Namibië, de ongeslepen diamant van Afrika - Dag 3: Windhoek stadstour, door de Kalahari woestijn, naar Marienthal en onze eerste game drive

on 21 november 2017
Hits: 8990

 

 

 

 

Dinsdag 17 oktober 2017

dag 3: DE KALAHARI, NAAR MARIENTHAL                                Klik voor de route     

 

Het programma: “We reizen naar de rand van de Kalahariwoestijn. Dankzij haar ligging valt hier meer neerslag dan bijvoorbeeld in de Namib, en is het landschap daardoor dichter begroeid. De roodgekleurde duinen zijn weliswaar niet erg hoog, maar wel enorm uitgestrekt. De groene acacia’s, het rode zand en de blauwe lucht steken prachtig tegen elkaar af. Vanuit onze fraai gelegen lodge kunt u te voet of met een 4-wheel-drive het indrukwekkende gebied verkennen (kosten niet inbegrepen). Aan het eind van de dag geniet u dan van de eerste onvergetelijke, Afrikaanse zonsondergang. (ca. 290 km)”

 

onze safaribus voor de eerste dagen, hier nog bij het Safarihotel in Windhoek.  

 

Stadstour

Maar eerst hebben we nog wat van gisteren tegoed. De stadstour doen we vanochtend in enigszins verkorte vorm. We vinden dat niet zó erg. Van een paar medereizigers hoorden we dat de binnenstad toch niet zo heel interessant is. We stoppen bij de Evangelisch Lutherse Christuskirche, die tussen 1907 en 1910 werd gebouwd en als een icoon voor de stad geldt. Het is een neo-romaans-gotische kerk met ook nog jugendstilinvloeden. Binnen zit een plaquette met de tekst: “Der Deutschen Ev.-Luth. Gemeinde Windhoek Zum Dank für die Überlassung der Christus-Kirche für Gottesdienste in de Zeit vam 22.jan 1961 bis zum 10. Sept. 1966 Gewidmet von der Gemeinde Windhoek-Ost der N.G. Kerk”.
De N.G.Kerk is de Nederduits Gereformeerde kerk.

             

het Independence Memorial Museum, met het beeld van Sam Nujoma en de Ev. Lutherse ChristusKirche

 

Schutzherrschaft, ja ja

Verder vallen mij op de enorme borden aan de wand met namen en data. Bovenaan staat in gouden letters: “Den seit Errichtung der Deutschen Schutzherrschaft für  Kaiser und Reich gefallenen Kameraden sowie den seit dieser Zeit für das Schutzgebiet um das Leben gekommenen Deutschen Bürgern, Frauen und Kindern zum ehrenden Andenken gewidmet von Schutztruppe und der Bevölkerung dieses Landes.”  Schutzherrschaft, ja zo noemden de Duitsers het graag: wij komen hier in Zuidwest-Afrika om de bevolking te beschermen. Maar te beschermen waartegen. Dat vraagt de verzetsstrijder Hendrik Witbooi zich ook af, zoals te lezen in het hierboven genoemde boek van Conny Braam. De vraag stellen is hem beantwoorden. De Duitse kolonisatie bracht alleen maar diepe ellende voor de traditionele volkeren en stammen van Namibië.

Het gaat op de borden in de kerk o.a. om “das 1. Militär Unternehemungen in SüdWestAfrika 1893-94”. Daaronder namen, plaatsen en data. Ik lees over “4. Feldzug gegen die Afrikaner Hottentotten” en meer van dat moois. Hier komt de bloedige koloniale geschiedenis van Namibië even dichtbij. Toch kan dit allemaal gewoon hier hangen. Net zo als er nog steeds veel straatnamen in het Duits zijn. Waar in Zuid-Afrika steden zelfs nieuwe namen krijgen in de lokale taal (naamswijzigingen die momenteel de gemoederen bezig houden zijn: Pretoria al dan niet tot Tshwane hernoemen, en Potchefstroom tot Tlokwe) heten steden hier gewoon nog met hun Duitse naam: Swakopmund, Mariental, of op z’n Afrikaans: Windhoek, Grootfontein. Straatnamen blijven gehandhaafd. En allerlei Duitse geneugten blijven (gelukkig) ook: zuurkool met worst, (wel boerewors dan), Sachertorte en zo. Ze gaan er taalkundig wel gemakkelijk mee om: zo lees ik in een hotel bij het ontbijtbuffet: ‘fresh brötchen’.

