worden trouwens zo genoemd, niet omdat ze de grootste zijn, maar omdat ze het lastigst te schieten waren, vroeger. De leeuwen en een luipaard ontbreken vooralsnog aan ons lijstje. Op de luiperd hebben we ook niet veel kans gezien de kaart bij het kamp, waarop alle gespotte dieren van gisteren en vandaag met gekleurde spelden zijn aangegeven. Het luipaard staat er niet eens bij. Bij dit kamp zien we in de rivier een nijlpaard, helemaal boven water, dus een mooi plaatje. De neushoornvogel scharrelt hier ook weer rond in de takken. En apen, natuurlijk. Sommige mensen kunnen het niet laten de beestjes te voeren. Jammer. Personeel komt het algauw verbieden maar dan is de aap al weg met een appel en een stuk brood.

Als we na de lunch weer aan boord van de Landrover geklommen zijn, gaat A er als een speer vandoor. Kennelijk heeft hij op de radio iets doorgekregen. En ja, na een paar minuten stevig doorrijden, zien we een opstopping van auto’s. Daar moet iets te zien zijn. A manoeuvreert de auto ertussen en ja hoor! Daar staat het luipaard, niet ver van de weg maar wel tussen de bomen en struiken. Gelukkig dat die nog tamelijk kaal zijn! Ik zit in een positie dat ik ook de kop van de luiperd goed in de lens krijg. Wat een geluk. Ik maak een stuk of wat foto’s. Hij staat er goed op. Even later trekt het beest zich terug, tientallen fotografen teleurgesteld achterlatend. Tja, je moet maar net in de goede positie staan/zitten om een mooie foto te kunnen maken. Luipaarden zijn er 1000 in het park (in 2003).

Een stuk of vijf, zes leeuwen

En even daarna is het raak voor de leeuwen. Er liggen een stuk of vijf, zes leeuwen waaronder een mannetje met indrukwekkende manen aan de andere kant van de rivier in de schaduw. Het is namelijk flink warm geworden. Eerst moeten we goed kijken om ze te kunnen onderscheiden: ze hebben dezelfde kleur als het zand waarop ze liggen en dan in de schaduw. Maar als ik eenmaal weet waar precies ik moet kijken (ik mag A’s verrekijker even gebruiken), zijn ze zeker door de 250 mm telelens heel goed te zien. Onze dag is eigenlijk al goed.

Zebra’s. Die ontbreken nog. Op een zwart geblakerd stuk land staan er ineens drie vlak bij de weg. Toch ook heel mooie dieren. Het zijn de wat grover gestreepte Kaapse zebra’s, of Burchell’s zebra. De Grevy-zebra die ik in Kenia nog wel eens zag, met zijn fijne streepjes, komt hier niet voor. Verder nog mooie plaatjes van giraffen met impala’s, een giraffe die geniet van de malse nieuwe spruiten aan de acacia, die met die enorme scherpe doorns. Bavianen. Blauwaapjes. In een grote poel zitten drie nijlpaarden. Soms komt er wat boven water uit en klikken alle digitale sluiters.

Het landschap is gevarieerd. Veelal vlak, met lage begroeiing, soms met bomen ertussen. De boom die in volle bloei staat als wij er zijn, is de knoppiesdoringboom. Het is een boom met een flinke kruin die heldergeel bloeit met een bloeiwijze die aan gele wilgenkatjes doet denken. Hele vlakken zijn er in het landschap geel door gekleurd. Een prachtig gezicht. Overigens merkwaardig dat doringboom een begrip is dat ik al meer dan een halve eeuw ‘ken’ (namelijk uit het in mijn jeugd op de Nederlandse radio populaire ZA volksliedje ‘Sarie Marijs’) maar tot nu toe had ik er geen beeld bij. Nu, vijftig jaar later, weet ik dus eindelijk hoe een doringboom eruit ziet.

We rijden terug naar de lodge. Natuurlijk krijgen de chauffeurs een tip. Hoeveel dat moeten we per auto uitmaken. Gevolg is dat de ene auto flink guller is dan de andere. Oorzaak hiervan is dat onze RL weigert een centrale fooienpot in te stellen. Tja, ik en velen met mij hebben het idee dat RL vooral ook zelf op vakantie is.

We hebben een goede dag gehad, vindt A ook. Met die olifantenkudden, de leeuwen, de luipaard en de gevlekte hyena. Van de laatste twee zijn er in het hele park resp. maar 1000 en 2000. We zijn dik tevreden. We hebben heel veel mooie foto’s gemaakt.

’s Avonds hebben we weer een heerlijk buffetdiner. Hoewel we de hele dag hebben gezeten, zijn we toch moe. Moe van alle indrukken, van de wind en de hete zon.


 


 

Panoramaroute, God’s window, Bourke’s Luck Potholes, Blyde River Canyon, Three Rondavels, Pilgrims Rest    woensdag 22 september

 

Vandaag weer een excursiedag. Om zes uur op en om acht uur in de bus. Prima ontbijtbuffet trouwens in deze lodge, met lekkere yoghurt en vers fruit, naast bacon en ei enz. De route voert via Graskop. We zien eindeloze, aangeplante wouden van naald- (pijn-)bomen en eucalyptusbomen, aangelegd voor de houtvoorziening. Dan wordt het landschap weer ruiger en zien we de canyon van de Blyde rivier. (Er is ook een Treurrivier overigens. De namen hebben te maken met de gemoedstoestand van de Voortrekkers toen er in 1844 eerst sprake was van vermissing en later toch weer van de herontdekking van een aantal verkenners o.l.v. Hendrik Potgieter . Meer hierover bv. op deze link.

De canyon is ca. 30 km lang en boort zich door een gebied dat gemiddeld op ca. 700 m hoogte ligt. Het is een ruigte van steile kliffen, rotspartijen, plateaus en eilanden. De canyon is de op drie (andere bronnen zeggen twee, nl Grand Canyon en Fish River Canyon in Namibië) na grootste ter wereld en op diverse plaatsen spectaculair om te zien. Een van die plaatsen is ‘Gods Window’. Daar gaan we eerst naartoe. Helaas is Gods raam een beetje beslagen: het is nevelig. Een probleem dat hier vaker optreedt, getuige bij voorbeeld een plaatsnaam als Hazyview. Een beetje ironisch is dan ook de tekst op bordjes: ‘Keep Gods window clean’. Tja, wij doen ons best, maar de nevel zit toch echt aan ‘de andere kant van het raam’. Het uitzicht is dan ook niet zo spectaculair als het zou kunnen zijn. Toch wel mooi, al kunnen we niet Mozambique zien liggen… Wel zien we dichterbij de laagvlakte die zo’n 1000 m onder ons schijnt te liggen. Indrukwekkende cijfers allemaal, en indrukwekkend is het in werkelijkheid ook. En dat je daar dan toeristenstalletjes aantreft, tja, dat hoort erbij. Gelukkig is het nog vroeg en niemand is vervelend opdringerig.

Potholes, fotografische uitdaging

Minder last van nevel hebben we bij onze volgende stopplaats: de zogenaamde potholes van Bourke’s Luck. Potholes zijn uitgeslepen ronde gaten in de bodem van de canyon en ze heten naar de eigenaar die hier destijds heel veel goud vond op de plaats waar de Treur- en de Blyde rivier samenvloeien. Bourke had hier veel geluk, dus. Wij zijn ook niet ongelukkig, want het is prachtig helder weer hier beneden, zonnig, warm maar nog niet té. En het landschap is merkwaardig en heel schilderachtig. Al die ronde vormen in een verder woeste kloof. Het lijkt alsof ze met een enorme Black-and-Decker geboord zijn. Toch zijn ze op natuurlijke wijze ontstaan. Het gebied is goed toegankelijk middels een paar bruggen en min of meer aangelegde paden. De kleurenpracht van het gesteente, van oker en geel tot bijna zwart, gepaard aan de kubistische vormen, is voor een fotograaf een uitdaging die hij graag aangaat. Natuurlijk is dit een van de meest gefotografeerde plekken van ZA, maar nog niet door ons. Dus knippen R en ik erop los. Allerlei composities, allerlei standpunten, verschillende uitsneden en brandpuntsafstanden, och, iedere foto is weer anders. We hebben nog net tijd voor een oploskoffie op het terras dat bij de receptie hoort. De op het bord aangeboden filterkoffie is op, zegt de zwarte dame achter de toonbank. ‘Op’, ja het zal wel. Nou ja, het is dat we dorst hebben. Onderweg kunnen we foto’s maken van een prachtig bloeiende Protea, of suikerbossie. Het zijn meer dan manshoge struiken hier, met bloemen in alle fasen van uitkomen. We maken er heel mooie foto’s van. Het is een rode variant. Later in de Kirstenbosch Gardens in Kaapstad zullen we witte en gele varianten zien en ook verschillende bloemvormen.

Dan is het alweer tijd om met de bus terug te gaan naar Graskop voor de lunch. Er zijn meer restaurantjes in dit plaatsje maar RL heeft een pannenkoekenhuis voor ons gereserveerd voor onze ‘vrije’ lunch. Niemand protesteert, dus wij ook maar niet. Ik denk dat RL hier gratis eet als wij met de hele groep hier eten. Gelukkig hebben ze naast pannenkoeken ook hartige clubsandwiches. Een Castle erbij voor de dorst (als je bier bestelt, krijg je in ZA Castle; wil je wat anders dan moet je dat specificeren. Black Label is wat zachter).

Winkeltjes...

Na het eten hebben we tijd om de winkeltjes te bekijken. Overal waar we stoppen noemt de RL uitdrukkelijk altijd die mogelijkheid: ‘ons hê ook winkelkies’. Winkeltjes zijn belangrijk voor de toerist. Niemand kan zonder winkeltjes, op vakantie. Eigenlijk geen dag. Winkeltjes zijn eerste levensvoorwaarde voor de toerist. Als een groep toeristen de bus uit rolt voor een bezienswaardigheid rennen ze steevast als eerste naar de overal aanwezige kraampjes. Om een souvenir te kopen van wat ze nog moeten gaan zien. Soms zelfs van dingen die ter plaatse niet eens te zien zíjn. Dat de handelaren overal dezelfde troep verkopen doet er niet toe. Toch moet ieder winkeltje in elke plaats weer geïnspecteerd worden. En sommigen kópen ook in elk winkeltje. Een dag niet gekocht is een dag niet geleefd. Ach ja, toeristen. Ik ben er zelf ook een en R en ik kopen ook wel wat ‘meuk’, zo zou de vriend van onze dochter dat met een modern woord noemen. Nou ja, sommige meuk is leuk. Maar op den duur krijg ik een allergische reactie als ik RL weer hoor over ‘winkelkies’. Grrrr. Waar ik me ook over verwonder, is dat er zoveel kooplui naast elkaar gaan staan met allemaal hetzelfde assortiment. Van unique selling points hebben ze hier nog nooit gehoord. En tja: op de Swazimarkt zagen we de Chinese kranten nog liggen waar de originele Zuid-Afrikaanse souvenirs in verpakt waren geweest. Mijn petje met het mooie geborduurde embleem van de Big Five is ook geproduceerd in China zoals blijkt uit het etiket. Ja, wat niet tegenwoordig. Denk je dat je de lokale economie stimuleert door flink souvenirs te kopen, nou niet dus. De Chinezen gaan met je kapitaal aan de haal.

Biltong

Over winkeltjes gesproken: eentje is voor mij wel interessant: die heeft zich gespecialiseerd in biltong. Biltong is gedroogd hard vlees van rund (bees), kudu of voëlstruis. De heer achter de toonbank reageert aardig als hij hoort dat wij nieuw zijn en nog nooit biltong geproefd hebben. We mogen van beide soorten, bees en kudu, proeven. Bees is wat zachter, hoewel hij ook nog weer verschillende gradaties droogte en dus hardheid heeft. Ik wijs een stukje aan en hij snijdt het voor ons in ongelijke snippers en plakjes. Het is een lekkere snack, vind ik. R heeft het na een keer wel genoeg geproefd. We maken een praatje met de vriendelijke heer. Hij vertelt dat we in de goede tijd gekomen zijn. Lente, bloemen, mooi weer maar niet te warm.

Genoeg over toeristeneconomie. We gaan weer verder. Naar de Drie Rondavels. Een rondavel is een ronde hut met een puntdak van riet, zoals bv. de Xhosa en Zulu ze bouwen. De Three Rondavels zijn drie bergen die naast elkaar uit de Blyde River Canyon omhoog steken en die, als je je ogen een beetje dichtknijpt, sprekend lijken op… juist. Nee echt, ze lijken echt op zulke hutten. Hoewel je er ook reusachtige Monatoetjes in kunt zien als je dat wilt. Kijk maar op de foto’s. Als we uit de bus ernaartoe lopen, ben ik natuurlijk weer de laatste die uit de bus klimt. Buiten staan een heleboel zwarte jochies belangstellend naar mij te kijken. In het trapgat blijf ik staan en maak een foto van ze. Prachtig vinden ze dat. Ze gaan op een rij staan voor stuk voor stuk een hi five met die rare witte man -met een grijze baard ook nog. Cool! Even verder staat hun bus. Zeker schoolreisje. Naar de drie rondavels, het kan slechter. Uit de ramen van de bus steken allemaal frisse koppies van jongens en meiden die allemaal hun hand uit het raam wurmen voor ook zo’n high five. Wat een lol hebben we samen. Ik maak nog een foto van al die glunderende hoofdjes en haast me dan achter de groep aan.

Er leidt een pad naar de afgrond van de canyon, waar we een goed zicht hebben op de drie merkwaardig gevormde bergen. Ik maak heel wat foto’s ook al is het in de verte weer nevelig. Op de computer werk ik dat thuis wel bij. De Blyde-rivier ver in de diepte maakt een kronkel en schept een eiland; aan de overkant de drie puddingen. Het is een indrukwekkend landschap. De canyon is heel diep. Heel ver beneden zie ik op de rivier een boot varen; het is een speldenknop. R. ziet een paar hagedissen waaronder een heel fel gekleurde. Zie het fotoboek!

Pelgrim's Rest

Pelgrim’s Rest, Pelgrims Rus, is een oud bewaard gebleven mijnstadje. Nou ja, wat is oud hier. In 1874 vond men hier goud; het stadje was geboren. Het is nu een monument. We krijgen een uur om de straat af te lopen. Veel meer is er ook niet. Natuurlijk zijn er in de houten pandjes met golfplaat dak winkeltjes gevestigd. Dat van Dredzen schijnt nog aardig intact. Tijd om een eind buiten het dorp de gerestaureerde villa van de vroegere goudbaas te bezoeken, het Alanglade landhuis, is er niet. En dat is nu juist het enige echt interessante volgens mijn Capitoolgids. Uiteindelijk wordt het uur toch nog heel wat langer want het laatste winkeltje heeft een enorme aantrekkingskracht. Als ik met een paar andere mannen op de traptreden van de stoep zit te wachten, stapt een Afrikaanse dame voorbij die met een glimlach opmerkt: ‘The men sit, the women shop.’ Ik knik instemmend. Maar helemaal kloppen doet het niet wat ze zegt. Jammer van het Alanglade, dat had ik graag gezien. Volgens mij (en mijn Capitoolgids) is dat eigenlijk het enige echt interessante aan dit dorpje. Waarom SRC dat niet op het programma heeft, begrijp ik niet. Of is zoiets een beslissing van de plaatselijke RL die je treft? Toeristen met haast missen volgens mij weinig als ze Pelgrims Rus overslaan.

Voor het diner kunnen we nog even voor ons appartement buiten in de zon zitten. Wel jammer dat die zon om even na zessen al helemaal verdwenen is. Zo ongeveer om half zeven is het donker. Ik lees in mijn pocket met reisverhalen over ZA. Leuke literatuur voor hier.

Het bleef nog lang onrustig in de lodge

Tijdens het diner met gebraden rosbief van het stuk, stoofvlees, heerlijke slaaie (salades) en nog veel meer, wordt er gesproken over RL’s reactie op de vraag van de groep of RL ons bezoek aan Robbeneiland s.v.p. op tijd wil regelen zodat we niet ook dat missen. Ze heeft gezegd dat we dat bezoek maar zelf maar via Internet moeten regelen. Een van ons kan dan met zijn creditkaart betalen en het komt allemaal goed. Ja, ja. En waarvoor hebben wij dan een reisbegeleider? Dat is de gedachte bij iedereen. Er is veel onvrede over deze benadering. RL wilde ook al geen sores met een centrale fooienpot, een toch heel normale taak voor een reisleider. Het zomaar annuleren van de Soweto-excursie zit ook nog in ons hoofd. Sommigen opperen dat ze vooral zelf op vakantie is en dat we niet te lastig moeten zijn. Een van ons zal dit toch nog eens ter sprake brengen want dit kan natuurlijk niet zo. Het bleef nog lang onrustig in de lodge.


 


 

Naar Swaziland       Donderdag 23 september

 

Voor we vertrekken maken we nog foto’s van heel grote vleermuizen die in de nokconstructie van het restaurant (buiten) hangen. Via Nelspruit rijden wij naar Swaziland. Onderweg kilometers plantages, eerst nog met pijn- en eucalyptusbomen, later sinaasappels, fruit en suikerriet. Dat laatste is een milieubelastende teelt hier, want overal horen we dat water zo kostbaar want schaars is; welnu, suikerrietakkers worden zwaar geïrrigeerd. De armen van de sproeiapparaten zijn vele tientallen meters lang. Met deze hitte zal er meteen ook nog flink wat water verdampen. Koffie drinken doen we in een ongezellig onpersoonlijk winkelcentrum waar welgeteld één koffietentje is. Een uur krijgen we hiervoor. De door de RL uitgetrokken tijden tijden staan soms in geen verhouding tot elkaar. Bij de Kirstenbosch tuinen in Kaapstad zouden we ook een uur krijgen om die te bekijken. En dan hier een uur om een kopje koffie te drinken. We hangen wat rond tot het uur voorbij is. Sta even te kijken bij een Overland Truck waar ze net inkopen hebben gedaan en die bezig zijn in de truck te stouwen. Dat is toch wel een andere manier van reizen. Ik moet zeggen, het heeft wel wat. Zo deed ik dat dertig jaar geleden door Kenia en ik denk daar nog altijd met plezier aan terug.

13 vrouwen

Swaziland is een onafhankelijk koninkrijkje met een monarch aan het hoofd die in het buitenland vooral bekend is om het aantal vrouwen dat hij heeft. Dat zijn er nu 13. Officieel 12 want de koning trouwt pas met een vrouw als zij een kind van hem heeft gebaard. In 2005 heeft koning Mswati III een toen zeventienjarig meisje als zijn laatste verovering gepresenteerd. Het kind moest wel eerst in ZA een aidstest ondergaan (lees ik allemaal op internet, want info geven doet RL ook zeer mondjesmaat).

In de jaren 1995-96 zijn er onlusten geweest in het verder vreedzame landje met als inzet een grondwet en opheffing van het verbod op politieke partijen (!). Voor dat laatste voelde de koning niets. De laatste tijd (2005/2006) zijn er steeds meer protesten tegen de koning die zijn land steeds meer als een dictator regeert, maar dit speelt vooral onder de hoger opgeleiden. Swaziland is een arm land: het ligt ingeklemd tussen ZA en Mozambique en 70% van de bevolking leeft onder de armoedegrens volgens definities van de VN. (bron: wikipedia). Ik denk dat in de praktijk ZA de dienst uitmaakt.

Als je vanuit ZA het land binnenkomt, moet je de grensrituelen afwerken. ZA uit: stempel in het paspoort, Swaziland in, nog een stempel. Het stempelen gaat aan de lopende band, er zijn geen wachttijden of vervelende vragen enz. Na de plichtplegingen stappen we weer in de bus, die vervolgens weer ZA inrijdt en meteen afslaat een klein weggetje in, naar Matsamo Cultural Village. Hier krijgen wij een Swazi-show op gevoerd. Oorspronkelijk zouden we hier ook lunchen maar die gebouwtjes zijn recent uitgebrand. Matsamo is een cultureel dorp (Cultural Village) dat ruim 100 personen, voor driekwart vrouwen, werk verschaft. Het bestaat sinds 2001. De stafleden zijn allemaal mede-eigenaar van het project. Ze verlenen gastvrijheid, voeren shows op, doen rondleidingen, enz. Dat alles lees ik achteraf op internet, want zulke informatie krijgen we helaas niet van onze RL.

 

We worden ontvangen door een jongeman in alleen een lendendoek, die ons het een en ander uitlegt over Swazi-gebruiken. Bij voorbeeld hoe de man (één van) zijn vrouw(en) commandeert om bij hem te komen slapen. Dat gebeurt door met een stok op de grond te tikken. Uiteraard wordt dit een running gag in de volgende dagen; niemand kan meer met een wandelstok lopen zonder commentaar te krijgen. We bevinden ons intussen in een authentiek dorp, met een omheining van stokken die in het zand gestoken zijn, met de traditionele hutten van riet in de vorm van een bijenkorf. Zoals de drie rondavels, zeg maar. Er staan -voor de show denk ik- hutten in diverse fasen van afbouw. Of deze mensen hier nou ook echt nog wonen, dat vraag ik me af. We hebben dit soort “authentieke” dingen als toerist te vaak gezien om er onbevangen naar te kijken: destijds op Bali kwamen de dansers van de traditionele Balinese apendans al in spijkerbroek op een brommertje aanscheuren om even later in prachtige traditionele kledij te dansen. Dat is intussen ook ongeveer dertig jaar geleden. Nou ja, wat is er op tegen. Ook in dit soort zich ontwikkelende landen is er gelukkig vooruitgang en het is nog mooi dat er mensen zijn die de tradities hoog houden, al zou het dan ook zijn voor de toeristen.

Indrukwekkende zang- en dansshow

Er staan banken onder een paar hoge schaduwgevende bomen. Daarvoor geven de vrouwen van het dorp, bijgestaan door wat mannen die voornamelijk trommelen, een show van voornamelijk zang en dans weg die respect afdwingt. Wat een volume, wat een stemmen! En wat zuiver. A capella zingen is al moeilijk maar om het zo te doen als deze mensen, met zo’n enthousiasme, en dan ook nog bewegend en dansend! Eentje zet in, en de anderen sleept ze zo mee. Ik geniet ervan. Nergens ter wereld treffen mensen die toonkleur, die klanken. Je herkent het meteen als Afrikaans. In Kenia werden we als groep destijds in de Taita Hills ook toegezongen. Dat was wat tammer, maar met dezelfde harmonieuze klankkleur. Ik ben geen muziekkenner maar ik vind het prachtig. De jongeman doet ook mee en blijkt een heel hoge stem te hebben. Je zou zweren dat hij een castraat is. Hij danst ook en is kennelijk een van de gangmakers. Echt een showman; in Europa zou hij best wat kunnen bereiken, lijkt mij zo. . De zangers en dansers hebben veel succes bij onze groep, ze verkopen heel wat cd-tjes en er gaat ook nog wat in de klaarstaande pot om de ‘chief’ te helpen zijn verbrande bezittingen weer op te bouwen. Ik koop ook een cd. Mooi als achtergrondmuziek bij de fotopresentaties deze winter.

We stappen weer in de bus, uitgezwaaid door de dorpsbewoners. Omdat we hier niet kunnen lunchen, moeten we daarvoor nog een flink stuk rijden. Tegen twee uur bereiken we een soort cultureel centrum met winkeltjes en een eenvoudig restaurant. R en ik eten een sandwich-tonijn. Lekker. Voor bij de parkeerplaats zijn wat mannen bezig dieren te ‘snijden’ uit soapstone, zeepsteen. De wat grotere beeldjes kosten een dag werk, vertelt de zacht sprekende kunstenaar. Het zijn leuke beeldjes, des te meer omdat je ziet hoe ze gemaakt worden en door wie. Ze kosten 100 Rand. Voor een hele dag werk! Daarop willen we ook niet afdingen. We kopen een neushoorn, olifant en nijlpaard voor mijn ‘verzameling’. De specifieke kleur komt erop door de grijzige steen met was te bedekken en te verwarmen, zo begrijp ik uit zijn uitleg. Ze zijn echt mooi. De man vertelt dat hij een rustige tijd achter de rug heeft, de winter. Nu het lente en zomer wordt, komt de drukke tijd weer aan. Hij doet het werk al tien jaar. Mooi toch, als iemand zo aan een eerlijke boterham kan komen. We vinden het in zo’n geval altijd jammer voor de andere aanbieders. Maar je, je kunt niet iedereen subsidiëren. Zo presenteren de verkopers het soms ook: Wilt u mij niet steunen door iets van me te kopen?