 

 

 

Talen

In de horeca word je soms aangesproken in het Duits en dat is niet alleen omdat hier (weer!) veel Duitsers komen, maar ook omdat sommigen, meest ouderen, die taal nog spreken. Over taal gesproken: in tegenstelling tot Zuid-Afrika, waar het ‘Afrikaans’ (de taal van de Boerengemeenschap én van de apartheid) liever niet meer gesproken wordt door de zwarten, (het is immers de taal van de racistische onderdrukker) is het hier heel normaal dat Herero-mensen of leden van een andere stam gewoon in die taal met elkaar onderling spreken. En met ons spreken ze die taal ook zonder enige tegenzin. Ze vinden dat heel gewoon. Wel moeten we dan allebei langzaam spreken, maar het blijft, vind ik, een geweldige ervaring om hier in je eigen Nederlandse taal te kunnen communiceren met de lokale bevolking. Met een jonge Herero man in het traditionele openluchtmuseum dat we later op de reis bezochten, concludeerden hij en ik dat we samen eigenlijk dezelfde taal spraken. Dat was een bijzonder moment. Hij beaamde dat gretig met een high five.

Maar terug naar Windhoek. Voor de kerk staat een groot beeld van de stichter van de Namibische natie: Sam Nujoma, en hij staat weer voor het Independence Memorial Museum, een heel modern driehoekig gebouw van 40 meter hoog. Het museum en monument zijn gewijd aan de strijd Namibië voor de onafhankelijkheid van Namibië, eerst van de Duitse koloniale overheerser en later van de Zuid-Afrikaanse bezetting. Het is hier wat hoger: je kunt hier een beetje uitkijken over de stad. Het geeft je niet de indruk van een hoofdstad van een groot land. Het is meer een flinke provinciestad. 

 

Tintenpalast

Een eindje achter de Christuskerk staat het Tintenpalast, het ‘inktpaleis’. Het werd in 1914 in gebruik genomen als administratief hoofdkwartier van de Duitse koloniale regering. De bijnaam Tintenpalast of Inktpaleis verwijst naar de grote hoeveelheid papierwerk die er blijkbaar werd geproduceerd. Laat dat maar aan de Duitsers over, zou je zeggen. In de loop van de vorige eeuw huisden er verschillende regeringen. Sinds de onafhankelijkheid van Namibië fungeert het als parlementsgebouw. De tuinen die het gebouw omringen, zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw aangelegd. Er staan drie standbeelden van Namibische helden, waaronder natuurlijk een van Hendrik Witbooi. Hij was de eerste die de bedoeling van de Duitse bezetting doorzag (geen ‘Schutz’, ‘bescherming’, maar onderwerping) en daaruit de consequenties trok en de wapens opnam om zijn land en volk te verdedigen tegen de brutale indringer. Hij is uitgegroeid tot een symbool voor de Namibische onafhankelijkheidsstrijd. Zittend naast hem zien we Chief Hosea Kutako (naar wie het internationale vliegveld van Windhoek genoemd is), de Herero leider die werd gezien als de officiële woordvoerder van de Herero na 1 november 1917. Hij leidde de Herero bijna 50 jaar en is een van de idolen in het hedendaagse Namibië. En dan is er het beeld van dominee Theofilus Hamutumbangela, een Anglicaanse kerkleider, die moedig de confrontatie met het apartheidsregime van Zuid-Afrika aanging en bij de VN verschillende malen aandrong op onafhankelijkheid voor Namibië. Het Tintenpaleis zelf is niet bijzonder wat architectuur betreft.

 

     

beeld van Hendrik Witbooi             en een fraaie jacaranda boom bij het Tintenpalast in de buurt

 

 

Safaribus

We stappen weer in de bus, een klein busje overigens waar we met zijn veertienen net in passen. De bus is een soort safaritruck met een apart gemonteerd passagiersdeel en een bagageruimte erachter. Het geheel rijdt als een vrachtwagen en maakt ook dat kabaal. Maar hij komt wel overal met zijn 4x 4 aandrijving en grote vrije ruimte onder de assen, zelfs bij de rand van de Fish River Canyon, waar we met de grote bus die we later kregen, niet hadden kunnen komen. Die had de korte bochtjes op de smalle weg en de korte oversteken door droge rivierbeddingen niet kunnen nemen. Maar nu rijden we eerst Windhoek uit. We komen nog langs een gedenkplaats voor slachtoffers van de oorlogen in ’14-’18 en ’40-’45. Daartegenover is een kleine begraafplaats, het Leutwein Cemetery, een oude gemeentelijke begraafplaats, genoemd naar een van de Duitse gouverneurs van Deutsch Südwest Afrika. Hier liggen voornamelijk Duitsers, uit begin 20e eeuw, onder andere gestorven door een influenza-epidemie. “Viel zu früh und fern van der Heimat” staat op een van de stenen.