Mbabane

Er komen nog een paar fotostops, want we rijden door een bergachtig landschap met fraaie vergezichten. Koeien lopen vaak los, dus ook op de weg. Veel dorpjes en nederzettingen met vierkante huisjes met golfplaten als dak of de traditionele ronde. Veel armoe, zo te zien. Maar dat is in ZA ook. Opvallend is dat zeker kinderen maar ook volwassenen vaak naar ons zwaaien. Soms zelfs bij die hutjes wat verder van de weg. Ik zag dat pas toen ik later de foto’s op het laptopscherm zag. Bij de huisjes vaak een stukje grond waarop wat groenten e.d. worden verbouwd. Het ziet er nu natuurlijk allemaal droog, grijs en bruin uit. Heel weinig fris groen. Behalve dus die beregende plantages. Bij een van de uitzichtpunten waar de bus stopt, koopt R een klein schildpadje van een oudere dame. We naderen de hoofdstad Mbabane (spreek uit: emba-BAH-nee). Het is net spitsuur dus we laveren tussen dure 4x4’s en Mercedessen (overheidspersoneel denk ik) en oude geblutste pick-ups en taxibusjes. Het loopt al tegen vijf uur als de bus het terrein van Lugogo Sun opdraait. Een groot luxe hotel dat ik hier absoluut niet verwacht had. Het is ongetwijfeld het meest luxueuze hotel tot nu toe op deze reis. Het is druk bij de receptie –en later in de eetzaal ook. Veel Zuid-Afrikanen, zie ik. Die zijn natuurlijk uit, en toch een beetje thuis, denk ik. Hoewel, Swaziland heeft nooit deel uitgemaakt van ZA, het was een Brits protectoraat tot 1968, en het heeft dus ook nooit de ellende van de Apartheid gekend.

Op de kamer installeren we ons voor twee nachten. We hebben een kamer gelijkvloers, en stappen zo vanuit onze kamer naar het zwembad. Even een paar sokken uitspoelen, de camera-accu’s aan de lader, onze notities bijwerken, even in de Capitoolgids neuzen voor wat er morgen te doen is. Je kunt het druk hebben op zo’n vakantie. Want om zeven uur worden we al weer beneden verwacht voor het diner. Er is een buffet zo groot en zo luxe, dat ik het bijna gênant vind. Je kunt het bijna niet bedenken of het is er. Je kunt je eigen maaltijd ook ter plaatse laten wokken als je dat wenst. Ik bedien me van het vlees, salades en een zelf samengesteld grand dessert. Dit stelt alles tot nu toe wel in de schaduw. Trouwens: morgenvroeg zal het ontbijtbuffet net zo indrukwekkend en volumineus zijn.

Robbeneiland?

Het schijnt dat RL nu toch Robbeneiland voor ons wil regelen. Op zondag zal de trip dan plaats vinden. Wel brengt ze ons en nog een paar stellen het bericht dat we onze koffer weer moeten pakken want morgenvroeg als wij weg zijn, wordt die naar een andere kamer gebracht. RL weet de reden niet. Wij wel, denken we: wij zitten veel te luxe, zo naast het zwembad. Die kamer is verhuurd aan een rijke Zuid-Afrikaner met een stel kinderen, die wat extra schoof. Cynisch om zo te denken? In dit land? Ik dacht het niet. Zo gaat dat hier. Een beetje knarsetandend of tandenknarsend pak ik mijn nog vochtige sokken dus maar weer in de koffer. We merken op tegen RL dat we morgen zullen bekijken of we de nieuwe kamer accepteren. Het zal precies dezelfde kamer zijn maar dan een verdieping hoger. Nou, daar zeuren we niet over. We horen dat er ook stellen zijn die een kamer hebben geweigerd, omdat het er zo naar verse verf stonk. Ja, dat hadden wij ook niet genomen denk ik.

Blokje om ?

Het was vandaag heerlijk weer, ongeveer 26 graden denk ik. Omdat we vaak wat hoger zitten, is het uiterst lekker weer, met een verkoelend briesje. Nu na het eten is het buiten nog een heerlijk warme avond. We willen eigenlijk nog wel even de benen strekken. Even om het hotel heen lopen. Buiten staat een zwarte mevrouw, medewerkster van het hotel, kennelijk te wachten op een taxi of zoiets. Ze spreekt ons aan. Waar we naartoe gaan. Nou, even een blokje om, zeggen wij. Als u beslist niet verder gaat, kan het, zegt ze. Verder, ze wuift richting stad, moet u beslist niet gaan. Nee, dat waren we ook al niet van plan, met z’n tweeën in het donker. Maar toch aardig om ons even te waarschuwen. Als we een eindje verder een oude auto met open ramen en dreunende bassen voorbij zien rijden, keren we maar om. Al die verhalen over geweld die we lazen op internet en die waarschuwing van deze mevrouw: je moet het ook niet opzoeken, zeggen we tegen elkaar. In Vietnam liepen we eigenlijk wel vaak door het donker: door Hué, Hoi An en door Hanoi en Ho Chi Minh City. Soms met een klein groepje maar ook wel met z’n tweeën. Weliswaar langs goed verlichte straten maar toch. We hebben ons daar nooit een moment zelfs maar onbehaaglijk gevoeld. Hier is het toch anders. Hoewel: persoonlijk hebben we ons ook deze reis nergens bedreigd of onbehaaglijk gevoeld. Je weet ook niet wat je moet geloven en wat niet. Maar wat voorzichtigheid is niet verkeerd. Nergens trouwens.


 


 

 

Swazimarkt, Mlilwane Wildlife Sanctuary                       vrijdag 24 september

 

We mogen uitslapen. Om half negen vertrekt de bus naar de Swazimarkt. Maar omdat die op nog geen vijf minuten rijden afstand ligt, zijn we daar dus heel vroeg. De Swazimarkt is een grote kale vlakte met eromheen in carré allemaal stalletjes met ‘toeristenmeuk’. We mogen hier de hele ochtend blijven, roept RL vreugdevol. Ik kijk wanhopig over het kale grijze plein. Wat moeten we hier in vredesnaam drie uur uitspoken?! Lang niet alle stalletjes zijn al bezet in deze vroegte. Nou is dat geen ramp, want als je drie stalletjes hebt afgewerkt zie je in het vierde geen nieuws meer. Hier liggen ook die beeldjes die net uit de Chinese krant gepakt zijn. Veel is massawerk. Ach, met wat zoeken vind je ook wel leuke dingetjes. R vindt de beeldjes die uit een stuk ruw hout gesneden zijn wel leuk. Van onder is het hout nog gewoon ruw en verder naar boven is het dan uitgesneden en loopt het uit in ijle figuurtjes die meestal Swazi-vrouwen verbeelden, soms met kinderen. Ze zijn inderdaad sierlijk en ook niet made in China. Elk beeldje is anders. We kijken eerst nog wat verder en kopen dan een paar bij de eerste vrouw waar we ze zagen. Eentje is van ebbenhout: zwart en zwaar. We krijgen een morning price, lispelt de dame met de zachte verleidelijke stem waarmee de dames hier allemaal kennelijk denken de klanten te verleiden. ‘Oh mister, you buy from me? You support me? Give you good price. Morning price!’

Aanvaardbare kinderarbeid

Om de tijd vol te maken knoop ik gesprekjes aan met de vrouwen. Via een kind dat er zit te spelen gaat dat gemakkelijk. Ik maak wat leuke foto’s met de telelens. Het jochie zit heel geconcentreerd te spelen met een autootje en merkt niet dat ik foto’s maak. Zo kopen we bij een mevrouw met een klein kind van zes maanden op de rug een paar leren boekenleggers. Voor J en Th. en een voor mezelf. De vrouw vertelt dat haar achtjarige zoon die beschilderd heeft na schooltijd. Kinderarbeid dus. Ze zegt dat kinderen jong moeten leren te werken. Anders groeien ze op voor galg en rad. Daar kunnen wij wel mee instemmen. Acht jaar is misschien jong, maar het is geen zwaar werk. En ná school. OK dan maar. Het is Afrika en je moet denk ik als ouders hier wel heel wat weten om je kinderen goed op te voeden. We maken foto’s en beloven ze op te sturen. We krijgen een echt visitekaartje mee. Het blijkt dat ze werkt voor een grote baas, die in Masai-kunst doet, volgens zijn kaartje. Wel, de Masai zijn hier heel ver vandaan, in Kenia en Tanzania. Dus dan is de baas een hele grote. Denk je dat je een kleine zelfstandige hier support, blijk je ineens de zakken van een internationale souvenirhandelaar te spekken. –Die zijn spullen dan ook nog deels betrekt van een Chinese grootsouvenirfabrikant. Je zou er wanhopig van raken als goedbedoelende toerist. Toch ervaren de vrouwen het wel zo: dat je ze ondersteunt met een aankoop. Als we de aardige vrouw het beste hebben gewenst en sterkte met de opvoeding van haar koters, klampt een jongere vrouw in het belendende stalletje ons aan. Wij moeten haar nu ook supporten door wat te kopen want zij is de tante van het kleine meisje dat we net zo mooi op de foto hebben gezet. Tja. Handel is handel. Maar we kunnen niet de hele Swazimarkt gaan steunen. Zowel onze portemonnee als onze koffer is te klein. Als ik haar dat uitleg, glimlacht ze. Ja, geeft ze toe, we zijn met veel te veel.

Gelukkig heeft niemand de drie uur nodig en zo vertrekken we richting het Mlilwane Wildreservaat. Onderweg rijden we langs een paleis van de koning, tenminste dat was de bedoeling als ik het goed begreep, maar of de chauffeur het niet kan vinden? Ik zie in ieder geval geen paleis. Wel rijden we langs een standbeeld op een groot terrein dat hoort bij de koninklijke familie. We mogen er niet stoppen dus zien eigenlijk niets.

Mlilwane Wildlife Sanctuary

Mlilwane is een privé natuurpark in de Ezulwini vallei. Het was eigendom van de Reilly familie. Mickey Reilly bezat een tinmijn, was een van de groot-industriëlen van Swaziland en bracht hier elektriciteit. Nu is het landgoed/ wildpark in handen van een stichting. Meer over de Reillys op http://www.biggameparks.org/ . Merkwaardig dat ik noch in de bus noch van iemand anders iets gehoord heb over de interessante ontstaansgeschiedenis van dit park. In de Capitoolgids staan twee regels over het park. En het is toch best aardig om daar iets meer over te weten. Ja, dan moet je vragen stellen, zegt onze RL dan. Maar het is met mij hier net als in het moderne Nederlandse onderwijs met veel scholieren: als je geen (basis)kennis hebt, kun je ook geen vragen stellen. Toch?

Bij aankomst drinken we koffie en bestellen we alvast de lunch, dan kan het personeel daar alvast mee aan de slag. Daarna gaan we op pad met een gids. Voor een kleine twee uur durende wandeling. Het is op het heetst van de dag, dus, zegt de gids, zullen we niet veel dieren zien. Tja, denk ik dan: waarom dan ook deze volgorde in het programma? We hadden veel beter vanmorgen meteen hiernaartoe kunnen rijden en dan daarna de Swazimarkt voor een (half) uurtje. Dan hadden we in relatieve frisheid zelf beter kunnen wandelen en meer dieren kunnen zien. De gids vertelt dat het vandaag wel 36 graden kan worden terwijl dat misschien in het oosten van zijn land normaal is, maar niet voor hier. Hier is 26 graden normaal voor de ze tijd van het jaar, zegt hij. Wij merken het: de zon brandt inderdaad onbarmhartig. We zijn in twee groepjes verdeeld. Met 8 personen gaan we wandelen. We zien toch nog wel aardig wat wild. Nyala’s laten zich vrij dicht benaderen, we zien impala’s, wevervogels, krokodillen en nijlpaarden. En zebra’s. Twee, die plonzen in het ondiepe water van een soort moeras. We kunnen dicht bij komen en mooie foto’s maken. Mooie momenten zijn dat, als wilde dieren zo dicht bij je gewoon doorgaan met wat ze aan het doen zijn. Lekker grazen en ploeteren. De gids vertelt een en ander over wat we zien.

Eindje lopen

De lunch genieten we op het terras van de lodge. Het is daar heerlijk zitten. Je kunt intussen kijken naar een poel met veel watervogels. De nijlpaarden die hier ook schijnen te zitten, laten zich niet zien. Na de lunch is de middag ter vrije besteding. RL heeft uitdrukkelijk geen tijd afgesproken dat we terug verwacht worden. ‘Neem je tijd, het is jullie vakantie.’ Dat klinkt mooi maar het werkt niet als je met een groep bent, die gezamenlijk met de bus terug moet naar het hotel! Dan moet je een tijd afspreken, dat snapt iedereen zou ik zeggen. R. en ik gaan wandelen op het terrein van het hotel. Daar zie we op een gegeven moment het begin van de Self Guided Trail. Een wandeling die je op eigen houtje kunt doen. Het is nog steeds gruwelijk heet, maar we zijn hier nu dus we besluiten om een eind het pad op te gaan. Al heel snel zien we wild en vogels. Wrattenzwijnen, impala’s, koedoe’s, en een fraai landschap dat zich onder ons uitstrekt langs een rivierdal. Het is hier doodstil. Je kunt het wild op grote afstand zelfs horen: wij lopen hoog en het wild is beneden. Het is hier fantastisch, vind ik. Gewoon een tijd stil staan kijken naar wat wrattenzwijnen. Naar het grazen van de impala’s. Op een gegeven moment meen ik in de verte gedreun te horen. Het komt me bekend voor: een dieselmotor. Onze chauffeur heeft de bus gestart. Tja, dan moeten we toch maar terug, hoewel het ons hier nog erg goed bevalt. Als we het hotelterrein naderen, komt ons een zwarte mevrouw tegen. ‘Horen jullie bij de groep?’ Ja. ‘Die wacht al op jullie.’ Krijg nou wat, denk ik. Wachten? Het is nog maar kwart voor drie. De middag is nog lang niet om. En nu is het personeel al naar ons op zoek?! Als we bij de bus in de buurt komen, zien we iedereen zitten in een soort prieel. Het blijkt dat verder niemand iets heeft ondernomen en nu zit te wachten tot wij terug zouden komen. Ik baal als een stier, (zeiden we vroeger in zo’n geval in militaire dienst). Als ik ergens de pest aan heb, is het dat ik mensen laat wachten. Ik ben een beetje geagiteerd als ik RL hierop aanspreek: wil je álsjeblieft voortaan in een vergelijkbaar geval een eindtijd afspreken? Dan weet iedereen tenminste waar men aan toe is. RL blijft onverstoorbaar. Dat wil ze niet en ik hoef me ook niet schuldig te voelen, zegt ze. Nee, formeel niet, het is meer door de manier van reis leiden dat ik toch met een vervelend gevoel zit. Ik zet steeds meer vraagtekens bij de manier waarop RL onze reis begeleidt.

Ergernisjes en lekker eten met a capella zangbegeleiding 

Ik vraag RL om nog even te stoppen voor foto’s van een prachtig blauw/paars bloeiende Jacarandaboom en bij de ‘worstenboom’ bij de ingang. Om ongeveer kwart voor vier zijn we terug bij het hotel waar we nog even een paar uurtjes heerlijk relaxen en douchen. ’s Avonds is er weer een heerlijk en overdadig buffet. Merkwaardig: als we de eetzaal binnenkomen heeft het stel voor ons moeite om de mevrouw achter de desk ervan te overtuigen dat ze bij de groep horen. Het is ook lastig, want ‘SRC’ zegt ze hier niets, Your Africa ook niet kennelijk (dat is het bureau waar RL voor werkt, hebben wij ontdekt). Op de kaart op tafel staat namelijk nog weer heel iets anders. Onze chauffeur schiet toe en helpt de situatie oplossen. Overigens niet op een aardige toon tegen de zwarte mevrouw, maar ja, this is South Africa. De RL blijft bij haar tafeltje zitten. Niet mee bemoeien zie ik haar denken. We eten weer heerlijk. Wat dat betreft is dit een reis en een land voor culinaire genieters, tenminste als je van vlees houdt. En dat doe ik. Halverwege de maaltijd komt een koor van stafmedewerkers een optreden verzorgen. Ze zingen een paar liederen, weer met die krachtige volumineuze stemmen in een kleurrijk harmoniërend a capella. Prachtig.


 


 

Naar Hluhluwe, en een Zulu-show; Ezulwini Game Lodge                    zaterdag 25 september

 

De moeilijke naam spreek je trouwens uit als sjloesjloewie.

Vriendinnen

Onderweg drinken we koffie in een soort lodge. Ik tap een kopje koffie en wacht op R. Die komt maar niet. Op een gegeven moment betaal ik mijn koffie maar en ga op zoek. Op een mooie binnenplaats vind ik R in gesprek met twee prachtig geklede Zuid-Afrikaanse dames uit Durban. Ze zijn op weg naar een bruiloft. Gisteren was de trouwerij op de westerse manier bij de bruid, -in het wit. Vandaag doen ze de ceremonie over op de traditionele wijze bij de bruidegom, met o.a. de traditionele gewaden. Vandaar dat ze er zo prachtig uitzien. R. heeft hun adres gekregen en moeten beloven dat ze de foto’s op zal sturen. Ze waren teleurgesteld dat R geen Polaroid-camera had. Ik maak ook nog een foto van hun drieën. De dames kijken heel ernstig ondanks mijn aansporing te lachen. Als de foto gemaakt is, ontspannen ze. Ik maak meteen nog een foto; die laatste is het leukst. Nu de adressen uitgewisseld zijn, zijn we vrienden, hadden ze tegen R gezegd. Leuk toch. Als R gaat koffie drinken loop ik nog even verder het terrein op. Er is een heel traditioneel dorp nagebouwd. Daar loop ik nog twee fraai uitgedoste dames tegen het lijf, met wie ik ook een praatje maak. Zij dragen witte gewaden. Ook zij horen bij de groep feestgangers. Aardige mensen allemaal. En belangstellend voor ons ook.

In de bus zit ik een tijdje op het stoeltje naast de chauffeur. Ik maak foto’s van straattafereeltjes in de stadjes waar we doorkomen. In het zuiden steken we de grens weer over. Weer een Swazi-stempel in het paspoort en een binnenkomst-stempel van ZA.

Uurtje stukslaan en dan naar DumaZulu Cultural Village

Lunchen doen we in het sfeervolle Protea-hotel Hluhluwe. Sandwich, salade, taart en vruchtensalade. Een lichte lunch noemen ze dat hier. We moeten hier tot 14.45 uur doorbrengen, omdat we vroeg zijn en de Zulu-show begint pas om half vier of zo. Er is een prachtige tuin bij het hotel waar we veel foto’s maken van de bijzondere bomen, planten en bloemen. We lopen een eindje langs een straatmarkt en de Nederduits Gereformeerde kerk. Dan met de bus naar Bushland, naar het Zulu-dorp DumaZulu. Dit is een 'Cultural Village', een soort levend museum waar ongeveer 50 mensen wonen en er hun beroep van maken bezoekers te laten zien en horen van de rijke Zulu-tradities. (Meer info onder deze link) 

We worden bij de parkeerplaats opgevangen door een theatraal doende man in een uitdossing zoals je je een Zulu voorstelt na het zien van de Shaka tv-serie. De man probeert ons wat Zulu-zinnetjes te leren. Als we naar binnen willen, moeten we antwoorden op een vraag c.q. opmerlking. "Sawubona" (=ik zie u) Antwoord: "Yebo, sawubona." Omdat we nog vroeg zijn en er meer bussen verwacht worden, moet de man ons nogal even langer bezig houden. Het verveelt me al gauw.

Er komt een bus met ‘Fox-mensen’ en nog twee bussen. Big Business dus. Voor het raam van de Fox-bus zie ik leuzen als ‘Een dag niet gefeest is een dag niet geleefd’ en ‘This is Africa!’, het zinnetje waarmee westerlingen proberen de soms onbegrijpelijke werkelijkheid van Afrika toch verteerbaar te maken. En dan te bedenken dat dit eigenlijk nauwelijks Afrika is, zo westers doet het overal aan. Het echte Afrika ligt ten noorden van ons. We voelen ons hier ook veel minder een vreemdeling dan verleden jaar in China. Maar inderdaad, ook ik denk wel eens: Moet dat nou zo? Ja, hier wel, kennelijk. Wij nemen het voor lief: When in Rome do as the Romans do. Als je ziet hoe in een restaurant kennelijk geen enkele taakverdeling is en iedereen heel hard werkt maar elkaar in de weg loopt. Maar dat hebben we ook wel anders meegemaakt, hotels waar de organisatie strak was en gesmeerd liep. Bij ons is alles ook niet even goed geregeld; de paarse krokodil is niet voor niets spreekwoordelijk geworden. Om maar niet te spreken van contact met een helpdesk over je kabelaansluiting of zo. This is Holland!

Indrukwekkende Zulu-show

Ondertussen is er voldoende publiek verzameld en mogen we het dorp in. Eerst moet er wel toestemming gevraagd worden met de geleerd zinnetjes. Gelukkig hebben sommigen beter opgelet dan ik en mogen we naar binnen. Mannen eerst! (This is Africa.) Het dorp is van de inmiddels bekende vorm, met omheiningen met palen en stokken, bijenkorfvormige hutten met een heel lage toegang. Daartussen zitten mensen te kijk. Ze zijn zogenaamd een speer aan het maken. De man tikt verveeld met een hamer op de koude speer. Het vuurtje brandt wel en de blaasbalg van dierenvel doet het ook, maar de speer is al lang niet in het vuur geweest. Zo maakt een andere man een leren schild soepel door erop te kloppen met een ronde steen. Het doet mij allemaal denken aan Orvelte, het museumdorp bij ons in de buurt, thuis in Drenthe. Maar ach, het is mooi dat oude tradities in stand worden gehouden. Toch? Vrouwen zijn bezig met vlechtwerkjes en kralen rijgen. Een jonge vrouw met blote borsten –omdat ze nog niet gehuwd of verloofd is- demonstreert hoe je een aardewerk pot op je hoofd draagt. Een pot met een ronde onderkant, let wel. Gewoon een ronde gevochten krans op je hoofd en daarop de pot. Ja, en dan nog. De kinderen zijn nog het meest ongedwongen. Ze zitten tijdens de shows keurig bij de ouderen maar straks bij het dansen spelen ze hun eigen spel. Vaak is dat nadoen wat ze bij hun ouders zien. We zien de medicijnman, omringd met zijn attributen. Botjes, potjes, zakjes. Dan is het ongeveer tijd om plaats te nemen op de ruwhouten banken om de show te gaan zien. Het duurt nog even. De laatste bus is nog bezig met de rondgang. Op het internet lees ik dat gewoonlijk ook Zulu-bier wordt aangeboden aan de bezoekers. Bij ons is daar geen sprake van. Dat mis ik wel node.

Zwarte Pipi Langkous steelt de show

De mevrouw in donker mantelpakje die ons in het Engels vertelde wat we zagen, spreekt me aan en vertelt me dat ze de moeder is van het kind met een enorme pikzwarte haardos, uitstaand in twee bossen haar naar links en rechts. Een soort zwarte Pipi Langkous. Iedereen is gecharmeerd van het kind. Er worden honderden foto’s van haar gemaakt. Aan het eind van de show willen vrouwen met het kind op de foto. ‘She is naughty’sometimes, vertrouwt de mevrouw mij toe. ‘Soms als ze moet slapen wil ze nog voor mij dansen. En ze maakt ruzie met haar broertje.’ Ik zeg dat dat normaal en gezond is en dat ze trots mag zijn op haar prachtige kinderen. Maar dat is ze ook wel; dat zie ik wel aan de manier waarop ze over ze spreekt. Het kind is uitermate fotgeniek. Kijk maar in het Fotoboek!

Dan begint de show. Er worden een paar grote trommels aangesleept. In tegenstelling tot de Swazi-show trommelen hier de vrouwen en de mannen dansen. De Swazi’s zongen meer. De Zulu’s maken meer stampij, show, theater. Ze doen dit met zichtbaar meer enthousiasme dan het zitten kloppen op een speer en een schild zo straks. Tja, wat wil je. Voor de volwassenen is het werk, de kinderen doen dapper mee en voor hen is het spel. Ze eindigen met het Zuid-Afrikaanse volkslied. Een mooie melodie, vind ik. Het heeft heel wat voeten in de aarde voordat alle kinderen ook voor de groep opgesteld staan met hun hand op hun hart. Het lied is indrukwekkend vind ik, ook al ken ik de tekst niet. Wat zou het verschrikkelijk zijn als die mensen die onheil voorspellen voor ZA gelijk zouden krijgen, schiet het door mij heen. Dit zijn mensen die van hun land houden en er trots op zijn. Dat zie en dat voel je. Je mag toch hopen en bidden dat het niet het zoveelste Afrikaanse land wordt dat onstabiel wordt. En het is te meer mooi om deze Zulu’s zo de liefde voor hun land te zien belijden omdat vlak na de vrijlating van Mandela en de afschaffing van de Apartheid de Zulu’s lang dwars hebben gelegen. Ik lees erover in Mandela’s autobiografie. Inkatha was de naam van de met het ANC concurrerende Zulu-organisatie. Honderden doden zijn er gevallen in de onderlinge strijd toen.

Ezulwini Game Lodge

Dan naar onze bestemming: Ezulwini Game Lodge. Een lodge die gerund wordt door een Afrikaanse familie die ananas kweekt. De lodge ligt achteraf aan een zandweg in de bush. We worden vriendelijk ontvangen, heel persoonlijk, zoals gewoonlijk met een drankje, een glaasje likeur deze keer. De kamers zijn gebouwd in een carré (u-vorm) buiten het hoofdgebouw, om een binnenplaats. Allemaal begane grond; niet te groot maar wel sfeervol. Een airco hebben we hier niet nodig.

Om zeven uur eten we van een heel wat kleiner buffet dan gisteren, maar er is voldoende. Ik probeer met RL te spreken over de politieke situatie in ZA. Het ANC heeft te veel beloofd en te weinig waargemaakt, meent ze. Er zijn grote achterstanden in de energievoorziening en het rioolonderhoud. Onderwijs, verpleging is niet wat het geweest is. President Zuma heeft weinig gezag, ook niet meer bij de swartmense en hij zal zijn termijn niet uitdienen. Ze wil er duidelijk niet te veel over zeggen. Maar ik merk wel dat ze meent dat zowel blank als zwart vindt dat de levensomstandigheden tijdens de Apartheid beter waren. Ik lees dat meer. Niet dat het systeem op zich goed was, want als er geen Apartheid was geweest, dan waren de problemen nu een stuk kleiner. Maar ik merk dat meer mensen vinden dat vinden. Als het zo is, is het toch wel heel jammer. Het toenemende geweld speelt daarbij een grote rol, heb ik de indruk. Ook in het splinternieuwe boek Tikkop van Adriaan van Dis dat ik nu (eind oktober) aan het lezen ben, wordt dat gesteld. Ik zou hier graag nog meer over horen. Ik lees er ook over in het boek van de ZA dichteres Antjie Krog: De kleur van je hart, over de werkzaamheden van de Waarheids- en Verzoeningscommissie. Zij constateert ook, dat witte intellectuelen na de afschaffing van de Apartheid opmerkten dat dat zo gewraakte systeem de nieuwe zwarte regering toch maar een land heeft overgedragen met de beste infrastructuur van het hele continent. Waarin ze ook weer geen ongelijk hadden, denk ik. Het is lastig in dit land om je een oordeel te vormen over dit soort dingen.

We gaan slapen onder de hier aanwezige klamboe. We hebben namelijk muggen gedetecteerd.


 


 

Hluhluwe Imfolozi Game Reserve KwaZulu Natal en Park Greater St. Lucia Wetlands       zondag 26 september

 

Hluhluwe

Tien voor zes op, half zeven eten, om 07.20 op pad met twee Toyota Jeeps, met extra hoge zitplaatsen. Het is een half uur rijden naar de parkingang en dat gaat in snel tempo in de kille ochtendwind. Ik doe de capuchon van mijn windjack op en dan is het uit te houden. De adem snijdt je af. Wij zitten op de achterste bank; de chauffeur stelde zich voor als Johan. Bij de ingang van het park moeten kaartjes worden gehaald door de chauffeurs en kunnen wij dus nog even opwarmen en naar de wc. Dat kan straks weer een hele tijd niet. Dan begint de tocht door dit landschappelijk zeer fraaie park. Het is meer groen dan het Krugerpark en landschappelijk ook wat afwisselender lijkt me (vergeleken met het kleine stukje Krugerpark dat wij zagen dan tenminste). Ook hier staan nog wel kale bomen maar ook al heel wat groene en er is minder zwart geblakerd afgebrand. Vaak is het landschap open met verspreide bomen en boomgroepjes. Het is heuvelachtig. Nu het één park geworden is (zie de dubbele naam), is het een van de grootste wildparken van Afrika. En veel minder druk dan Kruger.

Neushoorn met kleintje

We zien veel dieren. Als snel zien we een witte Rhino (renoster zeggen ze hier, met een verbastering van Rhinoceros)  met een kleintje. Dat is leuk. Het park is trouwens beroemd om de bescherming en instandhouding van de populatie witte neushoorns. Nu zijn er weer 1400 witte rhino’s maar op het dieptepunt waren er maar twintig meer. De zwarte rhino is veel zeldzamer. En dan giraffen. Een hele groep die ligt te rusten en veel die staan te vreten van de doornige acacia’s met hun frisgroene blaadjes. En meer neushoorns, en meer giraffen. Het blijft iedere keer weer een sport om ze zo mooi mogelijk in de lens te vangen.

Wat gnoes zien we. En een grote troep bavianen die net onze weg gaan kruisen omdat ze naar de rivier willen om te drinken. Mooi gezicht is dat. Bobbejane noemen ze die hier. Er zijn kleintjes die zelf lopen maar ook die nog bij hun moeder aan de buik hangen of op de rug meerijden. Buffels, een hele kudde. Mooi in het licht, vrij dichtbij en nu eens niet half achter takken verscholen. Veel foto’s. En ook van dat bosbokje dat op slechts een tiental meters afstand naast de auto poseert, doodstil. Even later blijkt er nog een te zijn. Prachtige plaatjes. Zebra’s zijn ook altijd weer fotogeniek met hun strepenpatroon. Vooral als ze voor of naast elkaar staan, krijg je mooie composities. De ene heeft een jong dat nog bij haar drinkt. Boven op een heuvel mogen we er even uit. Hier komen kennelijk geen wilde beesten. Er ligt een bot van een olifant. Best zwaar is dat. Ik maak wat panoramafoto’s.

Suikerbekkie

We zien veel dieren, wel veel van dezelfde soort, maar toch. Ook mooie foto’s van vogels gemaakt, bv. van dat suikerbekkie dat bij de ingang nectar peurde uit een mooie rode bloem. Een geslaagde tocht dus. Om goed elf uur zijn we terug bij de lodge. We krijgen een lunchpakket mee dat iedereen in de bus meteen soldaat maakt na dat vroege ontbijt. Met de bus rijden we naar St. Lucia aan de kust. Daar ligt het Park Greater St. Lucia Wetlands, in 2007 herdoopt in Isimangaliso Wetland Park. “Het Isimangaliso park is heel divers en daardoor zo uniek en bestaat o.a. uit: natuurlijke meren, grasland, begroeide zandduinen, moeras, savanne, kuststrook, zandvlakten, mangroven en koraalriffen. Er lopen 5 rivieren het St. Lucia meer in, nl. de Mkuze, Mzinene, Hluhluwe, Nyalazi en de Imfolozi. De Mkuze rivier is de grootste en komt uit in een deltagebied. Een smal kanaal, heel toepasselijk Narrows genaamd, verbindt het meer vervolgens met de Indische Oceaan. De nijlpaarden zijn van groot belang voor het meer omdat zij door hun uitwerpselen het water voeden wat weer goed is voor de vissen.” (bron: visitafricanow.com).

St. Lucia

Wij gaan een vaartocht op de brede rivier maken. Om goed twaalf uur komen we al met de bus in het dorp St. Lucia aan. Tot kwart voor twee moeten we ons zien te vermaken. Geluncht hebben we al uit een doosje. Er is niet veel te beleven. Wat winkels, restaurants. R en ik kijken wat rond, drentelen langs een straatmarkt waar vrouwen elkaar met eindeloos geduld een kapsel in elkaar vlechten. Uren duurt dat. Een zwarte jonge vrouw zeult met een enorme jerrycan vol met, ik denk spijsolie. Ik bied aan een handje te helpen. Ze is er verlegen van maar neemt het aanbod graag aan. Zo zeul ik mee, tot het handvat in mijn handpalm en vingers begint te schroeien. Ze vindt het goed als ik een foto van haar met haar container maak. In een restaurantje drinken we een gifgroene lime-milkshake die heel zoet is. Dan naar de bus die een beetje de hoofdstraat op en neer rijdt. Niemand wist precies waar we moesten opstappen. Na wat heen en weer lopen en rijden is iedereen er dan toch. De bus rijdt nog geen 500 m en dan zijn we bij de steiger. Dat hadden we ook wel kunnen lopen…

Varen tussen veel nijlpaarden en kroko's

We hoeven niet lang te wachten op de boot. R en ik zitten op het smalle bovendek. Zo kunnen we alle kanten op kijken en vangen bovendien frisse wind in deze hitte. Het waait best stevig. We varen een uur tegen de stroom in en in drie kwartier terug. Onderweg zien we heel veel nijlpaarden. Ze schijnen het heerlijk te vinden om tegen elkaar aan geschurkt met de rug boven water te liggen dobberen. Of ze staan met hun poten op de bodem, dat denk ik eerder. De luidspreker vertelt dat nijlpaarden niet kunnen zwemmen. Onder water kunnen ze met 20 km per uur rennen en boven water kunnen ze zelfs wel 30-50 km halen. Het lijken net eilandjes van ronde gladde donkere rotsen als je zo’n groep ziet. Het zijn er echt veel. Nijlkrokodillen zien we ook, maar minder. Ze liggen bewegingloos en schijnen zich zelfs als we terugkomen nog niet bewogen te hebben. De rivier is heel breed met geel modderig water. Hij schijnt maar 1,5 m diep te zijn. Ook zien we een paar soorten arenden. Enorme vogels die op een tak op de oever als een standbeeld zo stil zitten te spieden. De 500 vogels die hier volgens de SRC gids zitten, zien we niet. Hooguit een tiental soorten. Maar het is een ontspannende tocht en we maken weer heel wat foto’s.

Met de bus terug is het een uurtje rijden. De zon gaat net onder als we bij de lodge aankomen. We maken nog even wat sfeervolle plaatjes van de African sky.


 


 

 

Naar Durban            maandag 27 september

 

We rijden over een saaie weg: suikerriet en eucalyptusbomen. Eindeloos. Ik dommel wat. Koffie, goede cappuccino, in een sfeerloos wegrestootje. Ik scoor ook maar weer Randen uit de ATM maar hij geeft maar maximaal 2000 Rand. Dan wordt het landschap wat leuker. Heuvelachtig. Rollende heuvels die wel wat aan Toscane doen denken. Gespikkeld in dat landschap liggen de dorpen met meer of minder armoedige huizen. Ook uitgestrekte landgoederen met enorme herenboerderijen. De stad Durban is een grote stedelijke agglomeratie. Veel armoede aan de rand maar ook keurige nieuwbouwwijkjes en ook wel wijken met ronduit zeer luxueuze huizen. We rijden naar de boulevard waar we gaan lunchen. Prima gegeten. Gerookte zalm met verse roomkaas, een bagel en wedges. Dat laatste kende ik niet maar dat zijn hier schijfjes gebakken aardappel, vaak in de schil gebakken. We zitten in een hypermodern aandoend winkelcentrum met uitzicht op de oceaan. Niets mis mee.

Victoria Street Market, een Indiase markt

Dan met de bus een eind verder langs de boulevard naar ons hotel Tropicana. Koffers eruit. En dan meteen verder naar een Indiase Markt, Victoria Street Market. Een idee van een van de leden van onze groep. Het blijkt best een leuk idee. Er is veel te koop en te zien. We drentelen overal langs. Knopen een praatje aan met de vriendelijke meneer achter de kraam met Indiase kruiden. De man blijkt goed bekend met de Nederlandse topografie en nog beter met de Nederlandse voetbalsituatie. Daar weet hij bepaald meer van dan wij. Nu kan dat ook snel, overigens. Hij is in Holland geweest, vertelt hij. We moeten uitleggen waar we wonen. Enschede (Twente) kent hij van de voetbalcompetitie. Nou daar in de buurt, zeggen wij maar. Hij is erg vriendelijk maar probeert ons natuurlijk ondertussen wel over te halen tot de aanschaf van een pot Delhi Delight, hete rode curry-kruiden. R koopt een potje van hem. (Ze zijn trouwens echt lekker op allerlei gerechten. R doet ze o.a. in de chili con carne: heerlijk!). Als we weglopen, schiet hij mij nog even aan. ‘Is Krasnapolsky er nog?’ Ik stel hem gerust maar zeg dat dat een veel te duur adres is voor ons. Ja, dat het duur is, weet hij, hij was er zelf ook nooit binnen. Leuke man, leuke ontmoeting.

Schapenkoppencurry

Bij Joe’s Curio’s zien we weer van die leuke Swazi- of Zulubeeldjes uit een stuk hout gesneden. Deze zijn wat fijner afgewerkt. Met enig loven en bieden mogen we er twee voor 150 Rand per stuk. Hij vroeg 200 per stuk. We hebben intussen alle steegjes van de markt nu wel drie keer gezien, boven ook. We lopen nog even naar de vismarkt er bijna tegenover. Een Hindoestaanse man ziet ons foto’s maken van schapenkoppen die in een schap liggen. De wol zit er nog aan. Ingewanden hangen er ook. De man legt R uit hoe zo’n schapenkop wordt klaargemaakt om te eten. In een curry. Hij wil niet veel over zijn land kwijt of over de tijd van de Apartheid. De mens is meer dan lichaam en dan bezit, zegt hij wijs. Als je in je geest maar probeert steeds hoger te komen dan is de rest niet zo belangrijk. Tja, ook een erg aardige man. Zijn maat wenkt hem om niet langer te kletsen; hij moet helpen. Dan is de anderhalf uur ook zo ongeveer om en vertrekt de bus naar ons hotel.

We brengen even onze rugzak naar onze kamer en gaan dan met de camera nog even de boulevard op. Op internet las ik thuis dat je na drie uur hier in Durban de straat niet meer op moet gaan, maar dat is onzin. Wij wandelen een uurtje over het strand in een vlagerige harde wind. Ik maak een foto van een paar kinderen en volwassenen in de branding. Je ziet trouwens praktisch niemand in het water. Ik laat de foto even zien en de zwarte mensen vragen vol belangstelling waar ik vandaan kom en wat ik van ZA vind. De mensen vinden het altijd mooi als je ze antwoordt dat ze in een prachtig land leven. Deze mensen ook. Ze zijn hier met een korte vakantie.

Relaxt wandelen in Durban

We gaan de pier op. Aan het eind ervan komen we drie Amerikaanse jongelui tegen. Ik vraag of een van hen een foto van ons beiden wil maken. Sure! We praten even. Zij zijn hier al drie maand en blijven nog twee jaar ontwikkelingswerk doen voor World Schools. Wat hun ervaringen met ZA zijn? Ze vinden het hier heel relaxt, mensen hebben wat voor elkaar over hier. Ze zijn op elkaar betrokken. Als ik vraag of ze dat misten in de States, gaat er een hoongelach op. Praat ze niet van de American society, daar is niemand geïnteresseerd in de ander. Tja, dat is dan eens weer een positief geluid over deze zwarte stad en het land. Heel positief. Terwijl onze chauffeur net tegen een stel had gezegd toen die vroegen of ze hun camera wel konden meenemen in de overdekte markt: ‘dat kan wel maar dan ben je hem wel kwijt.’ R en ik hebben veel foto’s gemaakt op die markt. We hebben ons toestel allebei nog. Durban is een zwarte stad en DUS onveilig. Ik denk dat veel blanken zo denken. Wij lopen in de schemering langzaam terug naar ons hotel. We zien veel zwarten die zich met hun kinderen vermaken op de kermis op de boulevard. Het is inderdaad relaxt. Ik heb me niet onveilig gevoeld. Een jongen is wat vasthoudend met zijn aanbod van prullaria. Als ik niets zou kopen zou hij vannacht niet kunnen slapen, zegt hij. U kunt best wat missen met uw dure camera, zegt hij ook nog. Negeren, denk ik. Uiteindelijk droop hij af. Ik moet wel zeggen dat ik mijn spullen hier goed in de gaten hield; de hand op mijn camera. Mijn portemonnee zit altijd met een kettinkje aan mijn kleren vast, in Nederland ook trouwens.

In het hotel genieten we weer van een geweldig dinerbuffet. De chocolademousse met pikzwarte warme chocolade is wel bijzonder lekker. Vanuit het raam van onze kamer kijk ik nog even uit over de Indische Oceaan. Op de helder verlichte boulevard is het nu uitgestorven. Als we morgen om half zeven opstaan, zie ik trouwens al mensen baden in de branding. Het water is niet koud misschien, maar erboven is het wel koud.


 


 

Naar de Drakensbergen, Howick Falls en een wandeling in de bergen     Dinsdag 28 september

 

Uit een koud, winderig en regenachtig Durban rijden we richting Pietermaritzburg. In het liefelijke plaatsje Howick mogen we een uurtje rondkijken. Eerst weer even geld scoren bij de ATM. Dan naar de Howick Falls in de Umgeni River. De waterval is 90 m hoog en klatert vanaf een bijna loodrechte wand naar beneden. Nou, ‘klatert’. Dat suggereert dat je er dichtbij staat. We staan op een plateau tegenover de waterval en hebben er goed zicht op. Horen doe ik hem echter niet of nauwelijks. We maken wat foto’s. We worden aangesproken door een oudere blanke dame met een onmiskenbaar Brits accent. Waar we vandaan komen en of we bij de groep van 19 horen. Ja dus. Ze blijkt een soort toeristenambassadrice te zijn. Ze vertelt dat een vrijwilligerscomité de hele omgeving van de Falls schoongemaakt heeft en toonbaar. Het was een bende, vertelt ze. Tonnen afval hebben ze moeten weghalen. Maar nu zijn ze trots op hun stadje en op hun Falls. Ze is blij met ons bezoek dus: hartelijk welkom. Ze vertelt het zo langzamerhand bekende verhaal dat haar kinderen allemaal in Amerika, Canada en Australië wonen. Maar er moeten meer mensen weten dat het hier such a lovely place is, besluit ze. We beloven dat we het zullen doorvertellen. Bij dezen! Als u nog eens in de buurt bent van Howick, ga er langs, it’s a lovely village indeed!

Deadly Killing

Ik wil geen reclame op mijn website, maar dit moet kunnen. In een winkeltje kopen we iets wat we al een tijdje zochten: een autootje, met de hand van lege blikjes en kroonkurken gemaakt. Deadly killing staat er op de bumper, want het voertuigje is gemaakt van een blikje waar insecticide in zat. Leuk voor M. We kopen er nog een om weg te geven. Deze souvenirs hebben we nergens anders weer gezien. De cappuccino in het plaatselijke cafeetje laat lang op zich wachten maar is dan ook heel lekker. Er zitten ook een paar van die typisch Engelse oudere dames. Althans met nog steeds Engelse uitstraling, dat zal het wel zijn. De Britse tongval horen we hier meer. Het lijkt me een van de betere plekken om te wonen in ZA. Landschappelijk mooi, fijn klimaat (niet te warm, maar wel frisse winters), het ziet er welvarend uit.

Daarna beginnen de uitlopers van de Drakensbergen. Het wordt een landschappelijk heel aantrekkelijke tocht. Ik maak veel foto’s vanuit de bus. Ze blijken later vaak nog heel redelijk gelukt. In Underberg stoppen we want RL moet hier de facultatieve excursie met 4x 4’s naar de Sanipass en Lesotho afspreken. De meesten van de groep gaan mee op die excursie. Na Underberg is het nog 25 km rijden op een doodlopende weg. Aan het eind van die weg ligt ons hotel voor twee nachten: Drakensberg Gardens. Eerst nog veel glooiende heuvels met groen gras en koeien, later wordt het landschap steeds ruiger. Grillig gevormde toppen, diepe dalen en hier en daar een beek die er zijn weg zoekt.

Drakensbergen Hotel

Tegen een uur komen we bij het hotel aan. Het ligt hier magnifiek. Vanuit het raam van onze kamer hebben we onbelemmerd uitzicht op de harde, scherp in de zon afstekende toppen. Wat een omgeving! Je ruikt dat het hier hoog en fris is, zuivere lucht. Bomen komen net in bloei. Voor ons raam staat een roze prunus. We willen gaan wandelen maar moeten eerst nog lunchen. En dat gaat hier niet bepaald snel. This is Africa again. Vooral het betalen vergt geduld. Ik loop zelf maar naar de kassa en dan gaat het vrij snel. Bij het vertrek overmorgen zal ik een rekening aangeboden krijgen voor deze zelfde maaltijd. Ik weiger uiteraard te betalen omdat ik al betaald heb. Even later krijg ik na tussenkomst van de chef een creditnota. Pas ’s avonds vind ik het bonnetje in mijn broekzak; normaal bewaar ik die bonnen niet. Soms is het dus toch nuttig, -als je je dan tenminste kunt herinneren waar je ze hebt...

Merkwaardige bloemen

Bij de activiteitendesk haal ik een wandelkaart van de omgeving. Gezien de tijd besluiten we de wandeling van twee uur te doen. Met nog twee stellen gaan we over de gammele hangbrug door een stukje bos. Dan begint een steile klim met veel droog zand en steentjes. R ziet er al tegenop dat ze hierover naar beneden moet straks. Onderweg op de hellingen staan merkwaardige bloemen op korte behaarde stelen en met dikke viltachtige bladeren. De bloemen lijken op droogbloemen. Ze zijn er in rood, roze en wit. Helemaal boven hebben we een schitterend uitzicht op de omgeving. We kunnen het hele resort nu zien liggen. Het raam van onze kamer staat open en mijn lege fototas ligt op het bed. Als ik inzoom tot 250 mm focusafstand dan zie ik de tas liggen. Zo helder is het. Om ons heen glooiende hellingen in alle schakeringen groen en soms merkwaardig gevormde pieken. Zijn naam maakt dit gebergte wel waar. Het is hier zo stil en de lucht zo zuiver en helder. We zouden hier heel graag een paar dagen langer blijven om meer te wandelen. Maar helaas, de karavaan trekt verder ook al blaffen de honden.

Maar zover is het nog niet. Eerst terug naar beneden. Dat gaat toch vrij vlot; we glijden niet uit op de losse steentjes. Beneden bij het hotel gaan we nog even in de zon zitten bij het lege zwembad (zonder bezoekers bedoel ik). Al snel (17.15 u) verdwijnt de zon achter de toppen en dan koelt het hier heel snel af. Een uur later is het al aardig schemerig en dan ook zo donker. Op de kamer staat hier geen airco maar een elektrische radiator. Niet dat we die nodig hebben overigens. Maar ’s morgens vroeg is het tintelend fris.

Het diner is prima voor elkaar. Er is ook bobotie, een soort lokale gehaktschotel. Een koor van stafpersoneel zingt een paar liederen. Klinkt weer geweldig. Ik koop een cd en sponsor daarmee een communityproject, zoals dat hier heet: in dit geval een school voor aidswezen. Nog meer achtergrondmuziek voor de fotopresentaties.


 

 


 

Drakensbergen, Sani-pass en Lesotho en de Orangebreasted Rockjumper     woe 29 sept.

 

Om kwart over acht zitten we in de bus die ons naar Underberg brengt. Het is een plezierig, welvarend stadje zo te zien. Mooie huizen met veel ruimte om huis, goed onderhouden. Niet van die hoge muren met glasscherven en elektrisch draad. Het is een typisch centrumstadje dat de regio voorziet in de behoeften aan goederen en diensten. Hier geen stakkerhuissies voor zover ik heb kunnen constateren. We gaan met drie dichte Toyotajeeps. R en ik zitten in het voertuig van Chris, een blanke man van middelbare leeftijd. Hij vertelt onderweg allerlei wetenswaardigheden. Het eerste stuk is vrij vlak. Er is goed asfalt maar later wordt het een zandweg. Hier zijn ze bezig om de weg te upgraden. Het is de enige toegangsweg naar Lesotho vanuit het zuiden. Hoe verder we komen, des te slechter en ruwer wordt de weg. Hij begint ook flink te klimmen. Kuilen, dikke stenen. We worden flink door elkaar gerammeld. Op een gegeven moment zie ik nauwelijks meer verschil tussen de weg en de berm. –Als er een berm is. Het landschap wordt steeds imposanter. We klimmen van ongeveer 1000 m naar uiteindelijk de pas op 2873 m. De hoogste pas van zuidelijk Afrika. Het laatste stuk stijgen we over 8 km afstand 1000 m in hoogte!