Verder met de bus, de stad uit. We rijden nog langs het nieuwe paleis van de president in de buitenwijk Auasblick, een gedrochtelijke betonnen kolos, die niettemin 400 miljoen Namibische dollars heeft gekost (ruim 24 miljoen euro) en gebouwd is door een Noord-Koreaans projectbureau. Het hek eromheen is twee kilometer lang…

 

Teerpad wordt grondpad

Eenmaal buiten de stad begint het grote niets. Savanne-achtige droge gebieden. Voorlopig nog wel ‘teerpad’ (asfaltweg) maar dat zal na Mariental veranderen in ‘grondpad’. De wegen in Namibië vormen een netwerk met een lengte van 45.387 kilometer. Hiervan is slechts 6387 kilometer geasfalteerd. Alleen bij de hoofdstad Windhoek ligt een autosnelweg.

Grondpade zijn onverharde gravelwegen, met een roadgrader mooi glad gestreken, maar niettemin vol met hobbels, ribbels, ‘wasborden’ (lange reeksen ribbels), uitstekende rotspuntjes en losse stenen die met een knal onder tegen de bus aan schieten. De eerste paar keer schrik je, algauw niet meer: dit hoort zo. Knal! Zolang het droog is –en dat is het, zéér droog- kun en mag je op zo’n weg 100 km per uur rijden. En dat doet men dan ook. Onze bus doet het ook. Het is altijd goed gegaan. Ook in een geval dat er stuifduinen op de weg lagen. Goed, daar rem je dan ook even voor af om ze met 80 km te nemen. Niet alleen de C-wegen (secundaire) zijn onverhard, ook vele B- of hoofdwegen. Die B-wegen zijn overigens breed zat; daar zit het ‘m niet in. Daarnaast heb je nog wegen die slechts naar een lodge of boerderij leiden (P(rivate)- of F(arm)-wegen). Dat zijn single track wegen: met één spoor, zodat je elkaar niet regulier kunt passeren. Gelukkig hoeft dat ook zelden: er zijn gewoon geen anderen op de weg.

 

Twee reservewielen

Geen kwaad woord over onze chauffeur. Hij rijdt net zo goed als hij is in sociale contacten en humor. Goed dus. In dit land kom je weinig auto’s tegen. We hebben wel eens tweehonderd km gereden zonder een andere auto te zien. Dat doet je wel denken: als je hier wat krijgt, wat dan? Een lekke band is tot daaraan toe. Elke auto met serieuze chauffeur heeft twee reservewielen. Maar een lek oliecarter, of een lekke radiator (losse stenen!)? Gelukkig hebben we het niet meegemaakt.

Er wordt door veel reisbureaus gezegd dat Namibië perfect geschikt is om zelf een auto te huren, eventueel met een tent op het dak. Voor jonge mensen denk ik wel een avontuur; ik ben blij dat ik niet zelf hoefde te rijden hier. Daarbij: ze rijden nog links ook. In het busje op de dag dat onze vlucht geannuleerd werd, hoorde ik van een Nederlands stel een horrorverhaal. Die hadden een barrel van een huurauto in de maag gesplitst gekregen. Hoewel de man zelf automonteur was, had hij de keurig zwart gemaakte banden niet tot op het hele loopvlak gecontroleerd. Prompt bleken er onderweg scheuren in dat loopvlak te zitten en moest hij tot twee keer toe banden verwisselen en laten repareren. Uiteraard gebeurt zoiets dan ook nog op zaterdagmiddag. Toen hij de auto terugbracht wilden ze hem ook nog laten betalen voor de banden. Tja, horror dus.