Ruig landschap

Chris vertelt in ‘t Engels over het ‘veld’. Om de vier jaar moet het veld gecontroleerd afgebrand worden, dan komen de essentiële voedingsstoffen weer terug in de bodem. Het vuur kan met firebrakes in de hand gehouden worden: een strook die afgeplagd wordt bijvoorbeeld. Tegenwoordig loopt het met dat schema van ‘om de vier jaar’ wel eens uit de hand. Alle bomen die we zien zijn hier niet inheems, vertelt hij. Vroeger was hier alleen maar gras. Het is een delicaat ecosysteem.

Er zijn een paar fotopauzes op mooie plekken. De ruigte van het landschap maakt indruk op mij. Bij de ZA grens moeten we het paspoort inleveren. Dan komt er een strook van niemandsland tot de grens van Lesotho van ongeveer 5 km. De haarspelden zijn spectaculair, de uitzichten adembenemend en de weg is vreselijk slecht.

De grenspost van Lesotho verraadt meteen dat we hier een van de armste landen binnengaan. Een hek van kippengaas. Een gebouwtje waarop met de hand in scheve letters Immigra tion Welcome to Lesotho is geschilderd ( de spatie staat er ook). Er staan een paar ronde hutten en een caravan zonder wielen. Aan de wand waar ik mijn pas laat stempelen hangt wel trots ingelijst een document met de Vision en Mission van dit douanekantoor. Ik weet nog dat ze bij ons op school zich ook druk gingen maken over dit soort moderne managersonzin. Het was het begin van de teloorgang van het mbo. Maar laat ze er hier maar trots op zijn, op hun visie en hun missie. Ach ja.

Bivakmuts dik over de oren op de Sani-pas

Je mag toch ook je trots hebben, denk ik? Zeker als je een arm land dient. Daarom vind ik het ook wel mooi dat de ambtenaar misprijzend naar het stempel van zijn ZA collega wijst. Het stempel schijnt niet op de goede plaats te staan. Ik maak een gebaar van, ach ze weten daar niet beter en de man geeft me instemmend glimlachend mijn pas terug.

Na het passeren van de grens kom je op een soort hoogvlakte terecht. Het is er kaal en winderig. Niet koud nu, maar ik stel me voor dat het hier ’s winters zeer onaangenaam is. Er lopen wat Basuto (ook Basoto) mannen rond in lange mantels en de bivakmuts dik over de oren getrokken. Een eind verder stoppen we in een nederzetting van enkele ronde hutten. Er scharrelen wat kinderen die natuurlijk op de foto moeten. Van achter een hut komen vier mannen in donkergrijs-bruine mantels of dekens aanschuifelen. Het lijkt alsof ze niet goed durven. De ene draagt soort eigengemaakt muziekinstrument bij zich. Het instrument is gemaakt van een vierkant leeg blik waarin aan de ene kant een stok is geplaatst. Van die stok naar de andere kant van het blik lopen draden, de snaren. Er komt warempel nog muziek uit ook. Ze zingen er vanonder hun warme bivakmuts een weemoedig lied bij. Voor zich zetten ze een glazen potje.

Doorzingen met de blik op oneindig

Plotseling dringt het tot me door: je bent in de twintig, je bent jong en je wilt wat met je leven. Er is niets op de hoogvlakte, maar dan ook niets wat op werkgelegenheid duidt. De baan van herdersjongen is al bezet. Alleen komen er zo nu en dan goedgeklede blanken in fourwheeldrives van beneden naar jouw bergtop. Ze zien eruit als van een andere wereld. Uit het feit dat ze vanuit hun verre land in Europa of Amerika hier helemaal hebben kunnen komen, mag je concluderen dat ze onmetelijk rijk zijn. Wat kun je doen om van die mensen wat geld los te weken? Muziek maken, natuurlijk. Maar een instrument kost geld en is dus onbereikbaar. Dat wat ik hier zie is hun oplossing. Hun poging om ook deel te nemen aan het leven, aan een wereld waarvan ze een vaag idee hebben, maar waar ze nooit aan zullen kunnen deelnemen. Wat kan ik doen? Thuis op een goede politieke partij stemmen, goede doelen steunen. Tja, maar wat hebben deze vier jonge mannen daaraan? Ik doe een bankbiljet in hun potje. Ik probeer hun ogen te vangen maar ze spelen en zingen door met de blik op oneindig.

Geurig goudbruin brood uit de as

Geroep wekt me uit mijn gedachten. Onze RL, die vandaag ook mee is, en de chauffeurs wenken: jullie zijn bij de verkeerde hut, hier moet je wezen. Bij een van de andere hutten is een afspraak gemaakt: hier worden we verwacht. De hut is van natuurstenen brokken opgetrokken, met een rieten dak. Met gebogen hoofd ga ik de donkere hut binnen. Daar is het verrassend lekker warm. En redelijk ruim. We kunnen met de hele groep binnen; niet allemaal zitten maar de meesten toch wel, op de bank langs de ronde muur. Van binnen is de wand gepleisterd. Er staan een paar korte teksten op over vrede en geluk, vertaalt de jeepchauffeur. Er staat een kast, meer een open rek, met borden en mokken. In het midden van de aangestampte vloer is een vierkant waar een vuurtje smeult. Je ziet eigenlijk alleen een hoop as, maar even later blijkt dat er een gietijzeren pot staat, wat verzonken in de aarde. Als het deksel met de as en kooltjes eraf gaat, blinkt ons ineens een brood tegemoet. Prachtig goudbruin gebakken in een ronde vorm als de blaadjes van die kleine gele bloemetjes die hier zonder steel uit de harde grond piepen. We mogen een stuk proeven. En een ‘bloemblaadje’ kun je kopen voor een euro, 10 Rand. Dat doen R en ik want het warme geurige brood smaakt prima. En de mevrouw is blij met onze klandizie.

Leven zonder zorg, niet zonder zorgen

De chauffeur van de andere jeep vertelt wat over het leven hier op de hoogvlakte. Dat het een heel hard leven is, kan ik me voorstellen. Zeker nu met de uitzonderlijke droogte. Onze chauffeur Chris, die hier al jaren komt, heeft nog nooit meegemaakt dat om deze tijd van het jaar de rivier droog staat. Alleen hier en daar staat nog wat stilstaand water. De andere chauffeur stelt het nogal romantisch voor als een leven zonder zorgen. Ze betalen geen belasting, of huur noch voor water, licht of verwarming. Nee! Maar dat is er dan ook niet! Dan toch maar liever betalen voor energie en warmte en ervan genieten. Er lopen alleen schapen en er is gras. Dus er is wol, voor kleren en dekens, vlees en melk. Water moet over grote afstand gehaald worden, zeker nu met droogte. Hout idem dito. Met het gras bedekken ze het dak van de hut.

De zwarte Basuto-mevrouw die ons in haar hut ontvangt, verstaat gebrekkig Engels en spreekt het niet. Via de chauffeur horen we wat over haar. Ze heeft veel kinderen gekregen: 16 maar liefst, met twee drielingen en twee tweelingen. R is verbijsterd. Eén kind krijgen in deze omstandigheden lijkt al heftig genoeg. Maar zoveel! En dan drie tegelijk! Het is ongelooflijk wat een mens aankan. Nu ik dit stuk zit te schrijven op de computer denk ik aan hoe ver wij van dat eenvoudige leven verwijderd zijn geraakt. Alleen in mijn studeerkamer tel ik 20 apparaten met een stekker eraan. Alleen dat al. Deze mevrouw heeft niet eens stromend water. Een toilet, neergezet door de overheid, staat op ongeveer 50 m van haar hut. Een school, een dokter, een verpleegster, het is binnen tientallen kilometers over rotsige wegen niet voorhanden. Geen leven zonder zorgen maar wel zonder zorg, zegt mijn vrouw met een rake woordspeling. En dan klagen wij in Nederland wel eens.

Haarspeldbochten

We gaan terug naar de grens waar nog net in Lesotho de ‘Highest pub in Africa 2874 m’ staat. Sani Top Chalet. Daar lunchen we. Wij nemen niet de pasta, maar bestellen een gegrilde en gerookte forel met gepofte aardappel. We moeten er even op wachten, maar het smaakt heerlijk. We hebben daarna nog even tijd om in de buurt van het restaurant wat rond te kijken. Er zitten kleine knaagdieren die op cavia’s lijken: ice rats noemen ze die hier geloof ik, maar ik zie geen verschil met de dassies beneden. Kleurige vogeltjes zijn niet schuw en laten zich van vrij dichtbij fotograferen. Gewone mussen zijn er ook trouwens. Ik maak opnamen van de diepe woeste kloof die uitmondt in deze Sani-pas. De weg die we straks weer moeten volgen, slingert erdoorheen met veel haarspeldbochten. De helling aan de linkerkant is groen, rechts is het dor en doods. Dat heeft te maken met de stand van de zon, vertelt Chris.

Orangebreasted Rockjumper

Dan begint de tocht naar beneden. Ik zit nu voorin. Ik maak veel foto’s; uit het zijraam of vooruit. Ze geven de ruigte van dit land goed weer. Nog maar net op weg zien we een felgekleurd vogeltje tussen de rotsen scharrelen. Chris zegt dat het de Orangebreasted Rockjumper is. Het lijkt me echt een naam die hij ter plaatse verzint, maar hij blijkt echt te bestaan en op de website van de ‘Sanipass-specialists’ zie ik dat ze ook vogelsafari’s organiseren en dan naar deze vogel op zoek gaan. Ik heb er mooie foto’s van. Ik praat met Chris over zijn werk en zijn land. Hij is tevreden over hoe het gaat. Natuurlijk kunnen de belastingen lager en beter besteed worden. Maar dat vinden mensen in Nederland ook, zeg ik. Hij moet mij gelijk geven dat Underberg een van de betere plekken is om te leven in ZA. Een vrijstaand huis, nieuwbouw, model bungalow met 4000 m2 grond (!) heb je voor € 125.000 vertelt hij. ’s Zomers is het hier prachtig, maar ’s winters is het zes maanden koud. Da moet de kachel aan, probeert hij mijn enthousiasme te temperen. Tja, en wat dacht je van de winters bij ons dan? In de bergen ligt dan 30 tot 40 cm sneeuw, zegt Chris. Maar hij blijft zijn route rijden. Met sneeuwkettingen. Eigenlijk zou hij graag banden met spikes willen maar die kan hij alleen in het buitenland bestellen, in Duitsland of zo. Over een maand of anderhalf staan de Protea’s, de suikerbossies hier in bloei, vertelt hij. En hier groeien de ‘echte’, die met een bloem die je in water kunt koken en dan komt er een roze suikerkristal van; die roze suikerkristallen kun je voor veel geld kopen. Onderweg zien we restanten van de ezelweg die hier vroeger naar de pas leidde. Er is een bruggetje en een ruïne. Helaas zien we geen eland-antilopes, wel hun keutels. En de enige arend die we spotten, is weg voor ik hem in de lens heb kunnen vangen. Toch is het –ook naar beneden- een fantastische tocht, deze rit door de Drakensbergen naar de Sani-pass. Ik had de ervaring niet willen missen. Ik geef Chris mijn kaartje met het adres van mijn website en e-mailadres, want hij wil mij foto’s mailen van de bergen in winter- en herfsttooi. Ik hoop dat hij dat nog gaat doen.

Eten...

Met de bus terug naar ons hotel is het een klein uur. Om half vijf ga ik nog even in de zon bij het zwembad zitten lezen. Ik ben er weer de enige bezoeker. R gaat even liggen, die heeft last van haar nek en hoofd na al dat hobbelen en hotsen op de rotsige weg. Het was vandaag ook wat het weer betreft een prachtige dag. Heel helder en zonnig en lekker warm. Boven op de pas stond een frisse wind. Ik heb wat kleren laten wassen. Dat is goedkoop in dit hotel en keurig verzorgd. Het diner van de tweede avond vindt plaats in een andere ruimte. Wij zijn ongeveer de enige club die er is op dit moment lijkt het. Men heeft van het dinerbuffet (dan ook?) niet veel gemaakt. Op zich is er genoeg en het smaakt vind ik nog best, maar het lijkt niet op dat van gisteren. En diverse mensen vinden het een beetje beneden peil. Het verschil met het diner van gisteren is inderdaad groot. Maar ik denk nog even terug aan die jongens met hun eigengemaakte muziekinstrument boven op de berg. Wat zouden die eten?


 


 

 

Naar Inkwenkwezi Private Game Reserve bij East London      Donderdag 30 september

 

Door uitlopers van de Drakensbergen rijden we in de richting van de kust. Vanmorgen heb ik de was betaald bij de receptie. Er stond ook nog een rekening open van een maaltijd in het café, meende de receptioniste. Ik maakte duidelijk dat ik die meteen bij de kassa betaald heb. Dat ging nog zo traag. Baas erbij, vijf minuten later zonder excuses of toelichting een creditnota. Het is een prachtig gelegen hotel, maar op klantvriendelijkheid kan men nog hoger scoren. Toch hadden R en ik hier nog wel een paar dagen willen blijven. We hebben nu één wandelingetje gemaakt hier in de buurt, maar er is nog meer te doen op dat gebied. Als we hier met de caravan waren geweest, dan waren we nog een paar dagen blijven plakken, zeg maar. Maar nu gaat de karavaan weer verder en wij sluiten aan. Veel droog ‘veld’ zien we onderweg. Maïsstoppels. Hier en daar meer of minder dicht gestippeld in het landschap dorpen met ‘Mandelahuisjes’ of minder fraaie onderkomens. Wat doen deze mensen voor de kost vraag ik me af. Nergens lijkt me werkgelegenheid in de buurt. Of het mag zijn op een veeboerderij. ‘Hollandse’ zwart-bonte koeien op mals –geïrrigeerd- gras. Heuvels, lage bergen; het is geen vervelende route. Stadjes met een heel druk leven op en naast de straat; kraampjes en markten. Umthatha. We komen langs het huis van de vroegere president Nelson Mandela. Een uit de kluiten gewassen bungalow. Mandela is hier niet vaak meer; zijn gezondheid laat het niet toe. Hij woont nu in Joburg.

Luxe zorgen

Wij hebben zorgen in de bus. Luxe-zorgen, dat wel. Eerst wil de kachel in het achterste deel van de bus niet uit. De radiator naast mijn voet is gloeiend heet. Na diverse pogingen stopt de chauffeur om bij de motor handmatig iets af te sluiten. Nu koelt de radiator langzaam af, maar nu valt de airco uit. Het wordt snel ongeveer veertig graden in de bus. Zo heet en benauwd, dat we met de koffiepauze de warmte buiten van rond de dertig graden, als koel ervaren. We trekken alle gordijnen dicht als we voor de koffie en de lunch naar buiten gaan. De chauffeur baalt ervan. Hij belt zijn bedrijf. Dat biedt de hele bus een gratis maaltijd aan voor het geleden ongemak, te nuttigen op de laatste dag in Kaapstad. Aardige geste. We weten dan nog niet dat de volgende dag het probleem nog zal voortduren na een zogenaamde ‘reparatie’.

Het water in de bus raakt op, zegt de RL. Ook bij ons een watercrisis. Nou, zo erg is het niet. We hebben allemaal € 27 per persoon betaald om water in de bus te hebben–toch geen kinderachtig bedrag-. Op eerdere reizen betaalde iedereen die een flesje nam contant of hield dat zelf in de gaten. Dat ging goed. Het systeem van vooruit betalen voor de hele reis werkt kennelijk niet. Het lokt uit tot ‘overgebruik’. Het bedrag is gebaseerd op een gebruik van twee flesjes per dag per persoon. Maar als het van de grote hoop gaat en het is warm en je moet ook nog wat hebben om tanden te poetsen… Althans zo schijnt het gegaan te zijn. In tien dagen is er dus voor € 27 p.p. doorgedraaid. Dat is €2,70 per dag. Daar kun je bijna twee glazen wijn voor drinken in dit land. R en ik hebben ons rantsoen niet eens alle dagen opgemaakt. Tandenpoetsen kun je in dit land ook wel met kraanwater. We voelen dan ook weinig voor bijbetalen, wat de RL in het vooruitzicht stelt. Gelukkig is ze er niet weer op terug gekomen. Later was het weer ook minder dorstig. Misschien was het budget dus toch genoeg.

Skemerkelkie met champagne

Koffiedrinken doen we bij een Whimpy in weer zo’n ziel- en sfeerloos benzinestation. De cappuccino is goed, dat moet gezegd, maar verder: beton, plastic stoeltjes, dreinende muzak, een tv op grijs beeld die de lawaaierigheid versterkt. Eten doen wij bij Mike’s Kitchen, een toch wat aardiger zaak dan de Whimpy. Een kordate zwarte mevrouw bedient ons efficiënt. Ik neem heek en calimari en chips. Lekker. Om drie uur moeten we toch weer die hete bus in. Het wordt een lange zit tot we om ruim half zes aankomen bij de lodge Inkwenkwezi. Graham Stanton is hier in 1983 begonnen met een farm die tot gamefarm moest worden omgevormd. In de loop van de tijd heeft hij heel wat gebied bijgekocht en nu telt het terrein 4000 ha. Voor het grootste deel is het omheind en binnenkort zal dat helemaal af zijn. Er is werkgelegenheid voor 80 mensen. Je schijnt de big five hier te kunnen zien en door de nabijheid van de kust zelfs de big six als je de walvissen meetelt. We worden zeer vriendelijk ontvangen met een sundowner, een skemerkelkie in de vorm van witte of roze champagne of sap of sherry. Ja, ja. Ook het diner is prima verzorgd. De flessen witte en rode wijn zijn van het huis, en als er een leeg is: ‘no problem’. Nu eens geen buffet maar bediening aan tafel. Er is soep, vis in folie, gevulde kip of rundvlees en een toetje. Onze chauffeur is in zijn nopjes: we krijgen een andere bus. Morgen zal dat blijken niet zo vlot te gaan.

Resultaten uit het verleden...

De Lodge heeft voor morgen voor ons een heel activiteitenprogramma. Voor 450 Rand zijn we een hele dag bezig. R en ik kiezen het ‘pakket’ en als keuze een bezoek aan een authentiek dorp met kennismaking met Mama Tofu, een oude nog vieve dame. Omdat wij Soweto hebben gemist, willen we dit in ieder geval doen. Onze RL en de chauffeur verzekeren ons dat dit nog véél interessanter is dan Soweto. Onze verwachtingen worden hoog gespannen. In het ‘pakket’ zit een gamedrive, een lunch, stoeien met olifanten en met luipaarden. Zoals bij al dit soort activiteiten krijgen we een formulier onder de neus om te tekenen: als een beest onverhoopt zich toch anders gedraagt dan verwacht mocht worden, dan is de zaak niet aansprakelijk. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor morgen, zoiets.

Na het diner worden we met de bus door aardedonker Afrika met een auto van de lodge voorop naar een ‘zusterlodge’ gebracht waar onze kamers zijn. Het zijn lage gebouwen met zijn Hollandse klokgevel die je richting Kaap steeds meer ziet. Het zal me benieuwen hoe het er hier bij daglicht uitziet.


 

 


 

 

Inkwenkwezi; gamedrive, olifanten en luipaarden aaien en op bezoek bij mama Tofu
vrijdag 1 oktober

Om acht uur worden we met jeeps opgehaald om te gaan ontbijten. Merkwaardig: eten, ontbijten en slapen doe je op verschillende plaatsen die minstens vijf minuten rijden van elkaar liggen. Cintsa Beach is ook eigendom van Graham, heb ik van hem begrepen, maar de horeca-exploitatie is uitbesteed. Wel is de eigenaar steeds zelf aanwezig om zich ervan te verzekeren dat het ons aan niets ontbreekt. We ontbijten met uitzicht op de Indische Oceaan die op een ruime steenworp afstand ligt. Gezien de branding heet de kust hier terecht de ‘Wild Coast’.

De Witte Leeuwin

Om negen uur klimmen we in de achtpersoons jeeps voor een gamedrive over het terrein van de lodge. De paden zijn soms slecht: van ‘Sanipass-kwaliteit’, zeg maar. Soms rijdt onze chauffeur ook een eind door het veld. Hij kent het terrein als zijn broekzak. We zien het zo langzamerhand gebruikelijke wild: zebra, giraffe, impala, struisvogel, blesbok, e.d. Door een dubbel hek gaan we een extra hoog omheind gebied in. Hier leven leeuwen. Overal zien we karkassen van prooidieren liggen de gevoerd zijn aan de leeuwen. Het vrouwtje krijgen we te zien. Het dier doet me aan De Witte Leeuwin, het boek van Henning Mankell, denken. Het beest is inderdaad bijna wit. We kunnen haar tot op een paar meter naderen. Toch een merkwaardige sensatie dat er niets is tussen jou en die leeuwin. We zitten hoog, OK, maar wel open en bloot. Niet dat ik bang ben, maar zoals gezegd: het is wel een apart ervaring. De groep in de andere jeep ziet ook de leeuw en een leeuwin met jongen. Prachtig beest met enorme manen zie ik -een tikje jaloers- op hun foto’s. Het park is groen, vrij dicht begroeid, met veel kronkelpaden, steile korte hellingen.

Krabbelen achter flaporen

We rijden terug naar de lodge voor toiletbezoek. Dan naar de olifanten. Dit zijn dieren die elders op de nominatie stonden om geëlimineerd te worden wegens overbevolking. Hier worden ze niet echt los gelaten zodat het parkbeheer controle heeft over wat en hoeveel de dieren eten. Olifanten zijn namelijk slopers. Ze vernielen veel bomen en struiken. Altijd gedacht dat Afrikaanse olifanten niet te temmen zijn (daarvoor moet je de Indische hebben met de kleinere oren), maar deze zijn wel tam en deze show laat zien dat de dieren heel benaderbaar zijn. Aaibaar, zelfs letterlijk. Als je dat wilt, mag je het ene dier aaien. Achter zijn of haar kop onder de flaporen is de huid merkwaardig zacht. Op de rug stug met harde haren.

Het mooiste is het modderbad dat ze na het knuffelen mogen nemen. Mooie foto’s levert dat op. In het water gaan ze helemaal los. Plonzen, spetteren en spuiten met de slurf. Lekker wroeten in de modder. Een van de jongere beesten gaat helemaal los. Wat een enthousiasme.

Spinnende luipaarden onder de kin kroelen

De lunch in de lodge is weer goed verzorgd. Weer met gratis wijn als je dat wilt. Na de lunch lopen we achterom naar de luipaarden. Er lopen er een stuk of drie in een omheinde ruimte. Ook hier weer even slikken. Het zijn dan wel bij de mens opgegroeide exemplaren, maar het blijven natuurlijk roofdieren. Goed gevoed natuurlijk, dus niet gemotiveerd voor geintjes met toeristen, maar toch. Enorme katten die zich ook als katten gedragen. Lekker liggen en je onder je kin laten kroelen door zo’n toerist. Ja, dan wil je wel spinnen. Spinnen, dat doen ze inderdaad als een kat. Je kunt ze overal aaien, ze laten niet merken het vervelend te vinden. Of ze staan op en lopen een eindje verder. Heel even zie ik een vreemde flikkering in hun ogen als een Duitse vrouw plompverloren tussen twee dieren in gaat zitten. Dat vinden ze niet leuk.

Ik maak foto’s van R en zij van mij bij deze prachtdieren. De oppasser maakt ook nog een paar mooie foto’s van mij bij een luipaard.

Mama Tofu (91)

Dan gaan we met een stuk of wat mensen en een begeleider van de lodge naar het lokale dorp naar Mama Tofu. Deze vrouw is met haar 91 jaar de oudste Afrikaanse vrouw met een licentie om toeristengids te zijn. We worden ontvangen met tromgeroffel. Het hele bezoek is een vrouwenzaak. Mannen zien we niet, bedoel ik. Kinderen dansen en maken muziek. We mogen plaats nemen op een paar klaargezette stoelen. De oude maar nog zeer vitale vrouw vertelt ons met twinkelende oogjes de fijne kneepjes van de Xhosa-taal. De X staat al voor een van de klik-klanken die deze taal rijk is. Je kunt klikken met de tong tegen je tanden, je gehemelte of je huig, en elke keer klinkt het anders en is het een andere letter. Xhosa wordt gesproken door bijna 8 miljoen mensen en is een van de officiële talen van ZA. Maar het is niet een taal die je in een half uurtje leert, zoals de vrouw schijnt te denken. Mama Tofu vertelt ook over stamgebruiken. In een lege hut krijgen we van een kauwgomkauwende jongere mevrouw ongeveer hetzelfde verhaal. Zij vertelt tussen neus en lippen door dat jongeren ook wel cannabis of marihuana gebruiken. Ik denk dat mama Tofu dat niet weet -of wil weten.

Mielies kneuzen

Op het erf wordt gedemonstreerd hoe maïs wordt gestampt in een houten blok of met een rol stukgemaakt. Op die manier wordt de maïs geschikt om mieliepap van te maken. Het houten blok is provisorisch gerepareerd met een stuk landbouwplastic. Alleen voor de mannen, J en ik in dit geval, vertelt de jongere vrouw in de ‘kraal’ over huwelijksgebruiken. De kraal is het belangrijkste stukje grond in een dorp. Hier lijkt de kraal al lange tijd niet meer gebruikt, als ik het zo zie. Er slingert wat afval en de bodem ziet er weinig belopen uit.  In weer een andere hut houdt Mama Tofu een lange monoloog over huwelijksgebruiken in haar stam. Voor een zo oude mevrouw hebben we respect; ze is nog zeer goed bij de pinken. Ze vertelt dat ze een zoon heeft gehad die met Nelson Mandela 14 jaar lang op Robbeneiland had vastgezeten. Na zijn invrijheidsstelling was hij spoedig overleden.

Breedsprakige oude dame

Maar zo langzamerhand zakt de aandacht een beetje in. Sommigen van ons groepje gaan wat schuifelen. Het duurt te lang en het is te veel van hetzelfde. Als we dan ook nog in nog een andere hut moeten zien hoe de pers over haar heeft geschreven enz. dan wordt het echt te veel. We staan en zitten dan al ruim twee uur te luisteren naar de breedsprakige oude dame. Dit was leuk geweest als het de helft korter had geduurd. En ik had nu wel eens een kijkje willen nemen in de hutten waarin kennelijk geleefd wordt. Maar dat zit er niet in. Er is niet veel puf meer om nog te kijken bij de snuisterijen die men voor de verkoop heeft uitgestald. R vindt het nog sneu ook en koopt een kleinigheid.

Hozen en onweren

Ons wordt uitgeleide gedaan door de trommelende kinderen. In de combi terug naar de lodge vertelt onze chauffeur/begeleider over community-projecten die de lodge opzet. Zo is men bezig met een grote nieuwe school. En het streven is om van ieder huishouden in ieder geval één persoon structurele werkgelegenheid te bieden. Dat zijn toch mooie dingen voor de mensen. De combi zet ons af bij onze kamers in de Unmengalodge. Even bijkomen, opfrissen en dan met de open jeep naar de Inkwenkwezi-lodge waar we dineren. Helaas is de T-bonesteak die ik kies, taai en vezelig. Maar verder is alles weer keurig verzorgd en lekker. De Nederburg Cabernet Sauvignon Shiraz smaakt voortreffelijk. Ik reken met Visa twee keer 700 rand af en 25 voor een petje met het leuke logo van het park. Die laatste prijs is een vergissing, horen we even later, maar men komt er -uiteraard- niet op terug.  Intussen is het gaan hozen en onweren. Daarom worden we met de combi terug naar onze kamers gebracht. Omdat er maar vijf personen tegelijk mee kunnen zijn we blij dat we bij de tweede rit mee terug kunnen. We zijn moe. Nog even wat dingen doen, en ik ga slapen. R blijft nog een hele tijd op.


 


 

Naar Port-Elizabeth             zaterdag 2 oktober

 

Omdat wij niet beter weten dan ons gisteren verteld is, staan wij om 06.15 op en zetten om zeven uur de koffers buiten. Onze chauffeur is dan ook op en ziet mij. Ik zie onze RL ook met het hoofd buiten de deur. De chauffeur komt even later vertellen dat we niet om acht uur vertrekken maar dat we pas om half negen worden opgehaald om te gaan ontbijten. Het vertrek is uitgesteld tot half elf omdat de bus nog niet klaar is. Klaar is?? Ja, men is bezig om hem te repareren. Dat wisten wij allemaal niet; onze informatie was dat we een andere bus zouden krijgen. Ja, zegt de chauffeur, wij wisten gisteravond niet waar jullie woonden en we wilden jullie ook niet storen want je sliep al. R is tot laat op geweest met het licht aan, maar heeft nergens van vernomen. Kennelijk zijn wij de enigen die van niets wisten. Communicatie, o het is zo moeilijk! Ik dacht altijd dat een reisleider weet waar zijn of haar gasten zijn ondergebracht. Andersom is het trouwens ook goed dat gasten weten waar de RL slaapt. Dat hebben wij nooit geweten op deze reis. Dat was op de vorige SRC-reis wel anders. Goed, we zijn er nu uit en fris gedoucht, dus eest maar eens een kopje koffie gezet. Dat kan gelukkig op elke kamer tot nu toe. Dan gaan we foto’s maken op het terrein van het hotel. Achter onze kamer is een poel waar mooie vogeltjes zitten. We maken foto’s van mooie planten en bloemen en suikerbekkies en andere vogels.

Vrije tijd aan de kust

Om acht uur vertrekken we naar het ontbijt aan de oceaankust. Het is koud in de open jeep. Bij Chistna Beach kunnen we ook nog een poos wandelen tot half elf. Dat is een onverwacht extraatje, want het is heerlijk weer: zonnig, helder, en winderig dus er is een stevige branding. Ideaal voor een strandwandeling. Bij een aangelegd afgescheiden stuk zee is een haaiachtige vis over het muurtje gesprongen. De kinderen durven het minstens 50 cm lange beest niet aan te pakken, hoewel ze hem wel op het droge hebben weten te krijgen. Gelukkig komt er een stoere Zuid-Afrikaner die het beest resoluut bij de staart pakt en terug in zee laat vallen. Schelpen liggen hier ook. R verzamelt wat kleintjes die ongemerkt mee kunnen in de koffer. Grotere kun je tegenwoordig niet meer meenemen. Dat was dertig jaar geleden nog anders. Wat een prachtige exemplaren hebben wij niet meegenomen uit India, Sri Lanka en vooral van Bali. Van Sri Lanka heb ik nog een exemplaar waarop ik kan blazen. Er komt een geluid uit als van een misthoorn. Zo ongeveer als de monniken in de Tempel van de Tand (van Boedhha) in Kandy dat doen. Zo zwervend langs de vloedlijn vermaken wij ons deze ochtend wel.

Persoonlijke behandeling in de lodge

Tegen half elf gaan we met de jeeps terug naar de kamers, waar we de koffers buiten zetten. De ‘gerepareerde’ bus komt, maar al snel blijkt dat er niets is veranderd. De airco blijft nog steeds buiten werking. Gelukkig is het vandaag niet zo heet als eergisteren. De chauffeur heeft het helemaal gehad met zijn airco, maar kan er natuurlijk ook niets aan doen. We worden door het team van de lodge trouwens vriendelijk uitgezwaaid. Nergens hebben we een zo persoonlijke behandeling gekregen als hier. Dat bleek bij voorbeeld ook uit het feit dat jarige R door een koortje van personeelsleden werd toegezongen bij het diner. Het is een bijzondere belevenis, een verblijf op deze lodge. Van harte aanbevolen, ook om hun streven om meer te doen en te zijn dan een winstgevende onderneming. Daarnaast willen ze ook voor de gemeenschap duurzaam van betekenis te zijn. Dat is een soort duurzaam ondernemen die ten voorbeeld kan staan voor andere ondernemers.

Lunchen bij de golfclub

Lunchen doen we bij een onbekend adres, de Stutterheim Country Club, waar de zaterdagse golfwedstrijd net achter de rug is. De alleen maar witte leden zitten nog wat na te praten op het terras en te genieten van een biertje, aangesleept door het zwarte personeel. Wij bestellen sandwiches e.d. Het duurt heel lang voor iets klaar is, tja, wat wil je als je met negentien man in een golfclub komt binnenvallen. Maar het eten smaakt prima als we de zwarte korstjes wat wegschrapen. Ondertussen is het half drie geworden. In de warme bus gaan we verder. Het landschap is overwegend saai; veel droog bruin gras op de velden en heuvels. Later bewolkt het en gaat het licht regenen en misten. Ik doe de gordel om en de ogen dicht. Tegen half zes zijn we in PE, Port Elizabeth. (ZA korten graag af: Joburg, PE en Pta is Pretoria). We zitten in een vier sterrenhotel bij zee, the Kelway. Van buiten lijkt het een Oostenrijks chalet. Deze keer voor diner geen buffet, maar bediening. De sirloin steak (ledenbiefstuk) is lekker. Het chocoladecakeje minder. Ik heb een voucher voor internetten gekocht maar de computer is bezet. Morgen dan maar. We zitten hier twee nachten.


 


 

 

 

Addo Elephant Park en Port Elizabeth    zondag 3 oktober

 

Om kwart over negen zijn we op deze zondagmorgen al in Addo Elephant Park. Het is een natuurpark dat, zoals de naam al duidelijk maakt, gespecialiseerd is in olifanten. We zijn met een nieuwe, in ieder geval andere bus. Deze doet het goed. Hij is iets kleiner, maar we zitten nog steeds ruim. Meteen de eerste morgen rijdt de chauffeur bij het hotel een deuk in de spiegel. ’t Is anders een goede chauffeur. Eerst nog even naar het toilet want straks kan het een tijd niet, en dan met de eigen bus het park in. We zien vandaag één olifant dichtbij; die zien we dan ook wel vier keer of zo. Het lijkt wel alsof hij aan een paal in de grond is vastgemaakt want hij staat de hele ochtend en ’s middags op dezelfde plaats. Een stuk of wat olifanten heel in de verte op een helling, en daar blijft het bij. Alle drinkpoelen die we bezoeken, moeten het zonder olifanten stellen. Helaas. We zijn dan al blij met wat warthogs, wrattenzwijntjes, schildpadden, kudu’s, een vos, vogeltjes en spekbomen die mooi roze beginnen te kleuren.

Voor de lunch eten R en ik nog maar weer eens hake (heek) and chips. We lopen nog even naar een kijkscherm en zien daar een paar kwikstaartjes. Mooie vogeltjes, daar niet van, maar die zien we bij ons thuis ook.

Addo Elephant Park maar dan zonder olifanten

Na de lunch wagen we nog een poging, maar met hetzelfde resultaat. RL zegt dit in haar loopbaan als reisleider nog niet meegemaakt te hebben. ‘Ek es jammer’, zeggen ze hier dan. Net buiten het hek (!) zien we trouwens dan nog een duikertje scharrelen. Een kleine, schuwe en vrij zeldzame antilope. Terug naar het hotel. RL biedt een stadstour aan die even later niet door blijkt te gaan. Tja. Informatie over hoe we de middag verder kunnen invullen, ontbreekt. Ach, we redden ons zelf wel. In het hotel kijk ik eerst mijn e-mail door. Er is via mijn website ook een mail van een SRC reiziger die in oktober vertrekt en met wie ik al vaker mailde. Ik vertel hem nog wat ervaringen heet van de naald. Ik kijk ook even op de site van Trouw. Het CDA-congres blijkt met meerderheid in te stemmen met het te construeren kabinet. Was wel te verwachten, maar jammer is het wel. Omdat het nog vrij vroeg op de middag is, gaan R en ik wandelen langs de boulevard richting de pier. Er staat een stevige wind; op de pier zijn we gauw uitgekeken. We lopen ook nog een eind de andere kant op. In een parkje zitten we even.

Winkelcentrum

Voor het diner gaan we naar een restaurant in het winkelcentrum waar we vanmiddag voor stonden. Geen idee toen dat er zoveel achter zat. Het eten is goed; ik heb line fish, dat is gefileerde vis van de dag. Het is erg lawaaiig in dit etablissement, maar we hebben aan tafel toch een goed gesprek. Over de marktwerking in o.a. de zorg. Hoe interim-managers een organisatie praktisch om zeep helpen en daarvoor zeer rijkelijk betaald worden. Hoe zogenaamde vernieuwingen een heleboel professionals hun gevoel van eigenwaarde bijna ontnemen. Ik herken ontwikkelingen die ik de laatste jaren dat ik werkte, ook in het onderwijs waarnam. Tegen negenen wandelen we terug naar het hotel.


 

 

 

 


  

De Tuinroute; Tsitsikamma National Park en Stormsrivier, Knysna

maandag 4 oktober

’s Morgens doen we eerst de stadstour, een mini-versie. We stoppen bij de Donkin Reserve, waar de bakstenen piramide staat die waarnemend gouverneur Donkin in 1820 oprichtte voor zijn overleden vrouw. Er staat een fraai hotel, er is een straat met merkwaardige huizen die ze aan het opknappen zijn. Een vuurtorentje, want we staan niet ver van de oceaan. We maken wat foto’s van de vlag die juist naar beneden gaat om een roze vlag voor de strijd tegen (borst)kanker toe te voegen. De vlaggen zijn enorm groot. Eenmaal weer aan de hoge mast bevestigd lijken ze veel kleiner.

Oortreders sal vervolgd word

Het eerste stuk van de Tuinroute is vrij saai en later worden de bermen wel aardiger maar we zijn te vroeg. Veel struiken en planten bloeien nog niet. Wat zal het hier mooi zijn als de Protea’s, de suikerbossies, bloeien. En al die andere struiken die langs de weg staan. Maar goed, je kunt niet alles hebben. Wij hebben juist veel wild gezien dat je niet meer ziet als de struiken volop in blad staan. Tegen kwart voor elf draaien we de weg naar Tsitsikamma op. Op deze weg heb je al fraaie uitzichten op de oceaan. R en ik drinken eerst een lekkere cappuccino voor we de wandeling gaan doen. De hele groep is al weg. Dat is niet erg: de route is simpel, fout kunnen we niet lopen. We gaan maar even binnen zitten want op het terras is het winderig en koud. Het Tsitsikamma-park strekt zich zo’n 80 km langs de kust uit, maar is op sommige plaatsen slechts heel smal. Vanaf het restaurant en camping loopt een pad op palen en planken langs de rotsen. Daarover kun je naar de monding van de Stormsrivier lopen. Deze rivier breekt hier door de bergketen en dat levert ruige natuur op. Over de rivier is een hangbrug gespannen. Daarop heb je mooie uitzichten op de oceaan aan de ene kant en de Stormskloof aan de andere. De route is relatief kort; dat het langer dan 1,5 km lijkt, komt door de hoogteverschillen die je via steile trappen overbrugt. Het is een mooie wandeling. Langs de route groeien veel bomen (o.a. ‘stinkhout’ waar ze meubels van maken), struiken en planten. Veel aronskelken met grote wulpse bloemen. We zien en fotograferen ook vogeltjes. En steeds schemert de oceaan door het gebladerte. De hangbrug ziet er betrouwbaar uit, ondanks de waarschuwing op een groot bord: “Maksimum van 25 persone op ’n slag. Hangbrug word op die eie risiko gebruik. Dit is streng verbode om op hierdie brug te spring. Oortreders sal vervolgd word.” De brug zwaait wel wat in de wind. Na de brug moet je terug. Dan kun je via een kleinere hangbrug nog een stukje andere route terug kiezen, maar het laatste stuk neem je dezelfde weg.

Bobbejane

We maken heel wat foto’s. Wat een unieke plek om te kamperen trouwens. Er staan een paar jeeps met daktenten, vlak aan het water. In het restaurant zitten we nu wel op het terras dat is afgeschoten met zeilen. Zo zitten we uit de nog frisse wind. Onze fish and chips is er snel, maar de vis is van binnen nog koud en ongaar. Die gaat dus terug. Tien minuten later hebben we een goede versie. Snel dooreten maar, want om een uur vertrekt de bus. We passeren een paar diepe ruige kloven. De Stormsrivier en de Bobbejanerivier. Die laatste naam klopt want er zitten inderdaad bavianen bij de brug. Stoppen kunnen we niet op de bruggen, maar de chauffeur rijdt langzaam zodat we foto’s kunnen maken. Wonderlijk hoe rivieren door zo’n bergketen heen breken om bij de oceaan te komen.

We zijn mooi op tijd bij ons hotel in Knysna. (De K wordt niet uitgesproken). Knysna ligt aan een lagune die slechts door een nauwe doorgang met de oceaan verbonden is. Ons hotel, The Graywood, is een houten gebouw van twee verdiepingen, gebouwd rond een fraai beplante binnentuin. Thema is spoorwegen. De kamers zijn bij voorbeeld genoemd naar beroemde treinverbindingen. En er hangt een antieke perronkaartjesautomaat. Het is een heel sfeervol hotel maar het hout maakt het wel erg gehorig. Wij wonen onder de eetzaal en voor zes uur ’s morgens is het al een gedoe en gestommel van jewelste. Geen ramp want wij moeten er toch vroeg uit. De kamer is ook aan de kleine kant. Voor een nacht is het prima te doen en de unieke ambiance maakt veel goed.

Wandelen in Knysna

R en ik wandelen naar het waterfront. We kijken er wat rond en eten een zogenaamd Italiaanse ‘gelato’. Er zijn veel winkels en restaurants. Er was vanmiddag een facultatieve boottocht op de lagune. Met oesters eten, was mijn informatie. Omdat ik daar allergisch voor ben, zijn we niet meegegaan. Achteraf wel jammer, want het was een mooie tocht geweest en oesters waren er niet of nauwelijks aan te pas gekomen, begreep ik achteraf. Bij de oversteekplaatsen staat hier een geel bordje met de volgende tekst: “Druk knoppie. Wag tot verkeer staan. Stap vinnig oor.“ ( oor = over) We maken foto’s van prachtig bloeiende struiken en bomen.

Chaotisch diner

Om zeven uur in de bus voor een diner ergens in het stadje. We komen binnen in een cafetaria-achtige ruimte. De plastic stoelen moeten allemaal nog in het gelid worden gezet. Verdere gasten zijn er niet; een bigscreen tv staat aan. We krijgen de instructie van RL dat we van de kaart mogen kiezen maar boven de 140 Rand (ca. 15 euro) moeten we bijbetalen. Behalve dat ik dit een idiote regeling vind en ook nogal knieperig zoals wij dan in Drente zeggen, voorzien we allemaal al de problemen bij het voldoen van de rekeningen, straks. Ik bestel venison: kudu, wrattenzwijn en struisvogel, medium done. Ik wil toch ook wel eens wild eten hier. De biefstukjes zijn leren zooltjes: helemaal doorbakken en droog. Zonde om een lekker stukje vlees zo te maltraiteren. R’s struisvogelbiefstuk is daarentegen prima. De ober biedt aan mijn biefstuk te vervangen, maar ik vrees dat ik dan straks als enige nog zit te eten. Het gaat toch allemaal al niet zo snel. Ik ben overigens niet de enige die niet tevreden is over het eten. Bij het afrekenen doen zich inderdaad de problemen voor die wij al zagen aankomen. De ober wordt er zo gek van dat hij besluit dat het restaurant dan maar het meer dan 140 Rand gebruikte betaalt en dat wij, net als anders, alleen de wijn en drankjes betalen. Prima oplossing natuurlijk, maar we vinden het gênant tegenover het restaurant. De mensen hebben wel hun best gedaan. Aan de andere kant van de tafel, die door een andere ober bediend wordt, schijnt het wel goed te gaan met de rekeningen. RL is bij de chaos onvindbaar. Met een onaangenaam gevoel verlaat ik het gebouw. Het is vreemd omdat tot nu toe de inbegrepen maaltijden nooit enig probleem opleverden.

De strijd om naar Robbeneiland te komen

RL heeft ons vandaag meegedeeld dat haar bureau Your Africa niet in staat is om voor ons als groep een reservering te maken voor Robbeneiland. ‘Wegens technische problemen’ bij het bureau van Robbeneiland. Een andere keer zegt ze dat ze niet al het geld kan / wil voorschieten. Als de reis dan niet doorgaat, moet zij al dat geld van ons terug zien te krijgen als wij al in Nederland zitten. Klinkt plausibel, maar klopt niet omdat de kassa van Robbeneiland je betaalde geld meteen op je creditkaart terugstort, zo heb ik zelf ondervonden. En met alle respect, maar het wil er bij mij niet in dat je voor een groep niet zou kunnen reserveren. RL zegt ook dat we dan maar individueel in de rij moeten gaan staan bij het loket, ‘want er vallen wel eens plaatsen open’, waarmee ze impliciet aangeeft dat reserveren dus wel mogelijk is. Maar voorlopig hebben we het er maar mee te doen. De groep maakt RL wel duidelijk dat ze nog eens haar best moet doen. De onvrede in de groep over de manier waarop de reis geleid wordt, groeit. R en ik krijgen het idee dat we niet naar Robbeneiland mógen van de RL, omdat we daar niets te zoeken hebben...


 

 

 

 


     

Naar Oudshoorn, een struisvogelfarm en een struisvogelstad       dinsdag 5 oktober

Vandaag een heel mooie route, via Wilderness, George en de Outeniqua pas. Er zitten nogal hoogteverschillen in, maar we zien ook de zee. Bij George mogen we even foto’s maken van de kustlijn. Een deel van de helling is ingestort op de spoorlijn en die is nog steeds niet hersteld. Op een helling in de buurt staat ook een prachtig huis, dat langzaam wegzinkt in de afbrokkelende ondergrond en op een gegeven moment in de afgrond zal storten. De verzekering wil niet eerder betalen dan wanneer het huis ook echt vernield is. Ben je mooi klaar mee als huiseigenaar. Verzekeraars… Ze lenen je voor veel geld een paraplu en zodra het gaat regenen, vragen ze hem terug.

Struisvogels

Na de Outeniqua pas verandert het landschap drastisch. Eerst groen en sappig, dan bruin en droog. We rijden dan door de Kleine Karoo. We zien dan vrijwel meteen ook de eerste struisvogelfarms. De grond is hier bedekt met kleine steentjes die voëlstruise inslikken om hun spijsvertering te helpen. Na Oudshoorn, dé struisvogelstad, dat we eerst door rijden om straks naar het hotel te gaan, komen we bij de Cango Ostrich Farm. Hier is het landschap overigens wel weer aardig groen en vochtig. De farm is erop ingericht groepen te ontvangen. We krijgen eerst, na een kop koffie, even een korte theoretische inleiding. Vroeger werden de vogels vooral gehouden om hun veren. In Europese modehuizen werd er graag gebruik van gemaakt en er werd flink voor betaald. Toen de veren uit de mode raakten, raakte ook de struisvogelindustrie in het slop, maar nu draait deze weer op volle toeren want er is vooral vraag naar het vlees en het leer. Het vlees smaakt meer naar rundvlees dan bij voorbeeld naar kip, en het ziet er ook roder uit. In de winkel worden spullen van het leer van de vogels verkocht. Die tassen e.d. zijn heel duur. Dan mogen we de broedmachines zien. De man neemt er een ei uit dat op uitkomen staat en liefhebbers mogen het even vasthouden. Het koppie komt er al bijna uit. Foto’s maken natuurlijk. En dan buiten. We zien hoe de beesten gehuisvest zijn, wat ze eten, hoe ze hun lange nek kunnen draaien. Ongelooflijk soepel gaat dat. De vogel kan zijn nek plat op zijn lijf leggen.

Leuke dingen voor de mensen

Een dame uit de groep wil wel rijden op een struisvogel. Het beest krijgt een kap over de kop, wordt in een stellage gezet, dan neemt de ruiter plaats met de handen aan de vleugels. Dan de kap van de kop… en het beest gaat er als een speer vandoor. Twee oppassers rennen mee om al te grote ongelukken te voorkomen. Gelukkig loopt het allemaal goed af. Niemand heeft verder behoefte om dit staaltje struisvogelruiterkunst na te doen. Voor de beesten zelf schijnt het ook niet bepaald leuk te zijn, lees ik in een reisgids. Verder laten een paar mensen hun nek masseren door de vogelnekken. Je moet dan een emmer met voer voor je borst houden en met de rug naar de omheining gaan staan. De vogels gaan dan aan beide kanten van je hoofd met geweld de emmer met voer te lijf, zodat het voer alle kanten opspat. Leuk! We mogen ook op een paar eieren staan. Ja, als de druk goed verdeeld is, kan zo’n ei heel veel hebben. Maar dat geldt, hoewel in mindere mate natuurlijk, ook wel voor een kippenei. Maar deze schaal is enkele millimeters dik dus die is heel sterk. Toch breekt het kuiken er door dus zo’n klein ukkie heeft dan al heel wat kracht.