 

Huisje aan de rand van de savanne

Maar wij rijden ongestoord over asfalt naar onze overnachtingsplaats: HOTEL: Africa Safari Lodge – Mariental. “Deze lodge bestaat uit 20 stijlvolle chalets, die een schitterend uitzicht op de weidse omgeving bieden. In het gebied komen dieren als gnoes, waterbokken en witte neushoorns voor. De lodge beschikt over een buitenzwembad, een restaurant, een bar en gratis wifi in de openbare ruimtes.” Het hotel zelf zegt: “Africa Safari Lodge, inspired by the breath-taking splendour of the Southern Namibian Landscape, offers Luxury Accommodation which overlooks the majestic horizon. (…) At night, after a long day of exploring, you can kick-off your shoes, relax and watch the Namibian Sun set the landscape ablaze whilst observing the indigenous game grazing in their natural habitat. We have approximately 19 different species of Wildlife on the Game Lodge including White Rhino, Blue Wildebeest, Oryx, Waterbuck, and many more.”

Ontdaan van de ronkende reclametaal met hoofdletters klopt het wel: naast de hoofdgebouwen met receptie, restaurant, bar en zo voort, staan de huisjes in een grote boog gegroepeerd. Het uitzicht is inderdaad fenomenaal: je waant je midden op de savanne. ’s Avonds na zonsondergang komen dieren tot op enkele tientallen meters van je huisje. We onderscheiden een paar elandantilopes, de grootste antilope die er is. We zien en horen neushoorns snuiven en brommen. Een kudde springbokjes trekt langs, als schimmen in het halfduister. Het vreemde is: er is geen afscheiding maar de neushoorns komen niet echt dichtbij de huisjes. Tenminste niet als wij buiten zijn...Toch wel een geruststellende ervaring, maar een beetje spannend blijft het wel, als je dit alles, zittend op je houten terras met een glas thee in de hand, in het halfdonker ziet en hoort.

 

 

vanuit de halve cirkel die de huisjes vormen, heb je vanaf je terrasje zicht op de savanne en kun je je even midden in het veld wanen...

 

Sproeien op de hete savanne

We zijn mooi op tijd bij de lodge. We krijgen het verste huisje aan de rechterkant toegewezen. Als we er onze intrek in hebben genomen, zetten we eerst een grote pot thee. Pluspunt van de meeste hotelkamers op deze reis is, dat er (vaak) een waterkoker aanwezig is en vaak ook wat zakjes thee en oploskoffie. De oploskoffie is niet zo aan ons besteed maar de thee is uitstekend. Goed voor de dorst. We hebben ook een doosje theezakjes van thuis mee in de koffer. Handig en lekker. Dus we zitten al snel met een glas thee op de houten stoelen op ons terras voor het huisje. Voor ons zijn watersproeiers bezig een stukje groen gras nat te maken of houden. Groen gras is hier iets bijzonders: het meeste gras dat we zien is bruin of geel verdord. Als we even zitten, zien we diverse vogeltjes die in de natte bodem zoeken naar voedsel. Met mijn Nikon B 700 super-zoomcamera kan ik er mooie opnamen van maken. Een paartje heeft een nest onder het overstekende dak van ons huisje. Dat besproeien is leuk voor de vogeltjes, (en het gras) maar verder vinden we het niet zo slim. Namibië is toch al een droog land, en dit jaar is het extra droog. In de hoofdstad Windhoek was zelfs de noodtoestand van kracht en werd iedereen opgeroepen zuinig te zijn met water. Hier sproeien ze in de gloeiende zon, zodat het meeste water ook nog meteen verdampt. Overigens komt de regentijd er aan; op het eind van de reis hebben we serieus regen gehad.

 

vogeltjes zoeken wormen voor hun jongen

 

Achter de groene strook ligt de savanne. We kijken dus uit op een grijs-bruine vlakte met wat glooiingen, schaars begroeid met wat geel gras en wat kale struikjes. Geen bomen. De zon brandt er onbarmhartig op. De hemel is van staal. Gelukkig kunnen we de stoel wat achteruit schuiven zodat we in de schaduw van het afdak kunnen schuilen. We hebben nog een uurtje voor we moeten aantreden voor onze eerste optionele excursie: een game drive met aansluitend een sundowner, dat is een drankje in de wildernis bij het ondergaan van de zon. In Zuid-Afrika heet het heel mooi een schemerkelkie. 