Suikerbossie-zaden en een zalige lunch

In het winkeltje koop ik een petje voor de buurman en R koopt twee pakketjes met zaden van de Protea, in dit geval de prachtige rode variant van de suikerbossie-struik. Dat zou leuk zijn als die zaden uitkomen. Tegen de middag checken we in in het hotel in het stadje Oudshoorn. We hebben een mooie ruime kamer. Nadat we ons geïnstalleerd hebben, wandelen we het stadje in. Eerst maar eens lunchen. We zien een heel leuke gelegenheid. Het is een B&B en het heet Nostalgie. ‘De charme van de oude werelt’, staat er op het bord. Binnen en buiten is de sfeer inderdaad nostalgisch door allerlei attributen van vroeger. De bediening is ook ouderwets vriendelijk en gemoedelijk. Ik wil nu wel eens een lekkere struisvogelbiefstuk eten en dit restaurant maakt reclame met ‘de beste voëlstruissteak’ van het stadje. Nou, ik heb geen vergelijkingsmateriaal behalve dan mijn mislukte steak in Knysna, maar dit is subliem. Twee ons heerlijk mals en smakelijk vlees met een goed passend sausje erbij. Glaasje rode wijn erbij. We zitten op het terras in de schaduw en we genieten. R heeft een home made kudu pie die ook heel lekker is. Dit is vakantie. Een hele middag voor onszelf, goed eten en een leuk plekje. We zitten er een hele poos.Ik bezoek het toilet, helemaal achter in de tuin is dat. Een apart huisje met een soort nostalgische poepdoos zoals heel vroeger, maar nu met waterspoeling, dat dan weer wel gelukkig. Op de stortbak zit een briefje: ‘Sorg dat die knop uit is sodat water nie loop, groot asseblief’.

Interessant museum

We wandelen verder door het stadje en brengen een bezoek aan het C.P. Nell Museum. Dat is gevestigd in een oude jongensschool, die opgetrokken is van zandsteen. Mijn Capitoolgids noemt het ‘een van de mooiste voorbeelden van natuursteenmetselwerk in ZA’. Binnen is de geschiedenis van de struisvogel en van Oudshoorn belicht. Er is ook een compleet ingerichte apotheek. We hebben daar al wat foto’s van gemaakt als een mevrouw de deur van de glazen wand van de apotheek opent en wat gaat afstoffen. We vragen of we binnen mogen voor wat foto’s. Natuurlijk mag dat, zegt de mevrouw vriendelijk. Zo is er ook een bankkantoor en een nagebouwde synagoge. Er staan een paar zeer oude auto’s en rijtuigen waaronder een echte oude ossenwagen waarmee de Voortrekkers gereden hebben.

Lui asseblief deurklokkie

Voor de entree van 15 Rand kunnen we ook nog het La Roux Town House bekijken. Ook daar wandelen we naartoe. ‘Lui asseblief deurklokkie, Klop asseblief wanneer daar ’n kragonderbreking is’, staat er op een briefje bij de bel. Het jonge zwarte meisje dat ons ontvangt, is wat zenuwachtig. Ze is alleen en is hier vandaag voor het eerst, zegt ze in het Engels. ‘Don’t worry, we ‘re here also for the first time, zeg ik en dan is het ijs gebroken. We zijn vandaag de eerste en enige bezoekers volgens het gastenboek. Toch is het leuk om te zien hoe een rijke Afrikaner familie in het begin van de vorige eeuw woonde in deze stad. Het is een voorbeeld van een ‘verenpaleis’ zoals er hier meer staan in Oudshoorn. Van buiten mooie gevelversiering van witgeschilderd gietijzer, een torentje met gietijzeren decoratie. Van binnen is veel nog uit vervlogen tijden tot zelfs de knopjes van het elektrisch licht. We keren nog even terug naar B&B Nostalgie want we hebben zin in een smakelijke cappuccino. In de kleine voortuin zitten we weer te genieten. Dan nog even naar de bank voor weer een rantsoentje Randen. Het is vandaag lekker weer maar wel aan de warme kant.


 

 


 

 

Route 62 naar Stellenbosch  en stadswandeling           woensdag 6 oktober

 

De dag begint met een chaos. Het is druk in het hotel en iedereen wil tegelijk ontbijten. Er is ruimte genoeg in de eetzaal, als er maar genoeg personeel zou zijn. En dat is er dus niet. Praktisch alle tafels staan vol vuil vaatwerk. Het vergt vindingrijkheid om zelf een schoon plekje te bemachtigen en dan moet je nog op jacht naar schoon bestek. Het wel aanwezige personeel heeft de strijd opgegeven, lijkt me. Zo’n chaos heb ik nog nooit gezien in een hotel. Maar goed, we krijgen wat binnen.

De ‘Route 62’ is een mooie. Door bergen, dalen, met bloeiende fruitbomen en druiventeelt. Koffie in een dorp, Barrydale. Lunch in Montagu in een restaurant met mogelijkheid tot wijnproeverij. Er is ook een bakkerij aan verbonden. Ik neem de wine tasters plate: heerlijk geurend vers brood met kippenleverpastei, zalmpastei en een soort chutney van uienringen in rode wijn plus olijven plus peperpaprikaatjes. In geen tijden zo bijzonder en lekker geluncht. En dat voor 50 Rand. Glas merlot-wijn erbij voor 11 Rand. Hier is het leven goed.

Luxe studentenstad Stellenbosch

Verder over de ‘62’. We passeren op enige afstand het Taalmonument bij Paarl. Waarom zit dit niet in het programma van een reisorganisatie die zich zo erop laat voorstaan cultuur hoog in het vaandel te hebben, vraag ik mij af?! Er zou best even tijd voor zijn. Een fotostop bij een tunnel in een ruig berglandschap. Mooie landschappen om door te rijden. Tegen half vier komen we aan in Stellenbosch. Eerst maken we met de bus een rondrit. We zien de gebouwen van de beroemde universiteit van Stellenbosch. Hier studeren en studeerden veel beroemdheden. Praktisch alle gebouwen zijn helder wit geschilderd. Een prachtig gezicht. Samen met de eeuwenoude platanen en eiken vormen ze een uniek stadsgezicht. De eiken zijn al geplant in de zeventiende eeuw, toen gouverneur Simon van de Stel de stad stichtte. Het lijkt me allemaal behoorlijk luxe rond deze universiteit. Heel wat anders dan de Uithof waar ik afstudeerde.

Oom Samie se winkel

We stoppen en krijgen een uur om rond te kijken en te wandelen in het centrum. We bekijken natuurlijk Oom Samie se Winkel. Deze winkel dateert uit 1904 en is fraai behouden c.q. gerestaureerd. De winkel is een monument en een begrip in de stad. Hij staat volgestouwd met wat je maar kunt bedenken. Een echte Winkel van Sinkel. Potten ingemaakt fruit, gedroogde vis, rieten mandjes, kruiden, keukengerei, boeken, wijn. You name it. Ik zie ook leuke woordenboeken, maar die zijn helaas te zwaar voor de koffer. We zien op onze wandeling o.a. het 18e eeuwse VOC kruithuis, het Rhenish Parsonage uit 1815 waar nu een speelgoedmuseum is gevestigd en meer mooie gevels en gebouwen. Het lijkt me geen verkeerde omgeving om te studeren of les te geven.

In de drukke spits naar Somerset West, in de buurt waarvan ons hotel staat voor twee nachten. Een NH-hotel, Lord Charles, van de keten die we in Nederland ook kennen. Het is een groot hotel met een kamernummering die niet echt logisch is. We zitten in kamer 4006 maar wel op de begane grond. De kamer lijkt chic maar ruikt wat onfris. Sigarettenrook? Airco aan en buitendeur open, tja je doet wat. Later wennen we eraan. Het diner is prima geregeld en het voedsel is lekker.


 


 

 

Walvissen spotten in Hermanus      donderdag 7 oktober

 

De wijnproeverij die hier in Stellenbosch op het programma stond, heeft RL verschoven. Dat gaan we vanuit Kaapstad doen, meldt ze. Na een uurtje rijden zijn we om half tien in Hermanus, een stadje aan de zuidkust en aan de Walker Bay. De baai staat bekend om zijn walvissen. Elk jaar trekken de zuidkapers, de Southern Right Whale, (en andere) vanuit de Arctische gebieden naar de beschutte Walker Bay om te kalven. Van juni tot december zijn ze er maar de piek ligt in september- oktober. Nu dus. In de bus meldt RL dat de geplande boottocht naar de walvissen vanmiddag is geannuleerd wegens de harde wind. Dit lijkt de reis van de annuleringen te worden. Goed, aan het weer kan niemand iets veranderen, maar we missen zo wel een hoop leuke dingen.

Klikkende digitale sluiters

We trekken het windjack aan want de wind is inderdaad krachtig en nog vrij fris ’s morgens. Nu maar hopen dat we vanaf de wal nog wat walvissen zullen kunnen zien. Wel, dat lukt, maar echt dichtbij komen ze niet. Ik hoorde en hoor allerlei verhalen van mensen die ze echt van heel dichtbij zagen. Wij moeten spieden om ze te zien, en als er dan een vin of kop gezien wordt door de samengedromde mensen, is de opwinding groot en klikken de sluiters van alle camera’s die op de golven gericht zijn. In de hoop dat er iets op staat dat thuis digitaal nog wat te vergroten is, zodat je toch nog iets kunt laten zien wat op een walvis lijkt. Ja, een paar mooie staartvinnen heb ik wel op de plaat en ook een paar mooie spuitende koppen. Maar uit het water springen of met de kop helemaal uit het water komen, dat doen ze vandaag niet. Om van vlak onder de kust te komen maar niet te spreken. Je moet wel volhouden met je camera in de aanslag want snel reageren is geboden om een foto te krijgen. Vaak ben je net te laat om het moment dat het dier spuit te vangen. We drinken een kop koffie op een terras en lopen verder. De kust zelf is trouwens ook mooi. Walker Bay is een schilderachtige baai en langs de kust staan mooie bloemen. Er loopt een wandelpad langs de Old Harbour dat we een heel eind volgen. Met de wilde wolkenluchten boven het water zijn er wel bijzondere opnamen te maken.

Mooie staartvinnen en ruggen

Op het terras van een restaurant aan de boulevard zit een deel van onze groep te eten. Wij schuiven ook aan. De vrolijke zwarte ober wijt het wegblijven van de walvissen aan de wind. Gisteren waren ze wel vlak onder de wal, vertelt hij. Als hij hoort dat wij uit Holland komen (in het buitenland noem ik het maar vaak Holland i.p.v. het –voor ons- correctere Nederland), maakt hij zich vrolijk: Hebben jullie het WK al niet gewonnen en nu ook nog geen walvissen gezien! Hij klakt met zijn tong. Tja, het leven is niet altijd rechtvaardig. Enfin, onderweg terug naar de bus zien we nog een paar mooie staartvinnen en ruggen.

De bus gaat met een omweg terug via een prachtige route langs het water. Via Kleinmond, Betty’s Bay, en Kogelberg Nature Reserve, en Strand en Somerset-West naar het hotel. Fenomenale uitzichten met de wilde kust en een nog wildere wolkenlucht daarboven. Het levert dramatisch ogende foto’s op. Om half vier terug bij het hotel.


 

 


 

 

Kaapse schiereiland, citytour, Camps Bay, Hout Bay en de kolonie Kaapse Pelsrobben, Chapman’s Peak Drive, Simonstown met de pinguïnkolonie, Kaap De Goede Hoop, Cape Point          Vrijdag 8 oktober

Een drukke dag vandaag. We zien vandaag veel, heel veel. De tocht door de stad om aan de Atlantische kant te komen is indrukwekkend als je voor het eerst de alles overheersende Tafelberg ziet. Bij Hout Bay maken we een extra facultatieve excursie. Hulde aan de RL, want het is een mooie boottocht naar de kolonie Kaapse Pelsrobben die op een eilandje voor de kust wonen. Met een kleine catamaran varen we er naartoe. Er staan ook vandaag nog behoorlijke golven. Merkwaardig dat deze boot (een catamaran nog wel) wel vaart met deze harde wind en de boot gisteren bij de walvisbaai niet. De robben lijken sterk op de dieren die wij vroeger met onze dochter in Dierenpark Emmen gingen bekijken. Heel veel zijn het er hier. In het water en op de rotsen van het eilandje, het krioelt ervan. Ik maak heel wat foto’s.

Een van 's wereld mooiste kustwegen: Chapman's Peak Drive

Terug op de wal staande een snelle kop koffie gedronken. Ik moet de koffie meenemen in de bus. Hebben we nu ineens haast of zo? Medegroepslid G is deze week jarig en hij trakteert de groep op een rit over de Chapman’s Peak Drive. Dit is een wereldberoemde toeristische (tol)route die zich slingert langs de berg Chapman’s Peak en schitterende uitzichten biedt over het stadje Houtbay en de baai en stranden diep beneden ons. Ik zit aan de goede kant van de bus om foto’s te maken. Het is een relatief korte rit maar de panorama’s zijn wonderschoon. G, bedankt!

Koddige pinguïns

Simon’s Town ligt weer aan de Pacific- kant van het Kaapse schiereiland en is, net als Stellenbosch, genoemd naar Simon van der Stel. In Boulders, in Table Mountain Nat. Park bij Simon’s Town wandelen we naar de kolonie brilpinguïns, brilpikkewyne noemen ze de beestjes hier; wat een leuke naam. Je ruikt ze al voordat ze in zicht zijn. Er is een plankier gebouwd op palen en zo kun je de kolonie van 2300 pinguïns van heel dichtbij bekijken. Het zijn koddige beestjes; op een of andere manier hebben ze iets menselijks in hun doen. Veel foto’s gemaakt dus.

In het stadje gebruiken we de lunch in een restaurant aan de kade, bewaakt door een groot marineschip. R en ik eten een gebakken dorade. Heerlijk.

We hebben nog even tijd om wat rond te kijken. We maken een foto van het standbeeld van de hond Just Nuisance. Tijdens WO II was deze Deense dog de mascotte van de Britse mariniers die hier gelegerd waren. De hond kreeg de rang van volmatroos en na zijn dood een militaire begrafenis, bijgewoond door 200 marinemensen. Op het Jubilee Square staat een beeld van deze bijzondere hond.

Het meest zuid-westelijke punt van Afrika

Op naar het zuidelijkste punt van het continent Afrika. Het zuidelijkste stuk van het Cape Peninsula is natuurpark. Eerst rechtsaf naar Kaap Die Goeie Hoop. Dit is nog niet het zuidelijkste punt, dat is Cape Point. (of eigenlijk een punt 200 km naar het oosten, Cape Agulhas). Wel staat hier het beroemde bord waarvoor elke toerist zich wil laten fotograferen. Er staat dan ook: ‘Die mees suidwestelike punt van die vasteland van Afrika’. RL maakt een foto van R en mij voor het bord. Helaas geen groepsfoto. H maakt nog een foto van R en mij, staande op een rotspunt terwijl achter ons de twee oceanen beukend tegen de rotsen in duizenden druppels uiteenspatten. Mooi gedaan. Ik maak zelf ook nog veel foto’s van de spectaculaire branding. Er zijn een paar mooie bij. Na tien minuten (!!) weer verder naar Cape Point. We zien nog struisvogels vlak aan het water. Het lijkt of ze hun kop niet in het zand maar in het water steken. (Beide bleken trouwens sprookjes te zijn, verzekerde de kenner ons in Oudshoorn). Ook zien we nog een soort antilope.

Cape Point, het meest zuidelijke punt

R en ik gaan met de funiculaire omhoog. Dat is een treintje zoals je die in Frankrijk en Oostenrijk hebt, tegen de berg op. Terug gaan we lopen. We klimmen naar de oude vuurtoren en vergapen ons aan het punt ver beneden ons waar de Atlantische oceaan en de Pacific elkaar ontmoeten. Onder ons vliegen zwermen meeuwen en andere vogels. Vreemd om die nu van boven te zien. Er staan wegwijzers: Amsterdam 9635 km.

Onderweg naar het hotel zien we ook nog walvissen, weer uit de verte natuurlijk. Ook stoppen we om de bloeiende gele speldenkopprotea te fotograferen. In de briefing in de bus is helemaal geen sprake meer van de facultatieve excursie naar Robbeneiland. R vraagt ernaar en dan klinkt weer hetzelfde liedje: reserveren lukt haar kantoor niet. Als we om goed vijf uur in het Capetonian Hotel arriveren, zien we daar een tourdesk. R en ik zeggen: als we nou zelf het eens proberen? We vragen het pittige meisje achter de balie of ze een excursie kan regelen voor een groep mensen naar Robbeneiland. O ja hoor. Geen moeilijk gedoe van dat kan niet. We zijn verbaasd over deze positieve benadering. Ze belt meteen maar helaas is het kantoor van de ferrie naar Robbenisland nu gesloten. Morgen moet ik het maar weer proberen, zegt ze. We moeten dan het exacte aantal hebben en ze heeft mijn creditcardgegevens nodig. Juist voor groepen is nog wel eens wat mogelijk op zo korte termijn, zegt ze. We weten niet wat we horen. We hebben het erover met de andere groepsleden. Die vinden het prima als wij het zouden gaan regelen buiten RL om. Sommigen vermoeden dat ze ons helemaal niet naar Robbeneiland wil hebben omdat ze vindt dat we daar niets te zoeken hebben. Of dat zo is weten we niet. Het zou wel het toppunt zijn. Van een vriend die zelf een aantal reizen naar ZA heeft geleid, hoor ik dat die houding inderdaad wel voorkomt bij witte mensen in ZA.


 


 

 

Tafelberg, Kirstenbosch Gardens, Constantia wijngoed, wandeling naar het VOC-kasteel Van de Goede Hoop, dineren in de ronddraaiende Ritz   zaterdag 9 oktober

 

De nog beschikbare tijd telt nu heel snel af. Morgennacht vliegen we al.

Onder het ontbijt turf ik wie er allemaal definitief mee willen naar RE. Ik kom op 14 mensen. R licht ondertussen RL in omdat we het toch ook niet stiekem willen doen. Meteen zegt ze dat zij dan wel zal bellen. Ik baal ervan, maar we kunnen moeilijk zeggen: bemoei je er vanaf nu niet meer mee. In de bus vertelt ze dat het niet gelukt is. We besluiten om het vandaag toch nog weer te proberen via de tourdesk. De groep die meewil, zal dan wachten bij de balie, dan kunnen we eventueel meteen alles afspreken. R komt over een traptrede te vallen in de eetzaal. Languit. Gelukkig valt het nog mee maar ze heeft wel een paar dagen een pijnlijke arm en ribben.

De Tafelberg: sublieme vergezichten

Eerst naar de Tafelberg. De enorme berg van ca. 1000 m hoog beheerst het panorama overal in de stad en het moet fantastisch zijn om daarboven de stad en het schiereiland te kunnen bekijken. We treffen het: het is vandaag kraakhelder weer, zonnig en bijna windstil. Vanuit het raam van ons hotel zie ik ’s ochtends de berg al scherp afsteken tegen de staalblauwe lucht. De bus zet ons af bij de kabelbaan. We moeten zelf de kaartjes kopen (360 R voor twee). De draaiende gondel is een sensatie op zich. Zodra de bijna loodrechte tocht naar boven begint, gaat de ronde gondel om zijn as draaien. Hij draait de volle 360 graden tijdens de rit naar boven. Zo krijg je het hele panorama te zien. De vloer draait, maar de ramen niet en het middenstukje van de cirkel ook niet. Je kunt dus niet leunen tegen de wand. Het uitzicht is adembenemend. Boven wandelen we anderhalf uur rond op het plateau. Ook hier sublieme vergezichten. Je kunt heel ver kijken door de droge heldere lucht. Een paar jongens van Abseil Africa treffen voorbereidingen om via touwen naar beneden te gaan. Het duurt te lang om te kijken hoe ze het doen. Alleen al om te zien hoe ze zich daar op dat kleine stukje uitstekende rots bewegen geeft me klamme handen. Op hun bord staat: No experience required. Just a bit of insanity. Ik heb geen van beide en daar wou ik het maar bij laten.

Ook op de uiterste punten van de rotsen zitten op hun dooie gemak de knaagdieren die we al vaker zagen: de dassies. We maken veel foto’s. Van de uitzichten, van de struiken en planten en bloemen, van de stad beneden, en de omringende stadjes, van het stadion, van Robbeneiland. Er is veel te zien. Precies tegen tien uur zijn we weer beneden.

Stukje paradijs: Kirstenbosch Botanical Gardens

De Kirstenbosch National Botanic Garden is in 1902 door Cecil John Rhodes aan de staat nagelaten. De stichting die de tuinen in 1913 in handen kreeg, bestemde de 5,3 km2 voor inheemse planten. Overigens is het overgrote deel niet gecultiveerd maar bedekt met fynbos en bos. Fynbos is te vergelijken met de garrigue en maquis in Frankrijk. Van augustus tot november is het lente in de tuinen en laten ze spectaculaire bloementapijten zien vergelijkbaar met die in Namaqualand aan de westkust. Eerst krijgen we een uur om hier rond te kijken. Na gemor uit de groep maakt RL er anderhalf uur van. Ook dat is kort, want dit is een plek waar je gemakkelijk een hele dag door kunt brengen. En als je wat doorloopt maar je wilt wel alles zien, heb je aan anderhalf uur lang niet genoeg. Maar goed, na een snel kopje cappuccino in het restaurant gaan we op pad naar het verste punt met de vele Protea-soorten. Van daar kunnen we dan rustig teruglopen en kijken hoe we de schaarse tijd het beste kunnen verdelen.

Suikerbossies in alle soorten en maten

De Protea / suikerbossies zijn nu op hun mooist hier. In alle stadia van knop tot bloem zijn ze een feest voor het oog. Zoveel soorten zijn ervan. Er zijn prachtige foto’s te maken omdat je vaak de donkergroene berghellingen als achtergrond kunt nemen. Het is warm en zonnig met een verfrissend windje. Heerlijk wandelweer. We komen dan ook al snel aan de tijd. Wat een lusthof, wat een paradijsje. De ZA mevrouw die ik in het vliegtuig naar Nederland sprak en die vlakbij de tuinen woont, mag zich ondanks haar bedenkingen betreffende haar land toch een bevoorrecht iemand noemen, vind ik. Als je hier toch je dagelijkse wandeling kunt maken! Als we weggaan, zien we ook groepen jongeren en gezinnen met kinderen met picknickspullen zich installeren op de grasvelden. Dat kan ook allemaal hier. Schitterend, in een woord.

Straffe Shiraz

Maar wij moeten weer verder, naar de uitgestelde wijnproeverij. Die gaan we meemaken op het Constantia landgoed. Een grote naam in wijnland. Ook dit landgoed is gesticht door de alom ‘aanwezige’ Simon van der Stel in 1684. Wij krijgen niets van het huis en de wijngaarden te zien, ons bezoek blijft beperkt tot de wijnproeverij. Op zich prima, maar het huis van Groot Constantia is wel fotogeniek als ik het zie op plaatjes. We nemen plaats aan tafels en genieten eerst van een smakelijke witte, vervolgens van een matige rosé (ik ben ook niet zo’n liefhebber meer van rosé), een straffe Shiraz, die niemand lekker vindt behalve ik geloof ik, en een volle ronde en gemakkelijk drinkbare combinatie van 4 druivensoorten uit 2006. De laatste is de duurste. Van de Shiraz en van de laatste zou ik wel een paar flesjes hebben willen meenemen als we met de caravan waren. Nu kan dat uiteraard niet; bovendien kun je alle ZA wijnen tegenwoordig in Nederland kopen. Het glas mag je wel kopen maar daar zien wij van af. We zien de scherven al uit de koffer komen.

Buiten maken we twee groepsfoto’s op mijn camera. Een medewerker van de zaak wil de foto’s wel nemen. Een voor de deur en een in de zon voor het grote wijnvat. Ze zijn goed geworden en intussen verspreid via Picasa.

Robbeneiland reservering in vijf minuten rond

Intussen is het half twee geworden en gaan we terug naar het Capetonian hotel. Daar staat gelukkig weer onze bekende baliemedewerkster die ons al herkent. Ze pakt de telefoon, belt met de desk van Robbeneiland. Ze steekt al snel haar duim op. Voor morgenvroeg negen uur kan ik op mijn creditkaart reserveren voor 15 personen. Dat doen we dus. De groep staat achter ons te wachten en is blij dat het toch nog gelukt is. RL staat ook achter mij en zij is niet blij, om maar eens een understatement te gebruiken. Zij verklaart er niets van te begrijpen. Ik zeg dat ik het de hele reis al niet begrijp dat zij geen reisje kan organiseren, maar dat het resultaat telt. Het vriendelijke meisje achter de balie legt uit. ‘Touroperators’, zegt ze, ‘blokkeren voor hun klanten een bepaald aantal kaartjes. Uiteindelijk gaat niet iedereen mee en die kaartjes komen weer op de markt en die heeft meneer net gekocht.’ Waarmee eens te meer is aangetoond dat reserveren dus wél had gekund. Wij zijn wel blij met deze afloop; we hebben dus terecht de hele reis volgehouden dat we niet geloofden in de onmogelijkheid om te reserveren waarover RL het steeds had. Ik regel meteen ook twee gratis shuttlebusjes van het hotel die ons veertienen naar het V&A Waterfront zal brengen. Vertrek om acht uur. Ik krijg van de baliemedewerkster een kaartje met een referentienummer waaronder de boeking is gedaan en de naam van degene die de boeking maakte. Hoe moeilijk kan het zijn?! denkt iedereen. R en ik worden zo ongeveer tot alternatieve reisleiders gebombardeerd. Onzin, maar het is wel leuk dat de groep onze activiteit waardeert.

Wandelen door Cape Town

We gaan even naar onze kamer, even opfrissen. En dan de stad in. Vlak bij het hotel is een keurige snackbar waar we net voor sluitingstijd (drie uur) een lekkere tuna-sandwich eten. Het zwarte personeel is erg aardig en belangstellend. Waar komen we vandaan, wat gaan we doen. Via via lopen we naar het station. We worden even de weg gewezen door een parkeerwachter die heel vriendelijk is en zelfs wel wil meelopen naar het kasteel. We snappen zijn bedoeling en bedanken vriendelijk en geven hem een paar Rand voor de moeite. We hebben een plattegrondje bij ons en vinden zelf de weg ook wel. We moeten over het station heen, langs het busstation waar je geen witte mens ziet. Het krioelt er van de taxibusjes, dé manier waarop veel zwarten zich in dit land verplaatsen. Sommigen zullen dit een uiterst gevaarlijke omgeving vinden, maar niemand neemt enige notitie van ons. Ik houd mijn cameratas wel vast voor de zekerheid. We moeten wat omlopen omdat er een stuk plein opgebroken is.

Nergens een witte te bekennen

We komen langs een lange rij containerwinkels. Veel kappers die het heel druk hebben op deze zaterdagmiddag en veel fastfood tentjes. Allemaal gevestigd in een soort metalen container. Allemaal exact gelijk. Het ziet er netjes uit. Nergens een witte mens te bekennen, behalve wij. Maar ook hier: geen enkel probleem. Dan zijn we ook al vrij snel bij ons doel: het kasteel van oorspronkelijk Jan van Riebeeck en de VOC. Dat monogram met de grote V en de O links- en de C rechtsboven, zie je op veel plaatsen opduiken. Iziko, Kasteel van de Goede Hoop, heet het complex. We hebben nog tijd om het museum te bekijken; dat sluit om vier uur. Jammer dat je er geen foto’s mocht maken. Er is een zaal met een lange tafel met 50 stoelen waaraan ontvangsten werden gehouden. We dwalen rond over het redelijk uitgestrekte terrein. In een vleugel zijn kunstenaars zich gaan vestigen. Ik zie er heel aardige portrettekeningen van ‘Madiba’ Nelson Mandela. Ik zou er graag een gekocht hebben maar van dat kraampje is nou net de eigenaresse niet aanwezig. De buurman kan er me geen verkopen. Jammer. Ook hier in het fort lijkt de Tafelberg heel dichtbij.

We lopen weer via het station en een winkelcentrum terug naar het hotel, waar we alvast de koffers klaar maken, want die moeten morgenvroeg klaar zijn voor de vlucht terug naar Nederland.

Roterend dineren op hoog niveau in de Ritz

’s Avonds gaan we voor het afscheidsdiner met de bus naar het Ritz-hotel in een andere wijk. Dat hotel heeft een roterend restaurant op de bovenste verdieping. Van daaruit heb je een mooi uitzicht over de stad en de waterkant, waar nu alle lichtjes aangaan. In twee uur ben je net een keer helemaal rondgedraaid. RL en de chauffeur komen bij ons aan tafel te zitten. RL kan er nog niet over uit dat wij binnen vijf minuten een Robbeneiland-excursie regelden en probeert mij ervan te overtuigen dat ze echt haar best heeft gedaan. Ik weet niet wat ik moet geloven; voor mij telt het resultaat. Ik merk op dat ze maar eens een stevig gesprek met haar bureau moet hebben. Dat functioneert kennelijk niet.

Het eten is prima. Vooraf rösti van mie met gerookte zalm, als hoofdgerecht heb ik een mals stukje springbok met een pittige pepersaus en chocolade crème brulé na. De chauffeur vertelt van de Namibië-reis die hij uit ervaring kent. Met Djoser, die is goed, zegt hij. Vier sterren reis. Misschien iets om te onthouden want Namibië trekt ons wel. Wat het afscheid betreft: De RL en de chauffeur is in de bus al een envelop aangeboden. Met een  toespraakje van twee zinnen. Vanavond wordt er ook door niemand iets gezegd of geëvalueerd. Beetje kaal. De afscheidsavonden in Vietnam en China hadden meer klasse.

Bittersweet Suikerbossies

Ik bedenk vanavond de titel voor mijn reisverhaal. ‘Suikerbossies’ omdat het zulke bijzondere bloemen zijn en zo typerend voor dit land. ‘Bittersweet’ omdat het een heel mooie reis was maar met toch wel meer tegenvallers dan me lief is. Bitter en sweet staat ook voor dit land dat enerzijds van een grote schoonheid is, en anderzijds een bittere geschiedenis heeft en ook het heden is voor veel mensen heb ik de indruk bitterzoet of zelfs alleen maar bitter. En niet bitterzoet in het Nederlands, maar in het Engels 'bittersweet', omdat dit de taal is die men hier spreekt: in één zin Afrikaans en Engels door elkaar.


 


 

 

Robbeneiland: wel of niet, Victoria and Albert Waterfront, Two Oceans Aquarium en terug naar Nederland             zondag 10 oktober

 

R is niet lekker. Overgeven. Hoofdpijn. Het wordt een echte migraineaanval. Normaal werken de pilletjes die ze ervoor heeft, eigenlijk altijd, maar nu zet de aanval door. Uitgerekend nu we vanavond naar huis moeten. Het komt altijd slecht uit, maar nu is het wel heel vervelend voor haar. Ze gaat wel mee vanmorgen.

Op de drempel van Robbeneiland teruggeblazen

Om acht uur staan er twee shuttlebusjes voor ons klaar. Keurig geregeld. Ik bedank onze baliemedewerkster met een tip, en na een kort ritje zijn we er al. We gaan naar binnen bij het kantoor van de Robbeneilandferrie. Ik had me een kiosk aan het water voorgesteld maar dit is professioneel. Een fraai gebouw met boven zelfs een expositie over het voetbalteam op het gevangeneneiland. Ik meld me bij de balie met mijn referentienummer. Ik krijg 14 tickets en een receipt dat het bedrag van 14 keer 200 Rand van mijn creditkaart is afgeschreven. Gisteren al trouwens. Ik deel de tickets uit en ga boven kijken bij de expositie. Als ik nog even naar het toilet ga, wordt er plotseling omgeroepen dat wegens de harde wind (weatherconditions) alle afvaarten van vandaag zijn geannuleerd. Daar staan we dan met onze zo moeizaam veroverde tickets. Ik kan het bijna niet geloven dat, terwijl we nu zo dicht bij zijn, deze excursie ons toch niet gegund blijkt. Groepsleden zeggen opmonterend dat we nu toch echt alles geprobeerd hebben. Dat is zo, maar ik vind het wel een bittere pil. Ik heb zoveel over dat eiland gelezen in de autobiografie van Mandela, dat ik het heel graag zelf zou hebben bezocht en ervaren. Het is overdreven om te stellen dat ik naar dit land ging om Robbeneiland te bezoeken, maar ik ervaar het niet bezoeken van zowel Soweto als Robbeneiland als een niet te herstellen gemiste kans. Dat heb ik de reisorganisatie ook laten weten. Nu moeten we het doen met de foto’s van het eiland die we vanaf de Tafelberg hebben gemaakt. Het zij zo.

Geld terug

Ik moet nu mijn geld terug zien te krijgen. Ik meld me met mijn receipt aan de balie waar natuurlijk meer mensen om een refund staan. De vriendelijke baliemedewerkster moet toch echt alle veertien kaartjes ook terug hebben. Voordat ik dIe terugkrijg van iedereen maakt R een foto van ons allemaal met ons kaartje triomfantelijk in de hand. Het geld wordt vandaag teruggestort. Er blijkt later thuis wel 14 euro koersverschil (op de 2800 Rand) in die ene dag te zitten. Nou ja, dat is een euro per persoon. Daar zal ik niemand om lastig vallen.

Aquarium van twee oceanen

Achteraf voor R is het wel goed dat de excursie niet doorging want zo ziek op de boot… Nu staan we hier op een nog bijna verlaten Waterfront om half negen ’s ochtends. We lopen een eindje en besluiten dan naar het Two Oceans Aquarium te gaan. Dat moet heel mooi zijn. R blijft er vooral in de buurt van de toiletten. Ik maak veel foto’s van de kleurige en soms absurd gevormde vissen. Er zijn ook hele grote vissen en haaien. Ik drink koffie in het restaurant en eet tussen de middag een sandwich. J en M zijn er ook en ik schuif bij hen aan. R wordt niets beter en we besluiten terug te gaan naar het hotel. Dat is niet eens ver lopen. Daar vertellen we RL wat er aan de hand is en bij de receptie wordt geregeld dat we voor de middag een kamer krijgen waar R kan liggen. Het is een suite met vier bedden op de tiende verdieping. Ik dommel wat in een stoel en R gaat plat. Tegen vijven ga ik vragen of ze al mee moet naar het restaurant of dat ze later opgepikt kan worden. Helaas moet R mee. Ik bedank het hotel voor de kamer, ze willen er niets voor hebben. De service van Capetonian Hotel aan de Heerengracht (!) in Cape Town mag daarom (en om de hulp voor de excursie) hier best even geprezen worden. Bravo.

Megadiner

Het diner wordt ons aangeboden door Megacoach, de busmaatschappij. Voor de ellende met de airco. Ik eet een chateaubriand, een runderbiefstuk van twee ons uit de ossenhaas. Hij is uitmuntend, het vlees ‘smelt’ op je tong. Wat zonde dat R apart aan een tafeltje zit en niet mee kan doen. Ze heeft zelfs aan de geur van eten al te veel. Dan in de bus naar het vliegveld. Dat is ook maar een kort ritje. Inchecken moet met een selfserviceautomaat. Een zwarte mevrouw helpt ons en dan gaat het heel vlot. Ik reserveer voor R een buitenstoel zodat ze niet steeds voor anderen langs hoeft, in de buurt van de toiletten. In de vertrekhal moeten we nog uren wachten. Buiten plenst het en is het koud! Kaapstad in de lente. Het lijkt wel herfst in Nederland. Ik haal eens een cappuccino en een kopje thee voor R maar dat blijft er niet in. Wat een ellende. Eindelijk wordt het kwart over elf ’s avonds en kunnen we boarden. R heeft het geluk dat het vliegtuig niet helemaal vol zit en dat ze via de stewardess een drietal stoelen naast elkaar mag gebruiken, dus die gaat plat. Ik maak een praatje met de mevrouw uit Kaapstad, waarmee ik mijn inleiding en mijn verhaal begon. En dan gaan we proberen wat te slapen.

Vlotte terugreis

Tegen de ochtend merkt de captain op dat het weer in Nederland beter is dan gisteren in Cape Town. R is ietsje opgeknapt vergeleken bij gisteren. Op Schiphol zijn de koffers er allemaal gelukkig en we nemen van iedereen afscheid. T zal de e-mailadressen van iedereen uittikken en toesturen. Intussen zijn er al wat foto’s uitgewisseld. We nemen de tijd om in het Schipholgebouw een cappuccino te drinken en een broodje te eten. R voelt zich langzamerhand wat beter; de koffie en het eten blijft er nu gelukkig ook in. Gelukkig hebben we mooi de ruimte in de trein waarmee we in een keer door kunnen naar Hoogeveen. De Regiotaxi is ook mooi op tijd en zo hebben we een vlotte terugreis.

Het was een bijzondere reis, om meer dan een reden. We hebben heel veel gezien, te veel ook niet. Maar de totaalindruk is toch die van een zeer interessante reis, veel uitbundige natuur, aardige mensen. Ik begrijp waarom mensen die er geweest zijn, nog wel eens terug willen. Ik zou vooral nog wel eens een weekje naar Kaapstad willen, een weekje Drakensbergen en het hele Krugerpark door trekken. En natuurlijk Robbeneiland en Soweto zien en ervaren…

 

Hoogtepunten in willekeurige volgorde:

(die met een * vond ik in het bijzonder de moeite waard)

Krugerpark game drive *

Blyde River Canyon*

Hluhluwe Imfolozi Game Reserve* in KwaZulu Natal en Park Greater St. Lucia Wetlands

Drakensbergen *

Sani-pass en Lesotho  *

Inkwenkwezi Private Game Reserve *

Tsitsikamma National Park en Stormsrivier

Stellenbosch
Hermanus walvis spotten

Kaapstad*, met o.a. Tafelberg * , Cape Peninsula (Kaapse schiereiland), met o.a.Kaap de Goede Hoop; Cape Point; Simon’s Town penguins; boottocht pelsrobben

Kirstenbosch Botanical Gardens Cape Town *

De Zulu- en Swazi-shows

 

Dieptepunten:

Soweto, want helaas niet bezocht

Robbeneiland, want helaas niet bezocht

 

Tegenvallers:

Addo Elephant Park, zonder olifanten,

Niet doorgaan van de boottocht voor walvis spotten door de harde wind

Swazimarkt  ( is geen markt maar een toeristenval)

Pilgrim's Rest, 't mooiste niet gezien

 

 

 

 

Pesse, 8 november 2010, aangevuld 22 december 2010


Als u wilt reageren op dit reisverhaal, bent u van harte welkom. U kunt uw reactie kwijt op mijn Gastenboek en/ of via de link "Contact met de auteur".

 

Ik stel uw reactie zeer op prijs!


 

BEKIJK VOORAL OOK MIJN TWEE FOTOBOEKEN OVER ZUID-AFRIKA !

520 GROOT FORMAAT FOTO'S - ZONDER RECLAME, ZONDER HINDERLIJK KLIKKEN OP ALLERLEI THUMBNAILS,  ALLEEN MAAR SCROLLEN MET DE MUIS DUS SNEL TE BEKIJKEN


 

 

Lees vooral ook de recensies van de aanbevolen boeken hieronder

en lees vooral ook de boeken zelf. Zuid-Afrika gaat daardoor meer voor u leven!

 

 

  


 

 

Aanbevolen literatuur over Zuid-Afrika

verdeeld in fictie/ non-fictie en reisgidsen

 

Boeken koop je bij De grootste eBookwinkel van Nederland           

 

Kijk ook hier: Bijzondere Boeken koop je bij DeSlegte.com

 

I Fictie en non-fictie

Bram Vermeulen: Help, ik ben blank geworden. Bekentenissen van een Afrika-correspondent. Prometheus/NRC Handelsblad, Amsterdam, Rotterdam, 2009

In dit boek gaat het om het achterhalen van het hoe en waarom rond een massamoord, gepleegd door een blanke jongeman op een aantal inwoners van de zwarte wijk Skierlik van het stadje Swartruggens. De achttienjarig boerenzoon Johann Nel, kind van het Zuid-Afrika na de Apartheid, loopt op een maandagochtend een krottenwijk binnen en opent zonder een woord te zeggen het vuur op de zwarte bewoners. Er vallen vier doden, onder wie een moeder, haar baby en een kind van tien jaar oud.
Op zoek naar het waarom van de moord probeert Bram Vermeulen achterliggende vragen te beantwoorden over de plaats en de rol van de blanken in het zuiden van Afrika begin 21e eeuw. De blanken vormen een minderheid, ook qua macht, zeker nu in het Zuid-Afrika van na de Apartheid. Hoe slagen ze erin hun leven in de nieuwe maatschappij vorm te geven, waarvandaan komen hun angst en onzekerheid en is die gerechtvaardigd, welke onuitroeibare misverstanden liggen er ten grondslag aan hun moeizame integratie? De schrijver arriveert als tamelijk naïeve jonge correspondent en wil graag integreren, maar ook hij loopt op tegen de stereotypieën verbonden met huidskleur, -nog steeds. Zijn kernvraag is: “Waarom is integreren zo moeilijk?” En hij constateert op de laatste bladzijden na zeven jaar correspondentschap “dat echt opgaan in een andere cultuur, assimileren, integreren of wat voor naam politici er ook aan geven, onmogelijk is.” (p.237).

Al lezend komt de lezer veel te weten over de huidige, vaak gewelddadige Zuid-Afrikaanse maatschappij. Interessant is ook hoofdstuk 5: “Een korte geschiedenis van Zuid-Afrika’s woede”. Daarin schetst Vermeulen de geschiedenis van bloedvergieten sinds de komst van Jan van Riebeeck naar de Kaap. Het geeft een mooi overzicht van de geschiedenis van Zuid-Afrika. Een rode draad is toch wel dat de zwarte bevolking bijna altijd aan het kortste eind trekt. Het is geen opwekkend verhaal. Zoals het hele boek niet echt motiveert tot een zorgeloze vakantie in dit land. Hoewel: Vermeulen laat niet na te vermelden dat hij nergens ter wereld zich ook zo welkom voelt als in dit land. Maar naast het geweld is er eigenlijk ook nog steeds de apartheid. Het mag niet meer zo heten maar racisme is geen uitzondering en soms zit het in kleine dingen die veelzeggend zijn. Zo wordt hij op bezoek bij iemand wel voorgesteld aan de blanke aanwezigen maar niet aan het zwarte personeel. Dat wordt aangeduid met ‘Boy’, niet als naam maar als soortnaam.

Vermeulen schetst ons de dilemma’s. Hij gaat op bezoek bij blanke boeren die tussen hoge omheiningen leven, tot de tanden gewapend, en nog niet veilig zijn. Hij citeert zwarte politici die vinden dat de boeren hier ook maar onteigend moeten worden, zonder te letten op het schrikwekkende voorbeeld van Zimbabwe. In dat land speelt ook een hoofdstuk. Vermeulen schetst de mechanismen waardoor het in Zimbabwe voor een kleine groep profijtelijk is om de status quo vooral zo te laten. Zelf maakt hij ook kennis met het dagelijkse straatgeweld in Johannesburg. Hij wil zo graag integreren maar merkt dat dat niet gemakkelijk is. Ook bij zichzelf herkent hij de twijfels. En moet hij soms concluderen: Help, ik ben blank geworden…

Opmerkelijk is dat Vermeulen nogal eens citeert uit A. den Doolaard’s Leven van een Landloper. Ook het motto voor zijn boek is van Den Doolaard. Ik neem twee van die citaten hier over omdat ze gaan over het reizen, reizen zoals ik me dat voorstel te doen.
De reiziger kan een ander volk niet veranderen: hij kan enkel aanvaarden zoals het is. En de enige mogelijkheid tot volkenverbroedering moet beginnen met de aanvaarding van het anderszijn. De ware vrede kan niet groeien uit begrip, maar enkel vanuit de moeilijkste van alle deugden: de verdraagzaamheid.’
‘De geschiedenis der volken lijkt één lang loflied op haat en doodslag. Maar de geschiedenis wordt ook door mensen gemaakt; en een van hen is de reiziger, die de vrede zal vinden wanneer hij die met zich meedraagt. Hij die reist, niet met de schamperheid van de geldverteerder en betweter, maar met de nederigheid van een pelgrim, zal nooit onder vreemden zijn, want alle zwerftochten zullen hem voeren door verschillende streken van hetzelfde vaderland: de aarde.’ (1958).

Dolf de Vries: Zuid-Afrika in een rugzak. Houten, 2004

Op de van hem bekende manier geeft De Vries een uitvoerig verslag (378 p.!)over een tocht per camper door Zuid-Afrika. Niks rugzak dus deze keer. De Vries schrijft breedvoerig, in een omslachtige stijl. Er zijn talloze persoonlijke ontmoetingen beschreven, waaraan de toekomstige bezoeker van dit land niet zo veel heeft. Het boek is grofweg ingedeeld in hoofdstukken die een provincie of streek beschrijven. Omdat er een onderverdeling ontbreekt evenals tussenkopjes en een aanduiding van bezochte plaatsen, is het bijna ondoenlijk om het stuk op te zoeken dat gaat over bijvoorbeeld de wetlands van St. Lucia. Een register had uitkomst kunnen bieden. Er is wel een kaart met de route en plaatsnamen maar daarop ontbreken de provincienamen weer. Praktisch is het boek dus niet erg bruikbaar. Waarom zou je dit boek dan moeten lezen als voorbereiding op een bezoek aan Zuid-Afrika? Wel, het geeft wel veel achtergrondinformatie en je krijgt een goed beeld van hoe De Vries de reis beleefde. Om het boek achter elkaar uit te lezen als leesboek is het echter te weinig spannend geschreven en veel te wijdlopig. Voor mij kwam het erop neer dat ik bladerend hier en daar een stuk las over een streek die ik ga bezoeken, maar door bovenvermelde gebreken heb je dan kans dat je juist een stuk mist dat misschien wèl interessant geweest was. Met enerzijds meer beperking en anderzijds meer structuur had dit een interessanter boek kunnen worden dan het nu is.

J.M Coetzee: In ongenade, Roman, Amsterdam 2007; Oorspr.: Disgrace, 1999

 
Voor een bruikbare samenvatting en technische analyse van dit boek verwijs ik naar http://www.scholieren.com/boekverslagen/15313.

 
Elders op deze site staat een uitgebreid opstel van mijn hand over dit boek . Hier alvast enkele opmerkingen. Het is namelijk een boek dat de geïnteresseerde reiziger naar Zuid-Afrika zou moeten lezen als voorbereiding of achteraf om meer begrip te krijgen voor het bezochte land. Romans als deze en ook het hierna besproken Nasleep van Carel van der Merwe bereiden je, zo is mijn ervaring, beter voor op wat je in een land te zien en te ervaren krijgt tijdens een rondreis dan het doorploegen van reisgidsen, hoe nuttig op zich ook.

Ogenschijnlijk is In Ongenade een eenvoudig verhaal, keurig chronologisch verteld, geen moeilijke taal. Een leesboek dus. En nog boeiend ook. Maar wel een boek dat veel vragen, kwesties en dilemma’s aan de orde stelt voor wie die erin wil zien. Kwesties die het land Zuid-Afrika aangaan, maar ook algemeen menselijke zaken.
Simpel gesteld gaat het boek over een schandaaltje aan een universiteit, een overval met verkrachting en grof geweld op een boerderij op het platteland van Zuid-Afrika en vooral over het loslaten van zijn dochter door de vader. Dat alles tegen de achtergrond van een nieuwe natie, die na het afschaffen van de Apartheid en na de Waarheid- en Verzoeningscommissie zichzelf opnieuw moet uitvinden en definiëren.

De lezer krijgt geen vriendelijk beeld van de nieuwe regenboognatie. Het boek is hier en daar nogal cynisch over het nieuwe Zuid-Afrika, bij voorbeeld over het geweld. Als Lurie en zijn dochter net overvallen zijn op de boerderij houdt Lurie zichzelf voor: “Het gebeurt elke dag, elk uur, elke minuut, zegt hij bij zichzelf, in alle delen van het land. Prijs jezelf gelukkig dat je er levend vanaf bent gekomen. Prijs jezelf gelukkig dat je niet in de vluchtende auto gevangen zit, of onder in een ravijn ligt met een kogel door je hoofd.”
Lurie overweegt wat er zou moeten gebeuren om nog redelijk veilig op de boerderij te kunnen wonen. “Ze zouden tralies, beveiligde toegangen, een terreinafzetting moeten aanbrengen zoals Ettinger heeft gedaan. Ze zouden de boerderij in een vesting moeten veranderen. Lucy zou een pistool en een zendontvangapparaat moeten kopen en schietlessen moeten nemen.” Weemoed en wanhoop klinken door: “Ze zit hier omdat ze van het land en van de ouderwetse, ländliche manier van leven houdt. Als dat leven ten dode is opgeschreven, waar kan ze dan nog van houden?”