 

 

 

Zo stond het in ons programma:   

Optionele excursie: Zonsondergang in de Kalahari
Op dag 3 kunt u aan het eind van de middag een mooie tocht door de duinen van de Kalahariwoestijn maken. De roodgekleurde duinen zijn hier weliswaar niet erg hoog, maar wel enorm uitgestrekt. De groene acacia’s, het rode zand en de blauwe lucht steken prachtig tegen elkaar af. In tegenstelling tot andere woestijnen is in de Kalahari sprake van regenval, ook al is deze onregelmatig. Toch ontbreekt het aan permanent oppervlaktewater, waardoor de leefomstandigheden uitdagend zijn. Behalve voor de planten en dieren die zich hieraan hebben aangepast. Per 4-wheel-drive verkennen we het indrukwekkende gebied en hopen we dieren te spotten als springbokken, gemsbokken, zebra’s en vele vogelsoorten. We sluiten de excursie af met een prachtige Afrikaanse zonsondergang! Duur: circa 3 uur. Prijs: circa NA$ 465,- per persoon  (= € 31). Ter plekke betaalden wij NA$ 400 p.p.

 

de neushoorns hebben de kleur van het zand

 

Wachten achter de neushoorn

De drie uur halen we niet want we vertrekken om vijf uur en na het donker worden tegen half acht zijn we terug. We zitten op een 4x4 truck, die ons bonkend en stotend vervoert over de extreem slechte ‘weg’, over rotsige weggetjes en door droge rivierbeddingen. De wagen heeft alleen een dak, geen zijwanden, dus we kunnen alle kanten op kijken. Wat verder naar beneden in het dal groeien zelfs wat grotere struiken en boompjes. Sommige worden groen. Dat maakt wild spotten niet gemakkelijker. Maar algauw zien we wat bewegen. Het zijn twee vrouwtjes koedoe. Dan spot de chauffeur in de verte een neushoorn. Ik zie eerst alleen iets bruins en weet niet waarop te richten met de lens. Als we dichterbij komen, wordt het duidelijker: een paartje witte (breedlip)neushoorns mét een jong. Dat laatste is extra leuk natuurlijk. We schieten veel plaatjes. De beesten zijn bruin-geel, zo geel als het zand hier overal. De hoorn van het mannetje is afgezaagd. Dat zie je meer: dan is het beest voor een stroper minder aantrekkelijk.

 

midden op het pad

je kunt zo wel heel dicht bij komen

op een drafje voor de truck uit

en dan weer een poosje stilstaan op het pad

wachten tot de neushoorn het belieft opzij te gaan

   

                         onze gids/ chauffeur maakt zich niet druk om het gedrag van de neushoorn

 

Als iedereen klaar is met foto’s maken, is het mannetje nog niet klaar met ons. Hij komt naar het pad lopen en blijft wel een kwartier stug voor de auto lopen. Als hij wat verder loopt, trekt de chauffeur op maar dan blijft de neushoorn weer staan. Altijd met zijn kont naar ons toe. Als we te dicht bij komen, wendt hij zich boos om en dreigt. Zo wachten we geduldig tot het beest er eindelijk genoeg van heeft en het struikgewas in loopt. Een eind verder zullen we hem weer zien.

      

het jong blijft dicht bij moe

als een beeldje uit hout gesneden, zo trots rechtop staat het jonge beestje hier

 

Giraffe van een week oud

Het is hier eigenlijk een soort dierentuin, krijg ik de indruk. De dieren worden bijgevoerd en van water voorzien bij de bebouwing verderop en ’s avonds loopt hetzelfde stel neushoorns (denk ik) weer bij onze lodge. Maar eerst zien we nog iets leuks. Een moeder giraffe met een jong dat volgens de chauffeur net een week oud is. Het jong blijft dicht bij de moeder. Het levert mooie plaatjes op. Giraffen zijn toch al leuk om te zien en te fotograferen, vind ik. Ze zijn sierlijk van bouw en bewegen zich gracieus, als in een soort slow motion. Het jong valt bij de geboorte ongeveer twee meter ter aarde want moe baart staande. Girafjes zijn daar vast op gebouwd, want deze heeft ook geen trekkende poot of scheve nek of zo. Hij heeft de val dus goed doorstaan. En hij loopt al net zo trots als z’n ma.

 

 

 

Oryx in tegenlicht

Ook zien we een stuk of wat oryxen, ook wel gemsbok genoemd. Ik noem ze liever spiesbok, met hun naam in het Afrikaans, want ze hebben twee hoorns van wel een meter lang, als spiesen. Ze leven vooral in de Kalahari en de Namib, maar we zagen ze ook wel ver noordelijk, langs de koude Atlantische Skeleton Coast. Ze leven niet alleen in wildparken, maar ook onderweg in de savanne zagen we ze regelmatig. Giraffen zie je trouwens ook buiten de parken wel, vooral verder noordelijk. Maar goed, dit gebied waar we nu zijn is ook geen park. De spiesbokken staan net in het tegenlicht van de steeds lager zakkende zon. Sommigen mopperen daarover maar juist in dit warme licht maak je de mooiste foto’s: de zon glanst en fonkelt op hun geringde hoorns. Dat is extra mooi.