Het Zuid-Afrika waar dit boek zich afspeelt, is een mooi land maar je voelt als lezer op de achtergrond een altijd aanwezige dreiging sluimeren. Het is een land waar niets meer is zoals vroeger, waar ieder zijn eigen rol moet herdefiniëren. Dat geldt zeker voor de blanke bevolking die zijn privileges kwijt is, die via ‘regstellende aksies’ ( je zou kunnen zeggen: compenserende maatregelen) zelfs nadrukkelijk op de tweede plaats komt, maar ook voor de zwarten die aan hun vrijheid moeten wennen en die teleurgesteld zijn in de overheid, die zoveel beloofde maar moet erkennen dat de werkelijkheid taai en weerbarstig is en weinig maakbaar. Zijn dochter die een plaas, een boerderij heeft, is zich sterk bewust van de nieuwe verhoudingen en zij is bereid zich te schikken in de nieuwe rol die de blanken hebben te spelen. Niet meer de eigenaar die alles voor het zeggen heeft en de zwarten alleen als goedkope arbeidskrachten ziet. Nee, zij accepteert dat de zwarte Petrus mede-eigenaar wordt van haar boerderij en zelfs dat ze uiteindelijk met hem ‘moet’ trouwen –als zijn derde vrouw nota bene!- om haar veiligheid te garanderen. Haar vader kan niet bevatten dat ze deze beslissing kan nemen. Deze kwestie zorgt voor een diepgaand verschil van mening tussen vader en dochter. Op het eind lijkt de vader zich toch enigszins neer te leggen bij de kennelijk onvermijdelijke loop van het leven van zijn dochter en hem. Langzaam verzoent hij zich weer met het leven, met zijn lot en vooral: met het lot dat Lucy voor zichzelf heeft gekozen.

J.M. Coetzee: Schemerlanden. Amsterdam 2003

Dit boek is het debuut van Coetzee, uit 1974. Het telt twee lange verhalen, novellen. Ze  hebben beide de kolonisatie als thema. Voor de voorbereiding op een bezoek aan Zuid-Afrika is het tweede verhaal het meest passend. Dat verhaal, "Het Relaas van Jacobus Coetzee",  vond ik ook het boeiendst. Coetzee schrijft zeer indringend, niets ontziend bijna. Je blijft lezen tot het verhaal uit is.

Het verhaal is de integrale tekst van Jacobus Coetzees verslag van een tocht als olifantenjager door de binnenlanden. Dat verhaal vertelde hij in 1760 aan de Politieke Raad van het Kasteel de Goede Hoop in Kaapstad.  Dat verhaal verscheen voor het eerst in 1951 in een door de vader van J.M. Coetzee bezorgde editie, met een inleiding. 
Het verhaal beschrijft de tocht gedetailleerd. Vooral de relatie van de blanken met de Hottentotten en Bosjesmannen is een leidend thema. De eerste reis wordt het meest uitgebreid beschreven. De groep van Coetzee wordt overvallen door wilde Hottentotten (Jacobus Coetzee heeft "beschaafde" Hottentotten bij zich als hulp.) Jacobus Coetzee wordt ziek en wordt door de zwarten eigenlijk gevangen gehouden. Na een feest besluit hij -inmiddels weer wat opgeknapt- te vertrekken. Tot zijn verrassing besluiten zijn knechts te blijven, behalve de trouwe Klawer. Coetzee beschouwt het besluit van zijn knechten als een soort muiterij. De beide mannen krijgen van de dorpelingen nauwelijks middelen mee voor hun terugtocht. Zelfs Coetzees bezittingen weigeren ze terug te geven. Het wordt een barre tocht voor Jacobus en Klawer, die voor de laatste noodlottig wordt. Jacobus weet uiteindelijk zijn boerderij te bereiken. De tweede tocht wordt korter beschreven. In 1761-1762 gaat Jacobus mee met een militaire expeditie naar Groot Namaland om de afvallige knechts, 'deserteurs' worden ze genoemd, een lesje te leren. Dat lesje wordt de gruwelijke dood van de vier en het einde van het dorp. Dat wordt tot de grond platgebrand.  
Het relaas biedt een onthutsend inkijkje in de denk- en leefwereld van de vroege kolonisators. (NB. In het verhaal wordt gesproken over 'Hottentotten'. Tegenwoordig is dat een politiek incorrect woord. Khoi is nu de standaard.)

Luc Panhuysen: Een Nederlander in de wildernis. De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon (1743-1795) in Zuid-Afrika. Amsterdam, (Rijksmuseum) 2010.

De bekende historicus Luc Panhuysen beschrijft in dit boek de biografie van de Schotse Nederlander Gordon. Gordon was een nu onbekende ontdekkingsreiziger die in de 18e eeuw de nog vrijwel onontdekte (onontdekt vanuit Europese blik gezien althans...) binnenlanden van Zuid-Afrika in trok. Hij had destijds een internationale reputatie. Als VOC-officier maakte hij diverse expedities mee en op die reizen beschreef hij vanuit een bijna wetenschappelijke nieuwsgierigheid alle merkwaardige verschijnselen die hij onderweg zag. Hij beperkte zich daarbij niet tot één discipline maar was zowel meteoroloog als botanicus, zowel zoöloog als cartograaf en volkenkundige. Hij was -zeker voor die tijd- zeer kritisch. Zo vond hij de in de wildernis wonende boeren maar afschuwelijk: "Dese onse boeren zijn slechte menschen zonder enige deugt of menschlievendheid, en denken dat dese (wilden) doodt te schieten niets is." Zo is meteen de link naar het hiervoor besproken boek gelegd. Gordon weet zich geliefd en gerespecteerd te maken bij de "wilden", de "Bosjesmans". De kaarten met veel illustraties die Gordon samen met een meereizende kunstenaar maakte, maken nu deel uit van de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam. Een aantal illustraties en kaartdelen is in dit boek opgenomen.  Het boek leest als een boeiende roman en geeft daarnaast veel informatie over de geschiedenis van Zuid-Afrika.

Dan Sleigh: Stemmen uit zee, Amsterdam 2005

Een indrukwekkend boek, niet alleen omdat het een dikke pil van 666 pagina’s is, maar ook omdat de inhoud bijzonder boeit. Het boek vertelt het verhaal van zeven verschillende Kaapse VOC-pioniers die allen te maken krijgen met een en dezelfde vrouw, die afkomstig is van de Khoi-stam en al op jonge leeftijd vriendschap sluit met de blanken. Die keuze –of is het een speling van het lot?- bekomt haar niet altijd even goed. Ze fungeert als tolk en is kindermeisje bij de familie Van Riebeeck. Ze krijgt de koosnaam Eva. Maar al snel merkt ze dat ze niet meer bij haar stamvolk hoort, maar door de blanken nooit volledig geaccepteerd wordt. Ze wordt een vrouw tussen twee culturen en dat drama wordt met veel gevoel voor tekenende details beschreven door Sleigh.
Alle zeven mannen hebben echt bestaan en leven totaal verschillende levens die tot in detail beschreven worden, maar de rode draad in het boek is de Khoi-vrouw Eva. Het is een kosmopolitisch boek. Voor een deel speelt het ook in Europa en ook die episodes worden met verve beschreven. Enerzijds is het verhaal met veel gevoel voor detail geschreven maar anderzijds houdt het er de vaart wel in. Tussen de persoonlijke geschiedenis door leert de lezer veel over de toenmalige tijd en manier van leven. De personen zijn heel levensecht beschreven; het is alsof je ze voor je ziet. Dat komt doordat bij voorbeeld een figuur als Jan van Riebeeck sprekend wordt opgevoerd.
Dan Sleigh is historicus, gespecialiseerd in de Nederlandse koloniale geschiedenis en hij werkte op het Kaapse archief in Zuid-Afrika.

Carel van der Merwe: Nasleep, Amsterdam 2010

In 1995 werd in Zuid-Afrika de WVC, de Waarheids- en Verzoeningscommissie in het leven geroepen. Men dacht dat, net als mutatis mutandis in het huidige Ruanda, het gerechtelijk vervolgen van apartheidsmisdadigers niet zou slagen en alleen de verdeeldheid zou aanjagen. Vandaar de instelling van deze commissie. Bij deze commissie konden mensen die iets op hun kerfstok hadden uit de apartheidstijd amnestie vragen. Er werd verwacht dat ze volledige openheid zouden geven, schuld zouden bekennen en spijt betuigen. De commissie kreeg in Nederland vooral bekendheid door het voorzitterschap van de kleurrijke en flamboyante bisschop Desmond Tutu.
Paul du Toit, de hoofdpersoon van Van der Merwes debuutroman Nasleep moet voor deze commissie verschijnen. Hij wordt ervan verdacht tijdens zijn dienst in het leger van het blanke minderheidsbewind betrokken te zijn bij een bomaanslag op vreedzame tegenstanders van het regime. Bij die aanslag zijn twee doden gevallen, waarvan één een oude schoolvriend van Paul was. Aan het einde van het boek brengt de advocaat van de slachtoffers naar voren dat deze Andre ook de minnaar was van Pauls vrouw Louise. De advocaat suggereert dat er ‘dus’ sprake is geweest van een persoonlijke wraakoefening.

Als Paul na het verhoor thuiskomt, is zijn vrouw verdwenen. Paul krijgt ontslag bij het effectenkantoor waar hij werkte. Binnen korte tijd is zijn hele leven ontwricht. Hij volgt het spoor van Louise. Hij is erachter gekomen dat ze niet vertrokken is naar aanleiding van datgene wat uit het verhoor naar voren is gekomen, nee, al een week voor het verhoor blijkt ze ontslag genomen te hebben. Het spoor van Louise leidt naar Londen. Paul vindt er een tijdelijk baantje als beveiliger. Als zodanig maakt hij kennis met Monica, een Tsjechische au pair. Zij wordt belaagd door een paar mannen en hij redt haar. Hij krijgt een voorzichtige relatie met haar, maar ontdekt ook het adres van Louise. Ook zij heeft intussen een relatie, met een Engelsman. Ze wil niets meer van hem weten en wil alleen dat hij de echtscheidingspapieren snel tekent. Als de vader van Paul overlijdt, gaat hij terug naar de Kaapprovincie. Daar blijkt dat de boerderij, de plaas, in zijn bestaan bedreigd wordt door landeisen, die de oorspronkelijke bewoners onder het nieuwe regime mogen stellen, ook al valt er over de vroegere eigendom niets te bewijzen. Er wordt druk op Paul uitgeoefend om de boerderij over te nemen (als gids van rijke jagers bij voorbeeld) en voor het recht van de familie te gaan strijden, maar Paul neemt een andere beslissing.
Wat hadden ze verwacht? Dat alles hetzelfde zou blijven? De prioriteiten zijn veranderd. Een nieuwe kudde stemvee moet gevoederd worden. Stel dat hij op de plaas zou blijven, hoe zou de toekomst er dan uitzien? Het gedoe van rijke buitenlandse jagers, hun Afrikanergids een van de bezienswaardigheden, geweeklaag in kroegen over het nieuwe Zuid-Afrika; een huwelijk met een van de lokale gescheiden vrouwen? En overal zouden de tekens zichtbaar zijn van een levenswijze die voorbij is, die nooit weer terug zal komen. “ Hij belt Monica en zegt dat hij terugkomt naar Londen.

Intussen is de beslissing van de WVC afgekomen: hij krijgt amnestie. Maar uit een telefoongesprek met zijn vroegere chef, die wegens dezelfde feiten voor de “waarheidscommissie” moest verschijnen, blijkt –na de uitspraak- dat de zaken rond de bomaanslag toch anders zijn geweest dat hij ooit heeft geweten en dus ook anders dan hij heeft getuigd. Hij voelt zich bedrogen, eens te meer.
Zo blijken er heel wat waarheden te zijn. De waarheid van zijn chef is een andere dan die van Paul; de waarheid die de commissie meent te zien, bestaat die? En ook Louise en Paul hadden elk hun eigen waarheid, die ze van elkaar niet kenden. Het boek suggereert dat deze situatie misschien wel kenmerkend is voor de nieuwe natie van Zuid-Afrika. Hoewel de apartheid is afgeschaft, duurt het onrecht voort. Nu misschien met andere accenten in een andere richting. Groepen die weliswaar naast elkaar leven maar niets van elkaar begrijpen en elk in hun eigen waarheid leven.
Pauls broer Pieter, die in New York woont en werkt, is nog wel een liberaal, meent hij zelf, maar wel een die ouder en wijzer is geworden. “Dit hier is een zwart continent, een zwart land, en zij hebben hun eigen manier van dingen doen. Witten worden verdragen zolang ze nuttig zijn of geld hebben en hun bek houden. Maar wij moeten nooit vergeten dat we hier op geleende tijd zijn.” Paul protesteert, maar Pieter laat hem weinig illusies. “De Zuid-Afrikaanse movie is afgelopen, en de slechteriken moeten nu verdwijnen. En onze voorouders –laat me niet lachen. Denk je dat die zo anders waren dan wij? Zij deden wat ze deden om hun eigen zelfzuchtige reden, voor eigen gewin, niet voor hun nageslacht. “

Paul werpt nog tegen: “Onze geschiedenis, onze taal, ons land, al die moeite voor niks?” De kosmopoliet Pieter merkt op dat het misschien wel nooit de bedoeling is geweest dat die bestaan. De hugenoten, waaronder de Du Toits, zijn deels ook naar andere landen gegaan. Pieter suggereert dat de geschiedenis van de mens afhangt van toevalligheden. “Mensen schuiven rond, niets is blijvend. Waarom daarover stressen?”

 

Tussen de persoonlijke geschiedenis door leert de lezer veel over Zuid-Afrika. Op weg naar familie van een van de slachtoffers met wie hij wil kennis maken, observeert Paul wat hij ziet langs de autoweg. “De plakkerskampen zijn nog groter geworden sinds hij hier voor het laatst was, een grijze zee van hout, zink en plastic voor zover je kunt kijken. Krakkemikkige huisjes, opgetrokken op elk denkbaar open stukje grond, sommige niet meer dan een paar meter van de snelweg af. (…) Al deze mensen. Hoe overleven ze hier, hoe verdragen ze het, hoe lang zullen ze het nog verdragen? Of raak je na verloop van tijd aan alles gewend?”

Het zijn dit soort illusieloze opmerkingen die mij prikkelen om meer van dit land te willen zien. “Misschien zit er geweld in de genen van ons land” denkt Paul. Hij herinnert aan de eeuwen van strijd om het bezit van dit land. Zwarte stammen, witte kolonisten, Shaka, de Voortrekkers, het Britse rijk, de Boeren. “Wat is het verschil tussen een overval op een boerderij aan de grens tweehonderd jaar geleden en een in de Limpopo van vandaag? Het is dezelfde eeuwigdurende strijd tussen degenen die bezitten en degenen die niets bezitten, maar die in Zuid-Afrika nog op primitieve manier wordt uitgevochten.”

Maar het land kan ook mooi zijn: “Later wordt de nacht helder en een schitterende witte rivier stroomt door het uitspansel. Hij jaagt door het ijzeren landschap van de Karoo (…) Af en toe ziet hij in d everte de zwakke lichtjes van een eenzaam boerenhuis, als van een schip dat door een donkere zee ploegt. Het is alsof hij in de uitgestrektheid drijft, verlost van zichzelf en de gebeurtenissen van de laatste paar maanden. Hij krijgt weer het bekende gevoel dat sommige plekken in hem oproepen, alsof hij dit landschap intiem kent, alsof hij in een vorig leven op deze grond heeft gewoond. Oude grond, denkt hij (…).”
Een zonsondergang beschrijft Van der Merwe “als een bloeddoorlopen oog dat langzaam knippert”. Zo zijn er meer mooie beelden. Je krijgt het gevoel dat de auteur veel van zijn land houdt, maar tevens het ergste vreest voor de toekomst ervan. Dat maakt het boek weemoedig.
Toch is het ook spannend, want Paul is een super getrainde militair, die van wanten weet als hij door de belagers van Monica in elkaar geslagen wordt. Hij neemt genadeloos wraak. En door de compositie van het verhaal van Paul, afgewisseld met de verslagen van de WVC in een bureaucratische stijl, kom je gedoseerd steeds meer over de achtergronden te weten. Dat geeft het boek vaart. Daarnaast stelt het veel vragen over het nieuwe Zuid-Afrika. Over de last van het verleden en de dreiging van de toekomst. Maar ook vragen die elke lezer moeten aanspreken, namelijk die over schuld en boete, over verantwoordelijkheid en plicht, over hoever je moet gaan in het opvolgen van militaire bevelen.

 

Een mooi geschreven en hecht gecomponeerd boek dat belangwekkende kwesties aansnijdt. Als voorbereiding voor een bezoek aan Zuid-Afrika zeer aanbevolen.

Conny Braam: Zwavel, Amsterdam 1997

Een uitgebreide bespreking van de debuutroman van deze oud-strijdster tegen het Apartheidsregime op deze website: KLIK HIER.

Diverse auteurs: Zuid-Afrika Reisverhalen, Amsterdam 2010

Dit (naar gewicht, lichte!) boek wilde ik maar meenemen om tijdens de vluchten in te lezen, en misschien nog onderweg mocht ik daaraan toe komen.
Elf verhalen en fragmenten van o.a. Conny Braam, Charles Darwin, Adriaan van Dis, Antjie Krog.
..

Henning Mankell: De witte leeuwin, Breda 1999

De derde ‘Mankell’ in de ‘Wallander’-serie die in zijn geheel in de kast staat bij mij. Destijds bij het uitkomen in het Nederlands heb ik hem al gelezen. Aanbevolen, evenals alle boeken van deze schrijver van kwalitatief hoogstaande misdaadboeken èn boeiende romans als Diepte, Labyrint e.a.

Adriaan van Dis: Het beloofde land

Ook destijds bij publicatie al gelezen. Van Dis hanteert de stijl als een scalpel om door te dringen tot het wezen van het land. Van Dis als reiziger- tv maker wist evenveel indruk op mij te maken. Onvergetelijk vind ik de scene dat hij –net uit zijn hotel gejaagd wegens de komst van een hoge ome- op zijn hurken naast een Afrikaans jochie van ongeveer tien of zo gaat zitten en een gesprek aanknoopt. Het jochie vertelt hem zijn dromen. Hij lijkt er nog in te geloven maar als de kijker hoort: vader? Weg; moeder? Drank; zus? Drank en drugs… dan schieten de tranen in je ogen. Hier zie je het verdriet van Afrika in slechts enkele beelden in zijn volle omvang.

 

Min of meer naar aanleiding van deze ontmoeting publiceerde Adriaan van Dis op de "dag dat wij naar ZA vertrokken:

Adriaan van Dis: Tikkop. Roman, Amsterdam 2010-11-01

Uit de flaptekst: “Tikkop is een roman over verraad, maar ook over vriendschap en liefde voor een taal en een land. Het vertelt de geschiedenis van twee blanke mannen, de Nederlander Mulder en de Zuid-Afrikaan Donald, die als student betrokken raakten bij het internationale verzet tegen de Apartheid. Na veertig jaar halen ze de banden weer aan en verkennen hun gevoelens van weleer: er is een liefde gedeeld, er zijn vrienden verraden, idealen verloochend. De werkelijkheid van het nieuwe Zuid-Afrika lijkt anders dan de droom van toen. De in Parijs wonende Mulder vestigt zich een tijd in de Kaap, waar Donald zijn strijd voortzet in een verstikkend vissersdorp. De lokale bevolking voelt zich aan alle kanten verraden: hun visrechten zijn verkwanseld door corrupte leiders, er is geen werk en hun kinderen vluchten in de tik –een goedkope drug. De twee mannen ontfermen zich over een talentvolle verslaafde die zij een betere toekomst willen bieden. Die jongen moet alles goedmaken. “

De lezer voelt al aankomen dat dit op een mislukking moet uitlopen en dat doet het dan ook. Hoe, dat moet u zelf maar lezen, maar alle goede bedoelingen stranden in gebrek aan kennis van de wereld van een drugsverslaafde en in de onwil en openlijke tegenwerking van de plaatselijke bevolking. Het is in ieder geval geen positief en hoopgevend boek geworden dat Van Dis hier presenteert. Voor de lezer die Zuid-Afrika heeft bezocht, zal er veel bekends in voorkomen. Voor de reiziger die nog moet of wil gaan is het een boek dat weer meer inzicht geeft in het complexe land dat je gaat bezoeken. Zeer aanbevolen voor de voorbereiding van een reis door Zuid-Afrika.

 



Nelson Mandela: De lange weg naar de vrijheid  Oorpsr.: Long walk to freedom, Amsterdam 2006

 

De autobiografie van de wellicht grootste man van de 20e eeuw, ’s wereld bekendste vrijheidsstrijder en politieke gevangene en de eerste president van het nieuwe Zuid-Afrika van na de afschaffing van de apartheid. Mandela schreef een groot deel van dit boek tijdens zijn gevangenschap op Robbeneiland, het eiland voor de kust van Kaapstad, waar de Nederlanders tijdens de VOC-tijd al gevangenen interneerden. Gedetailleerd en openhartig vertelt Mandela over zijn afkomst, zijn jeugd in het destijds gemoedelijke Transkei. Hoe hij als student betrokken raakte bij de vrijheidsstrijd en bij het ANC. Hoe zijn activiteiten voor het opzetten van een militaire tak van het ANC ertoe leidden dat hij in 1963 werd op gepakt bij Rivonia, samen met 18 andere ANC leiders. In het zogenaamde Rivonia-proces werd Mandela veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, waarvan hij uiteindelijk 27 jaar zou uitzitten, voornamelijk op Robbeneiland. Mandela behandelt die ‘donkere jaren’ uitgebreid in zijn boek. Na het aantreden van F.W. de Klerk als president komt er langzaam verandering. De regering gaat met Mandela onderhandelen over de afschaffing van de apartheid en zijn vrijlating. Het boek eindigt met de inauguratie van Mandela als president.

Het is een boeiend boek, waarin veel namen voorkomen en dat soms waarschijnlijk wel eens wat te gedetailleerd wordt voor de moderne lezer, maar de lezer ervaart veel over de recente geschiedenis van dit bijzondere land.

 

 

 

 

 

 

Antjie Krog: De kleur van je hart
Indringende verslagen van zittingen van  de Waarheid- en VerzoeningsCommissie.

Henk van Woerden: Moenie kyk nie

 

Aardig boekje over een Nederlandse jongen die met het gezin naar Zuid-Afrika trekt en daar volwassen wordt. Behalve de psychologische ontwikkeling van de opgroeiende jongen krijgt ook het land Zuid-Afrika voldoende aandacht om dit boekje als voorbereiding op een reis naar dat land te lezen.

 


 

II Reisgidsen


 

Michael Brett e.a.: Capitool Reisgids Zuid-Afrika, Houten 2008

De bekende “gids die laat zien waar andere alleen over schrijven”. Veel foto’s en verhelderende tekeningen dus. Stadsplattegronden alleen (uitgebreid) van Kaapstad.


Vrij veel inleidende informatie o.a. over de geschiedenis en de agenda van het land. Uitgebreide info over de streken en bezienswaardigheden.

 

 

Willie en Sandra Olivier: Toergids vir Suid-Afrika, Kaapstad 2001

Een gids in het Suid-Afrikaans met een beschrijving van 70 ‘Toere’, autotochten, met beschrijving van bezienswaardigheden en foto’s.   Met 400 ‘volkleurfoto’s’ en bij elke tocht een ‘volkleurtoerkaart’. Veel info die je in andere gidsen niet vindt. Vooral geschikt dus voor mensen die over eigen vervoer beschikken en over een oneindige hoeveelheid tijd. Maar ook leuk om te lezen hoe de toeristische hoogtepunten van het land worden beschreven.

 

 

Brochure Zuid-Afrika, zonnig, zeer veelzijdig en o zo gastvrij, uitgave van South African Tourism Nederland

Nelles Guide Zuid-Afrika, Utrecht 1999

Gids met veel kleurenfoto’s en 17 detailkaartjes



Sief Veltkamp-Visser: Afrikaans op reis, Taalgids voor de Nederlandssprekende toerist in Zuid-Afrika, Amsterdam 1996

Een heerlijke gids om in te bladeren en te neuzen. Naast veel woorden en uitdrukkingen ook praktische tips.

 

 

Veel brochures, folders, boekjes, kaarten die ik mocht lenen van onze goede vriend Theunis die als toerleider enkele malen Zuid-Afrika bezocht.

Veel info van het wwweb, o.a. reisverslagen

en niet te vergeten van

Marcel Bas: Alfabetische woordenlijst Afrikaans-Nederlands (http://www.roepstem.net/snaaks.html),

 

 

 

 

Laatst aangepast op dinsdag 27 augustus 2013 19:41