 

Als we bij een betonnen drinkplaats en voerplaats komen, is daar de neushoorn dus ook. Hij jaagt de springbokjes die daar rondhingen meteen weg met zijn verschijning. De witte neushoorn heet eigenlijk abusievelijk zo. Hij is niet wit, net zo min als de zwarte neushoorn zwart is. De witte heeft brede lippen om van de bodem te grazen, vandaar de naam wide rhino, welk ‘wide’ werd vertaald met c.q. verbasterd door 'wit'. De zeldzamere zwarte neushoorn heeft wat spitsere lippen om blaadjes van struiken te kunnen eten. Wij zien deze weken alleen witte. Verderop zien we nog een toom parelhoenders lopen.

 

 bij de waterplaats komen we Rhino weer tegen

parelhoeders scharrelen in het late zonlicht nog wat voer op 

 

 

Sundowner in warm avondlicht

We hebben niet eens veel kilometers afgelegd, maar de tijd draait door en de zon zakt tegen zeven uur hier snel achter de horizon en dan is het ook in een mum van tijd donker. Vlak voor dat moment stopt de truck, de chauffeur haalt een paar koelboxen te voorschijn en zet die midden op de zandweg. Iedereen mag een drankje nemen: bier, fris en er is zelfs een soort cider. Die smaakt mijn vrouw en mij heerlijk. We zien de hemel oranje kleuren, en het licht wordt zo oranje dat de witte truck ook die kleur krijgt. Ook het landschap kleurt warm, terwijl de temperatuur nu juist razendsnel daalt. Als de zon echt weg is, en we verder rijden, wordt het op de open vrachtauto al een beetje kil. We zijn nu ook zo weer bij de lodge, precies om half acht. Het lijkt me daarom alsof zelfs het incident met de neushoorn op het pad onderdeel is van het vaste programma. Geeft niet, wij hebben dit nog nooit gezien hier en voor ons is het dus nieuw. En het was heel leuk.

Bij de lodge is het ook donker. Langs het pad naar de huisjes staan paaltjes en daaraan hangen een soort weckglazen met een zonnecel in het deksel. Die potjes geven ’s avonds licht. Is de bedoeling althans. Niet alle potjes doen het en dan nog. Het zijn maar gloeiende pitjes. Maar we vinden onze weg wel. Spannend is dat we vlakbij dieren ontwaren. Ze komen niet tot aan het pad maar wel tot op twintig, dertig meter afstand van ons. Eerst zien we twee reusachtige elandantilopen. Die heb ik nog nooit gezien, niet in Kenia en ook niet in Zuid-Afrika. Jammer dat de foto mislukt: simpelweg te weinig licht. En voor een flits zijn ze net te ver weg. Later op de avond zien we de neushoorns en horen we ze snuiven. In het restaurant genieten we van een uitstekend warm en koud buffet. Over het eten zullen we deze weken geen enkele reden tot klagen hebben. Integendeel. Vooral vleesliefhebbers als ik komen aan hun trekken, maar vaak is er ook wel vis. Vaak is dat heek, maar ook wel tong.

 

 

midden op de weg (hier komt toch niemand anders) hebben we de 'sundowner', het "skeemerkelkie" op z'n Afrikaans

een koel drankje op de savanne

het licht wordt steeds roder

zo'n befaamde "African sunset"

 

onze huisjes tegen de avondlucht met de pitjes van de zonnecelverlichting; links lopen de wilde dieren vrij dichtbij

 

Heldere Melkweg

Na het diner zitten we nog een tijdje met een verse beker thee op onze ‘porch’. Het is nog goed te doen want er is geen wind. Wel een vest erbij aan. Het is hier ongelooflijk stil, alleen in de struikjes verderop horen we soms wat gekraak en een exotisch geluid van een nachtvogel of zo. Het is heel helder en doordat er geen lichtvervuiling is, zien we de sterren zoals je ze bij ons nooit ziet. De Melkweg parelt als een helder wit waas boven ons. Super mooi! Stilletjes trekt voor ons een hele kudde, ik denk springbokjes, langs. We zien alleen de silhouetten. Wat een plek! Jammer dat we morgen alweer verder moeten.

 

naar boven